Tuchtrecht

Schaderapport te stellig en ondeugdelijk

Twee (voormalige) registeraccountants van het Instituut voor Financieel Onderzoek zijn gewaarschuwd, omdat zij voor hun rapport over de schade van een faillissement onvoldoende onderzoek hebben gedaan en te stellig hebben geconcludeerd dat de onderneming van hun opdrachtgever niet failliet was gegaan als de bank de geldkraan had open gehouden.

Accountantskamer

Zaaknummers:
11/2238 en 11/2239 Wtra AK
Datum uitspraak:
14 juli 2014
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
deels vernietigd, CBb 24 mei 2016, AWB 14/569
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2014:57, Samenvatting CBb-uitspraak

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

In 2002 geeft de externe accountant van een (assurantie)makelaarsgroep een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening over 2001. Hoewel het voortbestaan van de vennootschap onzeker is, gaat de accountant uit van continuïteit, omdat hij "een duurzame voortzetting van de bedrijfsuitoefening niet onmogelijk" vindt. De groep sluit in juni 2002 met verschillende betrokkenen en de bank een convenant over de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten.

De bank zegt eind 2002 het krediet aan het bedrijf op. De groep gaat in maart 2003 failliet. De directeur van de groep is sindsdien verwikkeld in een civiele procedure met de bank.

De toenmalige Rechtbank Almelo bepaalt dat de bank de makelaar 23 miljoen euro moet betalen met de bijbehorende rente. In hoger beroep zegt het toenmalige gerechtshof Arnhem dat de bank zijn zorgplicht heeft geschonden door de geldkraan plotseling dicht te draaien. De bank moet de schadevergoeding betalen, waarvan de hoogte nader moet worden bepaald.

De directeur vraagt twee registeraccountants van het Instituut voor Financieel Onderzoek om de hoogte van de schade te berekenen. Hij wil het rapport gebruiken in de procedure tegen de bank. Ten behoeve van de onderhandelingen over een mogelijke schikking brengen de accountants in 2011 alvast een conceptrapport uit.

De accountants concluderen dat een duurzame voortzetting van de bedrijfsuitoefening in ieder geval voor het kalenderjaar 2003 waarschijnlijk is. Ervan uitgaande dat de cijfers uit het convenant zouden worden gerealiseerd, komen de accountants tot de slotsom dat de groep "niet zou zijn gefailleerd indien de bank de financiering had gecontinueerd". De accountants becijferen de schade voorlopig op 22,2 miljoen euro exclusief rente.

Dat bedrag omvat de schade die de directeur lijdt als:

  • aandeelhouder;
  • borg;
  • pensioengerechtigd werknemer;
  • financier.

Volgens de bank rammelt het rapport aan alle kanten. De bank dient een klacht in bij de Accountantskamer.

Klacht

a. de accountants hebben er ten onrechte mee ingestemd dat de bank een conceptrapport kreeg zonder de bijbehorende bijlagen;

b. het conceptrapport mist een deugdelijke grondslag;

c. in strijd met het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid (zoals ook verwoord in de Praktijkhandreiking 1111) hebben de accountants in het conceptrapport niet of onvoldoende verwoord welke (soort) werkzaamheden zij hebben uitgevoerd en of zij daarover wel of geen zekerheid hebben verstrekt;

d. de accountants hebben hun feitelijke opmerkingen en conclusies over het oorzakelijk verband tussen de kredietstop en de gerapporteerde schade niet of onvoldoende onderbouwd. Zij missen hiervoor de noodzakelijke formeel-juridische deskundigheid. Zij hebben geen nauwkeurige weergave en analyse gemaakt van alle feiten en omstandigheden die van belang zijn. Zij hebben nauwelijks aandacht besteed aan de werkelijke gang van zaken na de sluiting van het convenant en hebben deze althans niet geverifieerd aan de hand van financiële gegevens en overige informatie;

e. de accountants hebben op ondeskundige en onzorgvuldige wijze geconcludeerd dat (de accountant van) de groep voor 2003 van een continuïteitsveronderstelling mocht uitgaan. Daarbij hebben zij ten onrechte nauwelijks aandacht besteed aan de verwachte omzet, resultaat, kasstromen en dergelijke en hebben zij ten onrechte niet de financiële situatie per eind 2002 beoordeeld. Op de vraag of de groep toen ‘technisch' failliet was, geven zij geen antwoord. De accountants zijn onvoldoende kritisch afgegaan op de extra financieringsmogelijkheden van 19,6 miljoen euro, die er volgens de directeur zouden zijn, terwijl het convenant juist spreekt van een additionele financieringsbehoefte van 3 miljoen euro. Zij zijn verder afgegaan op voortgangsrapportages en mondelinge informatie van de directeur, zonder een en ander te verifiëren aan de hand van de administratie of financiële rapportages. In de gesignaleerde lacunes in de voortgangsrapportages zagen zij ten onrechte geen aanleiding om de financiële administratie nader te onderzoeken. Zij hebben ook te veel betekenis gehecht aan de goedkeurende verklaring van de controlerend accountant voor het boekjaar 2001 en de continuïteitsveronderstelling verder opgerekt dan twaalf maanden na het einde van voormeld boekjaar;

f. De accountants hebben de schadeberekening ondeskundig en onzorgvuldig uitgevoerd:

  1. door zowel aandeelhoudersschade als schade uit hoofde van borgstelling, werknemer en financier aan te merken als schade liggen dubbeltellingen voor de hand;
  2. voor een zuivere bepaling van aandeelhoudersschade moet je het verschil vaststellen tussen de waarde van de aandelen vóór en na de schadeveroorzakende gebeurtenis, maar dat hebben de accountants niet gedaan;
  3. de accountants houden geen rekening met fiscale effecten op schadeposten die zij bruto hebben vastgesteld en gaan er ten onrechte van uit dat minder opbrengsten bij de groep één op één leiden tot nadeel voor de directeur als aandeelhouder in plaats van gemist dividend na belastingen;
  4. de accountants leggen bij het vaststellen van de schadeposten inzake de verloren gegane verkoopwaarde van de assurantie- en makelaarsactiviteiten ten onrechte geen relatie met het convenant, waarin aan deze waardes ook aandacht is geschonken;

g. In het conceptrapport staan de volgende onjuistheden en onvolledigheden:

  1. in het rapport is productie 7 bij de dagvaarding in eerste aanleg niet in aanmerking genomen, terwijl daarin de situatie per december 2002 wordt beschreven;
  2. de accountants maken niet duidelijk welke vennootschap wanneer failliet is gegaan en hoe de boedel is afgewikkeld;
  3. zij besteden geen aandacht aan de volgens het faillissementsverslag gebrekkig bijgewerkte boekhouding van de groep;
  4. zij hebben niet in aanmerking genomen wat de doorstart door de directeur voor gevolgen heeft voor het berekende schadebedrag;
  5. zij hebben de financiële overzichten die de controlerend accountant over 2002 opstelde niet verwerkt.

