Jaarrekening

Wat moet de accountant met schattingsonzekerheden vanwege corona?

Het bepalen van het effect van corona op de continuïteitsveronderstelling in de jaarrekening 2019 is uitdagend. Maar wellicht nog uitdagender is het bepalen van het effect op de waardering van bepaalde posten van de jaarrekening of tussentijdse cijfers in 2020. Een complex schattingsproces, dat gepaard kan gaan met forse schattingsonzekerheden. Wat moet de accountant daarmee doen in zijn werkzaamheden en rapportage?

Dennis Serberie

Voor de jaarrekeningcontroles van 2019 is het effect van corona een zogenaamd non-adjusting event. Dat betekent dat de onzekerheden gerelateerd aan het coronavirus geen effect hebben op de waardering van de 2019 jaarrekeningposten, tenzij er sprake is van onontkoombare discontinuïteit (RJ 170.201). Voor boekperiodes met een balansdatum eindigend na 31 maart 2020 zullen de onzekerheden vanwege corona normaliter een effect hebben op de waardering van diverse jaarrekeningposten. Het gaat over jaarrekeningposten die worden gewaardeerd op 'actuele waarde' of op 'kostprijs of lagere marktwaarde'. Posten in de jaarrekening met een schattingselement kunnen als gevolg van corona gepaard gaan met forse schattingsonzekerheden. Immers, de gevolgen van corona zijn onderhevig aan een belangrijke mate van onzekerheid.

Corona grafiek pijl omhoog 900x590

Hoe om te gaan met schattingsonzekerheden in de controle?

De recent aangepaste standaard NVCOS 540 beschrijft hoe de accountant moet omgaan met schattingsonzekerheden bij de controle van financiële overzichten. De aangepaste standaard is per 1 januari 2020 verplicht in werking getreden en mag bij controleopdrachten met betrekking tot rapporteringsperioden die aanvangen vóór 15 december 2019 vervroegd worden toegepast.

Het management dient op basis van haar best estimate een bedrag te bepalen dat in de jaarrekening moet worden verwerkt (de puntschatting) en toelichtingen daarop over de schattingsonzekerheid ontwikkelen. Het management laat zich daarbij leiden door de van toepassing zijnde verslaggevingsregels. De accountant kan deze puntschatting en de daaraan gerelateerde toelichting controleren door het ontwikkelen van een interval. In dit kader is in de aangepaste NVCOS 540 het concept van verkleining van het interval tot een bedrag dat gelijk aan of kleiner is dan de uitvoeringsmaterialiteit, losgelaten. Daarmee worden forse schattingsonzekerheden die een veelvoud zijn van de materialiteit voor de jaarrekening als geheel, expliciet toegestaan (NVCOS 540.A125). Maar kan dat zonder meer?

Wat is de aangepaste aanpak van NVCOS 540 ten aanzien van schattingsonzekerheden?

In de nieuwe NVCOS 540 dient de accountant meer te focussen op de toereikendheid van toelichtingen over de schattingsonzekerheden zoals vereist door de van toepassing zijnde verslaggevingsregels, zo nodig aangevuld met additionele, niet expliciet door de regels vereiste informatie, om een getrouwe weergave te realiseren. Daarom kunnen forse schattingsonzekerheden, mits toereikend toegelicht, worden toegestaan. Dat betekent niet dat de omvang van het interval met mogelijke uitkomsten van de schattingsonzekerheid zonder meer een veelvoud van de materialiteit mag zijn. De accountant moet op basis van de verkregen controle-informatie en zijn professioneel-kritische oordeelsvorming vaststellen dat het interval alleen mogelijke uitkomsten bevat die redelijk zijn. Daarnaast dient de accountant vast te stellen dat de toelichting, die inzicht moet geven in de schattingsonzekerheid, toereikend en niet misleidend is.

Het belang van de toelichting over schattingsonzekerheden

De diverse verslaggevingsregels schrijven uitgebreide