Oordeel

De klachtonderdelen a, c, e en f zijn (deels) gegrond; de rest is ongegrond.

Opmerkingen vooraf

Omdat "partijen" zich beroepen op de 10 augustus 2010 van kracht geworden Praktijkhandreiking overige opdrachten (1111) merkt de Accountantskamer op dat het niet of onvoldoende toepassen van een van de bepalingen daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan opleveren als daarmee de Wet RA, de VGC of de goede uitoefening van het accountantsberoep geweld aan worden gedaan. De normen uit de Praktijkhandreiking zijn immers van invloed op de vraag welke eisen de fundamentele beginselen stellen aan de accountant die rapportages als deze uitbrengt en/of de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Of deze Praktijkhandreiking nu wel of niet van toepassing is - volgens het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid uit de VGC moet een rapportage een deugdelijke grondslag hebben, terwijl een schaderapportage ook moet voldoen aan de eis van objectiviteit. Als het rapport een rol speelt in een gerechtelijke procedure moet de accountant er bovendien voor zorgen dat zijn informatie de waarheidsvinding niet belemmert doordat die te eenzijdig is toegespitst op de belangen van zijn cliënt. Dat is ook zo als de rapportage wordt uitgebracht om een rol te spelen in de onderhandelingen over een schikking.

Ad a

De accountants hebben de conceptrapportage op verzoek van de (advocaat van de) directeur gestuurd naar de bank. Zij vonden het toen niet zinvol de omvangrijke bijlagen mee te sturen. Volgens het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid mag een accountant een rapportage normaal gesproken pas in het rechtsverkeer brengen als die een deugdelijke grondslag heeft. Die deugdelijke grondslag moet blijken uit de rapportage.

Er kan echter sprake zijn van bijzondere omstandigheden als de accountant bij het conceptrapport (dat in dit geval een vrijwel definitieve status heeft gekregen):

  • nauwkeurig aangeeft welke onderzoekshandelingen, die invloed kunnen hebben op de inhoud van het rapport, hij nog moet uitvoeren;
  • de wederpartij van de opdrachtgever ermee instemt dat in het kader van de onderhandelingen over de schikking alvast een conceptstuk wordt ingebracht;
  • en het concept zoveel mogelijk informatie bevat die een duidelijk beeld geven van de uitkomst van de werkzaamheden.

Volgens de Accountantskamer is hierover echter geen overleg gepleegd, terwijl de accountants niet hebben aangegeven op welke punten zij nog nader onderzoek moesten doen. Door het ontbreken van de bijlagen over de verkoopwaarde van de assurantieportefeuille, de verliezen op vastgoedprojecten, de berekening van de pensioenschade, het ontbreken van getuigenverklaringen en vele andere bijlagen is het beeld van de uitkomst van de werkzaamheden niet of onvoldoende duidelijk gemaakt respectievelijk onderbouwd.

Ad b

De Accountantskamer is het met accountants eens dat zij voldoende duidelijk hebben gemaakt welke werkzaamheden zij wel hebben uitgevoerd.

Ad c

De accountants zijn onvoldoende duidelijk geweest over het assurance-karakter van het rapport.

Volgens de Praktijkhandreiking (paragraaf 4) moet de accountant geen verwarring laten bestaan over de aard van de opdracht. Eén van de accountants (die inmiddels geen registeraccountant meer is) heeft aangevoerd dat hij dat pleegt na te laten, omdat het juist tot verwarring kan leiden bij de opdrachtgever als hij na uitgebreid onderzoek, controle en onderbouwing in het rapport vermeldt dat hij geen zekerheid geeft.

De Accountantskamer vindt dat de accountants hierdoor ondeskundig en onzorgvuldig hebben gehandeld. Temeer omdat zij in het rapport hebben geschreven dat de schadebedragen naar hun mening weinig ruimte bieden voor afwaarderingsverschillen, "aangezien het met name gaat om feitelijk onderbouwde conclusies en schadebedragen". Met deze passage lijken de accountants juist in belangrijke mate in te staan voor de conclusies en schadebedragen, die zij herhaaldelijk zonder voorbehoud presenteren, en op deze manier dus zekerheid te verschaffen. Als zij géén assurance wilden geven, hebben zij de gebruikers van het rapport zonder meer in verwarring gebracht.

Deugdelijke grondslag

Voor de behandeling van de klachtonderdelen d tot en met g wijst de Accountantskamer op de vaste jurisprudentie over partij-rapportages. Als accountants conclusies formuleren in rapportages, die mede bedoeld zijn om het vertrouwen van de beoogde gebruikers te versterken, kan daaraan een aspect van assurance niet worden ontzegd. Bij de beoordeling van deze klachtonderdelen toetst de Accountantskamer of de bevindingen en conclusies een voldoende deugdelijke grondslag hebben, mede gezien de normen van NVCOS 3000.

Ad d

De bank heeft het verwijt, dat de accountants het antwoord op de vraag naar de oorzaak tussen de schending van de bancaire zorgplicht en de schade onvoldoende hebben onderbouwd, op zichzelf onvoldoende gesubstantieerd.

De klacht dat de accountants daarvoor niet de juiste competenties zouden bezitten, mist feitelijke grondslag. De accountants hebben terecht aangegeven dat het tot hun competentie behoort om vanuit bedrijfseconomisch perspectief conclusies te trekken over het verband tussen het beëindigen van een bankkrediet en een mogelijk faillissement daarna. Dat causaliteit ook een juridische dimensie heeft, staat buiten kijf. Maar daarover hebben accountants zich in hun conceptrapport (terecht) niet uitgelaten.

Ad e

De accountants wisten dat de continuïteit van de onderneming een belangrijk geschilpunt was tussen de directeur en de bank. Juist op dit punt vereisen de fundamentele beginselen van objectiviteit respectievelijk deskundigheid en zorgvuldigheid en verscherpte aandacht en onderzoek van zo veel mogelijk aspecten. Temeer nu de accountants in een conceptrapport bewoordingen gebruiken die een aspect van assurance inhouden.

De accountants hebben stellige conclusies getrokken zonder daarvoor een voldoende deugdelijke grondslag te hebben. Zij hadden zich niet zonder nader onderzoek mogen baseren op het uitgangspunt dat het realiseren van de cijfers, die in het convenant uit 2002 werden genoemd, zou betekenen dat het bedrijf ook ultimo 2003 nog zou draaien. De accountants hadden financiële gegevens moeten onderzoeken, zoals de verwachte omzet, het resultaat en de kasstromen. De accountants zijn teveel afgegaan op de informatie van de directeur, die een groot belang had bij positieve cijfers.

Ad f

Dit klachtonderdeel is deels ongegrond, omdat het onvoldoende is gesubstantieerd respectievelijk omdat de accountants wel degelijk rekening hebben gehouden met de fiscale aspecten.

Bij de berekening van de aandeelhoudersschade zijn de accountants echter in de fout gegaan. Zij zijn ervan uitgegaan dat een slechte resultaat bij de vennootschappen van de groep zich zonder meer zou vertalen in eenzelfde nadeel bij de directeur als aandeelhouder. Daarvan kun je echter alleen uitgaan in bijzondere omstandigheden. Normaal gesproken moet je de aandeelhoudersschade bepalen op het verschil tussen de waarde van de aandelen voor en na de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt. Dat hebben de accountants niet gedaan. Gezien de schuldpositie van de groep is het ook niet aannemelijk dat een positief resultaat via bijvoorbeeld dividenduitkering geheel ten goede zou komen aan de directeur als aandeelhouder.

Ad g

De Accountantskamer behandelt dit klachtonderdeel niet, omdat het deels niet duidelijk genoeg is en grotendeels zelfstandige relevantie mist.

Maatregel

De Accountantskamer legt aan beide accountants een waarschuwing op.

De accountants hebben aan de ene kant gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van objectiviteit, deskundigheid en zorgvuldigheid. Aan de andere kant hebben zij de bronnen, waarop zij hun conclusies hebben gebaseerd, wel grotendeels vermeld in hun rapportage. Daardoor kon de bank de onderzoeksmethodes en conclusies als professionele partij voldoende aanvechten.

De Accountantskamer laat ook in het voordeel van de accountants meewegen dat de behandeling van deze zaak lang heeft geduurd en zij - net als de bank - lang in onzekerheid hebben moeten verkeren over de uitkomst.

27 reacties

M. Driessen

Beste AT:Lex van Almelo, ik laat me niet in met de conclusie welke van de twee voormalige RA's het betreft. Ik ben slechts blij dat de Rabobank van ze gewonnen heeft, en het gaat mij verder om de oorzaak: onvoldoende bescherming van de samenleving in de constellatie toen het gebeurde. De affaire heeft geen incidenteel karakter. Over het tuchtrecht wil ik nog een duit in het zakje doen. We weten intussen dat de regering de tuchtrechtspraak in hoogste instantie - het College van beroep - wil gaan samenvoegen met o.a. de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waardoor er één groter rechtsprekend orgaan komt op het gebied van bestuurs- en aanverwante rechtspraak. Dus een kolom van onafhankelijke en onpartijdige 'administratieve' rechtspraak die beter beantwoordt aan de verplichte waarborg volgens Europees recht dan de huidige Afdeling Bestuursrechtspraak, geplaatst naast de kolommen rechtspraak strafrecht en privaatrecht. Oók om de procesgang (met waarborgen) en de strafmaat van tuchtmaatregelen meer in de pas te laten lopen met het strafrecht moet de regering maar eens overwegen ook een echelon lager een aanpassing door te voeren in het tuchtrecht: bij de Accountantskamer. M.i. gewoon opdelen en onderbrengen bij de rechtbanken die immers ook bestuursrecht doen. Daardoor kunnen de jurisprudentie van rechtbanken en daarboven van het Algemeen college van beroep aanvullend en corrigerend werken ten opzichte van elkaar. Eén Accountantskamer op één locatie (niks ten nadele verder van Zwolle) onder één voorzitter met een select gezelschap van leden dat 'het' voor het hele land bepaalt - en niet bepaald foutloos zien we regelmatig - lijkt ook voor tuchtrecht in eerste instantie onnodig als men het mij vraagt. In het voorbij kunnen ze graag meteen ook die "openbaar aanklager" in het belang van de samenleving meepikken want die komen we tekort. Ik hoop van harte dat die werkgroep met zoiets verrassends en vertrouwenwekkends komt voor de samenleving, naast het pittiger straffen van slodderaars, graaiers en recidivisten, en plukze vooral ook in hun portemonnee aub. Tenslotte: u refereert aan het feit dat 'een bestrafte accountant het beroep intussen heeft verlaten', en kennelijk zijn het er twee volgens deze uitspraak, en verder weet ik dat er nog een derde is die niet lang na de eerste uitschrijving verkoos, nadat hij van de AK te horen kreeg ondeskundig, onzorgvuldig en onprofessioneel te hebben geopereerd. Waarschijnlijk om het tuchtrecht verder te ontlopen. Daarom zou ik ook hebben kunnen concluderen dat het tuchtrecht dus wèl werkt, maar dat toch maar niet gedaan. Bij voldoende zelfreinigende kracht binnen de beroepsgroep zou dat namelijk niet uit vrije wil hebben hoeven gebeuren. Immers ook, als niet waren uitgetreden zou de samenleving dan nu voldoende beschermd zijn geweest? Nee dus.

Chris Versnel

Nog 1 aanvulling c.q. statement: accountancy staat zo ver af van persoongerichte onderzoeken in politiek-bestuurlijke omgevingen (en de meerwaarde ervan ontgaat mij volledig want schoenmaker houd je bij je leest) dat de accountancy er goed aan zou doen terug te keren naar de corebusiness. Een RA die een politiek bestuurder de maat neemt (waarmee eigenlijk en met welk gezag en welke kennis, ervaring en kunde?) en stellige analyses van de cultuur van grote private of publieke organisaties geeft (ook een heel ander vakgebied c.q. tak van sport) maakt op mij een curieuze indruk. Ieder zijn vak! Ik zie overigens grote paralellen tussen deze RABO-zaak en de onlangs besproken tuchtklacht van een oud directeur van Servatius tegen dezelfde voormalige RA. Als ik gelijk heb dan begrijp ik AT:Jan Weezenberg ook heel goed, want wanneer acht de AK bij vaste klanten genoeg=genoeg.

Chris Versnel

AT:Lex een grote stelselwijziging is m.i. niet nodig. Het tuchtrecht van advocaten en medisch specialisten wijkt erg af van die accountants, maar zelfs als dat niet het geval zou zijn het gaat bij de accountancy om een systeemcrisis want de geloofwaardigheid van het beroep staat op het spel als bijvoorbeeld een accountantsverklaring of rapport geen meerwaarde meer heeft. Een saillant detail in deze specifieke zaak is dat het pakweg 14 jaar heeft geduurd alvorens de betreffende RA besloot dat het wijzer was om zijn titel aan de wilgen te hangen teneinde meerdere tuchtstraffen te voorkomen. Ik begrijp de gevoelens van Driessen wel, want als je aantoonbaar bij KPMG vanwege diverse onverkwikkelijke affaires eruit gewerkt bent met je kompanen, dan is de vervolgcarriere voor een relatieve buitenstaander als ik verbijsterend. Ik vrees dat dit slechts mogelijk was door de juiste contacten en even nog een nuancering de door Driessen aan de kaak gestelde praktijken zijn slechts mogelijk als zowel de opdrachtgever en de opdrachtnemer niet integer handelen en dat start al vaak met de totstandkoming van de opdracht. Wat is de ware opdracht achter de opdracht en wordt deze goed "begrepen" door de opdrachtnemer? Vaak betekent een persoongericht onderzoek een persoonsgerichte afrekening en zit de opdsrachtgever helemaal niet op feiten of de waarheid te wachten. Die man of vrouw moet weg of juist blijven en de juiste munitie moet slechts verzameld worden in een rollenspel dat de buitenwereld percipieert als gedegen onderzoek. Met andere woorden het integriteitsprobleem zit helaas dieper de de accountancy die een "afrekening op bestelling" levert. Niet zelden wordt dit soort accountants de hand boven het hoofd gehouden door invloedrijke bestuurders in dit geval van de VNG, want je weet maar nooit welke doos van pandora je opentrekt als de ware motieven openbaar worden.. .

Jan Weezenberg

AT: Lex van Almelo, juridisch medewerker accountant.nl - 25-8-2014 12 Geachte Heer van Almelo, U schrijft: "Het is natuurlijk mogelijk om een tuchtrechter zwaarder toe te rusten. Dat vraagt om een flinke stelselwijzigingen die ook andere beroepen raakt. De wetgever - want die gaat hierover, niet de NBA - zou dan namelijk ook het tuchtrecht voor andere beroepsgroepen moeten aanpassen. Het ligt niet voor de hand alleen de tuchtrechter voor accountants te voorzien van een breder sanctiepalet. Om de wetgever te overtuigen van de noodzaak moet je aantonen dat het tuchtrecht nu onvoldoende functioneert." Een oud spreekwoord zegt Zachte heelmeesters gaan net zo lang te water tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen. Tot het moment dat de wetgever overtuigd is van het onvoldoende functioneren van het tuchtrecht geef ik er de voorkeur aan om maar te spreken van K L U C H T R E C H T. Vriendelijke groet, Jan Weezenberg

Lex van Almelo, juridisch medewerker accountant.nl

Gedupeerden komen er in de (tucht)rechtspleging inderdaad nogal eens bekaaid af. Ik kan me de gevoelens van teleurstelling dus wel enigszins voorstellen. Martien Driessen komt nog met een bijzonder geval op de proppen: een vertrouwenspersoon die het vertrouwen beschaamd heeft. ik begrijp dat het om dezelfde accountant zou gaan als die in deze uitspraak is gewaarschuwd. Als dat juist is, kan ik opmerken dat de NBA inmiddels afscheid heeft genomen van deze vertrouwenspersoon. Het gevoel bestaat dat de desbetreffende accountant ermee weg komt. De tuchtrechter zou nieuwe tools moeten krijgen om de gedupeerde genoegdoening te verschaffen en de beroepsfout niet langer te laten lonen. Het is natuurlijk mogelijk om een tuchtrechter zwaarder toe te rusten. Dat vraagt om een flinke stelselwijzigingen die ook andere beroepen raakt. De wetgever - want die gaat hierover, niet de NBA - zou dan namelijk ook het tuchtrecht voor andere beroepsgroepen moeten aanpassen. Het ligt niet voor de hand alleen de tuchtrechter voor accountants te voorzien van een breder sanctiepalet. Om de wetgever te overtuigen van de noodzaak moet je aantonen dat het tuchtrecht nu onvoldoende functioneert. Een voorbeeld van een accountant die het beroep inmiddels heeft verlaten, lijkt mij daarvoor onvoldoende.

Jan Weezenberg

AT: AT:Wim Nussdelder, 23-8 Ik lees "niet gehinderd door enige rechtswetenschappelijke kennis van zaken ". Dit klopt. Chris Versnel en ik het hebben het namelijk over civielrecht , geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Tuchtrecht en strafrecht hebben slechts betekenis in het kader van bewijs leveren voor onbehoorlijk gedrag, waardoor schade is ontstaan, die in aanmerking komt voor schadevergoeding. Dat gebeurt via dagvaarding voor een rechtszitting. De hoogte van de geclaimde schade dient uiteraard tegenover de rechtbank degelijk te worden bewezen, eventueel met inzet van experts als getuige. De Burgerrechter (Kantongerecht, Hof) beslist over de schadevergoeding via vonnis. Met dit vonnis in de hand kan een gerechtsdeurwaarder de toegekende schadevergoeding incasseren met alle daartoe aangewezen mogelijkheden, zoals beslaglegging, enz.\ Ik hoop dat de teksten van Chris en mij een aanzet zijn voor gerichte actie met betrekking tot tuchtrecht en strafrecht door de daarvoor verantwoordelijke autoriteit. Met vriendelijke groet, Jan Weezenbegr

Wim Nusselder

Beste Lex, Je schrijft over het tuchtrecht, in je weergave van de stellingname van M. Driessen: “Net als bij het strafrecht zou je er dan voor moeten zorgen dat het behaalde voordeel wordt ontnomen.” en -instemmend met Willem X-: “Het tuchtrecht is bij uitstek bedoeld en geschikt om een voorbeeld te stellen voor de andere leden van de beroepsgroep.” Daarop voortbordurend stel je: “de doelen van het strafrecht zijn wezenlijk anders dan die van het tuchtrecht. Want in het strafrecht gaat het vooral om vergelding en in mindere mate om afschrikking (van potentiële wetsovertreders) en voorkoming van recidive ofwel herhaling door de dader. [...] een essentieel verschil is dat voor vergelding geen plaats is in het tuchtrecht. Wraak en de roep om harde sancties horen dus niet thuis in het tuchtrecht.” Niet gehinderd door enige rechtswetenschappelijke kennis van zaken, maar op grond van politieke, morele en economische overwegingen, zie ik het iets anders: Noch in het strafrecht, noch in het tuchtrecht, noch in het civielrecht hoort m.i. wraak/vergelding een rol te spelen. Het verschil tussen de rechtssoorten zou ik zoeken in de verschillende soorten regels die ze handhaven en de verschillende economische ordeningsprincipes die daaraan ten grondslag liggen. Strafrecht handhaaft overheidsregels die dienen om een samenleving als geheel bij elkaar te houden en om kernwaarden van die samenleving zoals duurzaamheid, rechtvaardigheid en veiligheid hiërarchisch en bureaucratisch te implementeren; op hoofdlijnen, want de overheid kan slechts een deel van de economie ordenen op straffe van ontaarding van de samenleving in totalitarisme en dictatuur. Civielrecht handhaaft de overheidsregels die dienen om het ‘speelveld’ voldoende gelijk te houden voor principieel gelijkwaardige contractuele relaties tussen natuurlijke en rechtspersonen in die samenleving. Tuchtrecht handhaaft de eigen regels van een beroepsgroep (of ander subgroep in een samenleving) die dienen om die beroepsgroep bij elkaar te houden en diens maatschappelijke functie te borgen. ‘Behaald voordeel ontnemen’ (en naarmate de pakkans kleiner is meer dan dat) hoort m.i. bij het civielrecht, om voordelen behaald door onvoldoende gelijk speelveld of geweld aandoen van die gelijkwaardigheid teniet te doen. Tuchtrecht heeft als logisch zwaarste sanctie uitstoting uit het beroep (en als dat niet zwaar genoeg is om effectief te zijn verdient die maatschappelijke functie en de beloning daarvoor heroverweging). Strafrecht heeft als zwaarste sanctie volledige en permanente afzondering van de samenleving om de samenleving tegen recidivisten te beschermen (nu verbanning door globalisering van de samenleving niet meer werkt). Sluit dat een beetje aan bij gangbare ideeën in de rechtsfilosofie?

Jan Weezenberg

AT:Chris Versnel, 23-8 Inderdaad time for change. Blijft mijn eerdere vraag: "Dus wie gaat deze kat de bel aanbinden ? Nieuwe vraag : Of wordt het toch weer een kater ? Anders gezegd: Niet mauwen Maar douwen ! Vriendelijke groet, Jan Weezenberg

M. Driessen

Voor outsiders nog even erbij verklaard als afsluiting van deze serie: als iemand zakelijk ten onrechte een stel ezelsoren aangenaaid krijgt door bepaalde commerciële dienstverlening van een zogenoemde "Vertrouwenspersoon" van uw NBA krijg je dit. De traumatische ervaring bewijst helaas dat je tegenwoordig niemand meer kunt vertrouwen, zelfs niet iemand die bij een belangrijke waarheidlievende standsorganisatie een vertrouwenwekkende voorbeeldfunctie vervult, met nota bene het woord "vertrouwen" in de functienaam. (https://www.nba.nl/Documents/projecten/ethiek-aib/interview-vertrouwenspersonen-MCA-feb%202012.pdf) Hopelijk een nuttige bijdrage voor de actuele bezinning in de werkgroep op de vertrouwenscrisis in de beroepsgroep c.q. een perceptie van buiten de groep van de betrouwbaarheid, in het belang van herstel van het vertrouwen in de samenleving. Die 'code oranje' vanuit o.a. de Tweede Kamer lijkt mij vooralsnog gerechtvaardigd. Succes gewenst met het beter afzekeren van de betrouwbaarheid voor de toekomst, top-down graag.

Chris Versnel

Dank AT: Jan Weezenberg. Volgens mij zitten we allemaal in de kern op dezelfde golflengte. Het is time for a change. Niemand heeft mij er tot nu toe niet van kunnen overtuigen dat een "foute"accountant niet in zijn rats zal zitten als hij weet dat hij relatief snel door een robuuste tuchtrechter ter verantwooding kan worden geroepen. In het algemeen is de doorlooptijd van de AK heel rap dus dat gaat goed. Nu nog de juiste tools en zeggen waar het echt op staat. Ook de onderhavige tuchtzaak en directe aanleiding voor alle reacties toont toch aan dat er vreemde dingen gebeuren. Mooi succes voor de Rabobank want die zijn door de uitspraak off the hook van een megaschade, maar je kan toch niet met droge ogen beweren dat 2 zeer ervaren accountants met ca. 75 werkervaring onbedoeld zulke kapitale "fouten" maakten, maar men komt ermee weg en dus loont het. Het is een ingecalculeerd risico geworden in het huidige verdienmodel. Dit soort accountants schaadt uw belangen beroepsgroep dus ook u heeft recht op stevige correctie.Het is allemaal te soft nu.

M. Driessen

Toch nog even speciaal over de functie van het tuchtrecht. Geplukt van de site 'de rechtspraak.nl' van de overheid die het allemaal met de beste bedoelingen voor samenleving en beroepsgroep heeft geregeld het navolgende citaat, dus geen eigen verzinsel uit wraakgevoel of zo: "Tuchtrechtspraak is een vorm van rechtspraak die erop toeziet dat de leden van een beroepsgroep zich aan de gedragsregels van hun beroep houden. Het gaat hierbij om vrije beroepen, zoals artsen, notarissen en accountants. Het doel van tuchtrechtspraak is om de belangen te beschermen van degenen die gebruikmaken van de diensten van de beroepsgroep. Daarnaast kan met tuchtrechtspraak de “eer en waardigheid” van het beroep in stand worden houden". De overheid noemt "de eer en waardigheid van het beroep" niet voorop, logisch, want het eerste belang is leidend voor de maatschappelijke functie. Als antwoord op de vragen van AT:Lex van Almelo "Wil Driessen een beter accountantsberoep? Of wil hij dat een inmiddels uitgeschakelde accountant een flinke douw krijgt?" wil ik dan volgaarne antwoorden: hij stelt een misstand/weeffout mee aan de kaak waar hij op gestoten is, en wil de belangen beter beschermd zien van burgers en ondernemers die - door regels gedwongen of vrijwillig en in vertrouwen - gebruik (moeten) maken van de diensten van het accountantsberoep. En hij wil positiemisbruik en fraude aangepakt zien, voorop voor een bepaalde groep gedupeerden, waaronder kennelijk zelfs een bank waar heel veel mensen en ondernemers graag nóg meer vertrouwen in stellen, maar tegelijk voor alle toekomstige klanten. Een idioot misschien, maar dan een met een missie.

Jan Weezenberg

AT:Chris Versnel - 23-8-, Helemaal met U eens ! Een echt forse straf zal ook de civiele rechter beter kunnen overtuigen dat er sprake is van een affaire waar een forse schadevergoeding op zijn plaats is. Immers de bwijslast is in orde en het oordeel over de ernst van het vergrijp ligt al vast in een uitspraak van een kamer van de collega rechtbank in Zwolle.. Dus een goedkope en effectieve civiele procedure is eenvoudig te ontwerpen. Het maatschappelijk verkeer zal daar ongetwijfeld blij mee zijn. Dus wie gaat deze kat de bel aanbinden ? Of krijg ik hier weer eens een extra verwachtingskloofje erbij ? Vriendelijke groet, Jan Weezenberg

Chris Versnel

Beste AT:Lex er zijn n.a.v. dit artikel tal van waardevolle suggesties aangedragen want zelfs voor de echte kenners is het verwachtingspatroon van tuchtrecht niet altijd even duidelijk. Stel een gedupeerde meent dat een rapport van een RA opzettelijk ondeugdelijk is en dat hij zeer grote schade daardoor leidt ook omdat de civiele rechter terecht of ten onrechte ervan uitgaat dat aan dat accountantsrapport waarde mag worden toegekend, dan zit de gedupeerde met een groot dilemma. Dus was doet deze dan in de praktijk ? Het rapport eerst aanvechten bij de AK en terecht want de meeste civiele rechters zullen zich niet 1,2,3 wagen aan oordeel over dat rapport, ziet men als glad ijs. De weg naar het strafrecht is al helemaal een bietenbrug want welke officier gaat nu echt zijn tanden zetten in een vermeend valselijk rapport ? Dat wordt een sepo denk ik. Terwijl accountants een maatschappelijke functie hebben komt de gedupeerde van opzettelijk ondeugdelijk handelen er dus wel erg bekaaid af in ons rechtssysteem. Met andere woorden ook op dit vlak is modernisering nodig en wenselijk want het is een van de leemten die de verkeerde soort RA's stimuleren. Een flinke straf door tuchtrechter wat zou daar mis mee zijn ? Dan maar tuchtrecht op nieuwe leest schoeien want deze lijkt niet meer van deze tijd. Als je bedrijf of je loopbaan verwoest zijn door zo'n vals accountantsrapport dan voelt een waarschuwing een beetje vreemd of niet soms? Weg met deze vorm van protectionisme!

M. Driessen

Beste AT:Lex van Almelo, Mooie reactie. Dank. Omdat de beroepsgroep helaas heeft gefaald in uw "Zo nodig door de rotte appel uit de mand te wippen" en het tuchtrecht onvoldoende blijkt voor lange termijn-verbetering van lieden die m.i. de titel (register)accountant onwaardig zijn moet het strafrecht aanvullend werken ja. Het gaat niet om wraak zoals u het duidt. Het gaat om rotte appels en om gerechtigheid. Om je gelijk moeten halen waar je het hebt maar het niet krijgt omdat anders een koninkrijk instort. Tsja, als een of meer douwen vanuit uw voorname beroepsgroep de samenleving duidelijk onvoldoende beschermt tegen het hiervoor bedoelde type representant dan moet er maar iets vanuit de samenleving zelf gebeuren. Overigens: u weet ik sta niet alleen maar maak deel uit van een samenwerkende groep van stumperds die jarenlang moeten aanjagen achter de objectieve waarheid in hun dossiers die door accountants uit uw beroepsgroep met gedragscode vernaaid werd. Stumperds die zelfs tot in de Tweede Kamer gehoor hebben gevonden, als het u niet ontgaan is. Overigens, in uw beroepsgroep zal vanwege de waarheidslievendheid niemand moeite hebben met het boven brengen van onderste stenen, anders gelieve hij/zij zich hier te melden.

Lex van Almelo, juridisch medewerker accountant.nl

Wat is een passende maatregel? Volgens M. Driessen is dat een maatregel die ervoor zorgt dat scheve praktijken niet lonen. Misdaad mag immers ook niet lonen, lijkt hij te denken. Net als bij het strafrecht zou je er dan voor moeten zorgen dat het behaalde voordeel wordt ontnomen. Willem X schrijft vanuit pedagogisch perspectief terecht dat een waarschuwing gericht is op de toekomst. Heeft het zin om een reeds uitgeschreven accountant te waarschuwen? Nee, maar al die andere ingeschreven accountants wel! Het tuchtrecht is bij uitstek bedoeld en geschikt om een voorbeeld te stellen voor de andere leden van de beroepsgroep. Daarbij geeft de zwaarte van de sanctie de mate van afkeuring aan. Een tuchtzaak begint met een klacht. Meestal klaagt de gedupeerde. Dit betekent echter niet dat het tuchtrecht bedoeld is om de klager genoegdoening te verschaffen. Het tuchtrecht is vooral bedoeld om de leden van de beroepsgroep duidelijk te maken wat wel en niet door de beugel kan. Met het tuchtrecht moet de beroepsgroep zichzelf kunnen reinigen. Zo nodig door de rotte appel uit de mand te wippen. Er zijn parallellen met ander rechtsgebieden, zoals het strafrecht. Maar de doelen van het strafrecht zijn wezenlijk anders dan die van het tuchtrecht. Want in het strafrecht gaat het vooral om vergelding en in mindere mate om afschrikking (van potentiële wetsovertreders) en voorkoming van recidive ofwel herhaling door de dader. In wezen verschillen tuchtrecht en strafrecht niet zo veel. Maar een essentieel verschil is dat voor vergelding geen plaats is in het tuchtrecht. Wraak en de roep om harde sancties horen dus niet thuis in het tuchtrecht. Misschien moet de heer Driessen zich afvragen waarom hij zo'n moeite heeft met de lichtere sanctie vanwege het onredelijk lange tijdsverloop - een verlichting die, zoals Arnout van Kempen terecht schrijft, zelfs voorkomt in het strafrecht. Wil Driessen een beter accountantsberoep? Of wil hij dat een inmiddels uitgeschakelde accountant een flinke douw krijgt? Voor de bevrediging van wraakgevoelens is het tuchtrecht, zoals gezegd, niet bedoeld.

M. Driessen

Beste AT:Wim Nusselder, Voldoende bewijs is voorhanden dat het tuchtrecht onvoldoende effectief is om professionele recidive voor te blijven (speldenprikjes doen een doortrapte overtreder weinig of geen pijn, ook financieel niet echt, het ebt gauw genoeg weg, en wie maalt er wat later nog om). Ik ben daarom óók voorstander van de door u bedoelde "hardere institutionele scheidslijnen tussen straf- en tuchtrecht". Dan zien en snappen zowel insiders als outsiders beter wanneer ze, aanvullend op een tuchtrechtelijke klacht, ook strafrechtelijk aangifte kunnen/moeten doen in de ernstigere gevallen. Het risico op een strafblad bij veroordeling mag gerust wat latenter wordt en blijkt zelfs nodig, laten we er geen doekjes om winden. Ik doel hierbij op de zwaardere gevallen van herhaaldelijk verboden partijdig en/of bewust fout = vals adviseren/rapporteren in strijd met feiten en waarheidsvinding. Zeg maar professioneel frauduleus gedrag met valsheid in geschrifte. Zeker voor de betrapte (recidive-)witteboordcriminelen binnen uw beroepsgroep is het bovendien belangrijk dat die bij een aangifte onverbiddelijk worden aangepakt door O.M en rechterlijke macht. Alleen zachte tuchtrecht-heelmeesters hebben immers niet kunnen doen voorkomen dat zowaar uw hele voorname beroepsgroep in diskrediet en aan het wankelen is gebracht..., thans op zoek naar de enig juiste afstelling van het werkkompas voor de dagelijkse praktijk (terwijl iedereen de theorie zo goed kent). Die recidive-representanten van uw beroepsgroep horen feitelijk natuurlijk uitgestoten te worden en sommige zelfs achter de tralies, zodat misdadig gedrag niet alleen maar loont. Gezien de ontwrichtende gevolgen van hun praktijken moeten zij zwaarder gestraft waar het tuchtrecht slechts wat pampert zonder de echte shit voor te blijven, zo is bewezen. Want als een onbetrouwbare tuchtrecht-recidivist bv. toch slim blijft roepen dat zijn/haar integriteit niet ter discussie staat en hij/zij bovendien beste maatjes blijkt met bv. de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie, en met de VNG (die het allemaal prima vinden dus het zal wel kloppen denken brave mensen dan) dan gelooft zowat iedereen het in de samenleving, terwijl het niet zo is. En juist om het behoeden van de samenleving voor de verraderlijke valkuil om met dat soort lieden in zee te gaan gaat het nu precies. Benieuwd hoe die werkgroep van jullie dit ziet, of die ook vindt dat dat tuchtrecht in preventieve zin bewijsbaar te slap werkt, misschien wel mede door relatie-aspecten (bv. oud-collega's die bij de Accountantskamer klachten over oud-collega's mee moeten/mogen beoordelen en de strafmaat mee bepalen).

Wim Nusselder

Beste Chris, Het voordeel van duidelijker onderscheid en hardere institutionele scheidslijnen tussen straf- en tuchtrecht zou kunnen zijn dat er een duidelijker onderscheid komt tussen - de publieke functie van de extern controlerend accountant als verlengstuk de overheid (diens rol in de handhaving van wet- en regelgeving) en - de publieke functie van accountants in het algemeen als ‘vertrouwenspersoon in het maatschappelijk verkeer’ op grond van eigen professionele roeping. (Daarnaast is er dan nog het civielrecht dat -in dit geval- betrekking heeft op de private rol van de accountant in zijn marktrelaties met andere spelers in het maatschappelijke verkeer, als controleur, samensteller, adviseur etc., als ik e.e.a. goed begrijp als niet-jurist.)

Chris Versnel

Ik hoop van ganser harte dat tuchtrecht nieuwe stijl ook een wezenlijke bijdrage kan gaan leveren aan de verbetering van het imago van de beroepsgroep. Laat deze kans niet onbenut. Het huidige tuchtrecht is ok, maar kan robuuster met meer instrumenten voor de tuchtrechters en ja het is een mix van strafrecht en tuchtrecht oude stijl. Wat is daar mis mee?

M. Driessen

Recidive wil niet zeggen dat je je leven/werken niet kunt verbeteren en dat de samenleving je niet vergeeft. Bv. ondanks tuchtrechtelijke staat van dienst kun je misschien best nog een vooraanstaande rol spelen in een standsorganisatie, als bestuurslid of vertrouwenspersoon. Echter als je je dan stom opnieuw en voorspelbaar in de tuchtrechtelijke picture werkt zal er aan zo'n functie toch een eind moeten komen, in het belang van de organisatie die tenminste de schijn van onkreukbaarheid hoog zal willen houden. Ook al meen je zelf nog steeds dat jouw integriteit boven iedere twijfel verheven is en je dat ook hard tegen journalisten blijft roepen, je hebt zelf gezorgd dat je daarin dan toch weer door de mand valt. Recidive is dus sterk af te raden, juist voor (forensische) accountants die zichzelf heel hoog hebben, of zich zelfs onaantastbaar goed vinden.

M. Driessen

Recidive betekent letterlijk herhaling. De term recidive wordt hoofdzakelijk gebruikt in het strafrecht waar het gaat om herhaling van het plegen van strafbare feiten ofwel: gaan mensen die ooit veroordeeld zijn opnieuw in de fout? Iemand die meerdere keren achtereen zich schuldig maakt aan een strafbaar feit, is een recidivist. Recidivecijfers geven aan in welke mate mensen na een veroordeling in herhaling vallen. Veelplegers zijn criminelen die erg vaak recidiveren. Recidive kan bij de beoordeling door de strafrechter leiden tot een hogere straf. Bij de tuchtrechter daarentegen die om onduidelijke redenen veel te lang doet over een uitspraak kunnen recidivisten binnen een bepaalde beroepsgroep rekenen op coulance. Een opmerkelijk verschil tussen het strafrecht en het tuchtrecht. Het laatste lijkt vanuit de samenleving bezien evenzeer aan herziening toe als het systeem van de accountancy voor het onderdeel waarin de controleur die het maatschappelijk belang dient betaald wordt door de gecontroleerde zelf. Een makkie voor die werkgroep toch?

Chris Versnel

Zie ook over cowboys en accountants. Let wel het artikel is 13 jaar oud! http://www.recht.nl/proxycache.html?cid=1826

Willem

Arnout, Helemaal mee eens. Maar dan zal in de praktijk het onderdeel straf (of tucht :)) wel actief moeten worden overgenomen door het landelijk parket door het toepassen van Sr en bijbehorende Sv. Wanneer dit in de praktijk ontbreekt heeft dit ook effect op het vertrouwen in de beroepsgroep. Mischien is het wel daarom dat het huidige tuchtrecht het idee of gevoel van beide kanten heeft.

M. Driessen

En de oplossing in zo'n ultiem recidive-geval is: een beroepsverbod voor het leven. "Een schip op het strand is een baken op zee" voor de hele beroepsgroep. Inclusief Nachwuchs want tevens prima studiemateriaal om het prominent tussen de oren te krijgen en te houden, door ieder jaar verplicht op herhaling voorbij te laten varen aan de Costa Accountia.

Arnout van Kempen

Wat mij persoonlijk betreft zou het tuchtrecht niet primair gericht moeten zijn op het straffen van accountants, maar op het vaststellen van (on)juist handelen en het duiden daar van. In die redenering is de vraag die Willem oproept niet relevant. Het feit dat de betrokkenen minder pijn lijden van een waarschuwing nu ze geen accountant meer zijn, is dan bijzaak. Alleen, de wetgever is het niet met me eens. Die heeft immers in de Wtra de mogelijkheid van een boete geïntroduceerd. Wat mij betreft een principieel verkeerde keuze, maar het is wel de gemaakte keuze. En de AK is het, daar wijst M. Driessen impliciet op, ook al niet met me eens. Door een trage uitspraak mee te wegen in de zwaarte van de maatregel zegt de AK feitelijk dat het doel van de maatregel is te straffen. Immers, het straf-effect van de maatregel wordt weggestreept tegen het veronderstelde straf-effect van het lange wachten. In het strafrecht zijn dat soort overwegingen van rechters heel normaal, in het tuchtrecht bestond dat vóór de Wtra nog niet, als mijn geheugen me niet in de steek laat. Kortom, het wordt wel eens tijd dat we hom of kuit krijgen met betrekking tot het tuchtrecht. Is het in feite een specialistische tak van het strafrecht, dan moeten we wat doen aan de bescherming van de verdachte, en wellicht ook aan opsporing en onderzoekscapaciteit. Is het in feite vooral gericht op het helder stellen van algemene normen in specifieke casuïstiek, die de klager vervolgens kan helpen in een civiele zaak, en die het beroep kan helpen in het beter begrijpen van haar normen, dan horen noch boetes, noch aangepaste maatregelen wegens late uitspraken, voor te komen. Verwijzingen naar de werkgroep laat ik, als binnenstaander, achterwege.

Chris Versnel

Stellige kwalificaties zonder deugdelijke grondslag het lijkt zo onschuldig, maar na bestudering van een aantal min of meer vergelijkbare rapporten van de hand van een van deze RA's komt steeds hetzelfde beeld naar voren. Omdat de buitenwereld er op vertrouwt dat zo'n rapport meerwaarde heeft omdat het door een ervaren RA is opgesteld is de niet ingewijde lezer geneigd in eerste aanleg blind te varen op dit soort stellige kwalificaties en wordt overbluft. De gevolgen voor gedupeerden kunnen zeer ernstig zijn en het voelt dan niet goed als de sanctie sorry foutje bedankt is. Een boete was inderdaad beter geweest want welk effect beoogt de AK te bereiken met de inmiddels meest tuchtrechtelijk bestrafte (ex)RA van Nederland? Heeft men de stille hoop dat hij alsnog zijn gedrag aan het einde van zijn loopbaan zal gaan wijzigen, ziet men zijn onlangs verschenen boek als een soort biecht of weet men domweg ook niet meer wat men met hem aan moet?

Willem

De betreffende Registeraccountants zijn niet meer ingeschreven in het register, zoals blijkt uit de kop van het artikel. Hoe kan het in een dergelijk geval dan zijn dat een waarschuwing een passende maatregel is? Mij lijkt een waarschuwing een type maatregel welke is gericht op het voorkomen van toekomstige fouten. Hiervan is in dit geval geen sprake (uitgezonderd het geval waarin beide heren het voornemen hebben zich opnieuw in te schrijven). Wanneer een waarschuwing, een berisping of een (tijdelijke) doorhaling geen passende maatregels zijn omdat de betreffende accountant al is uitgeschreven lijkt mij de enige logische maatregel een boete!

M. Driessen

Dus: als de Accountantskamer er in de tijd een potje van maakt, zoals hier door na de behandeling ter zitting op 24 augustus 2012 zowat 2 jaar over een uitspraak te doen (!), dan hebben degenen die partijdig, ondeskundig en onzorgvuldig hebben gewerkt (sic!) dus geluk qua strafmaat? Want ocharme, ze hebben in onzekerheid verkeerd (en de samenleving is onwetend gebleven over hun thans bewezen disfunctioneren). En de klagende partij die jaren in onzekerheid (en met schade) heeft gezeten? Die moet deze redenering lijdzaam mee ondergaan. We weten intussen allemaal dat scheve praktijken (van wegkijken tot actieve fraude) best wel goed loont binnen deze beroepsgroep, tot dusver. Maar dat gebrekkig ambtelijk functioneren dat nu óók al doet - want dit lijkt pamperen i.p.v. tuchten - is ronduit zorgelijk in deze epoche van zero-tolerance voor fraudeurs en rommelaars. Voer voor de werkgroep die zich momenteel beraadt op de toekomst voor de beroepsgroep, zou je als buitenstaander zeggen.

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.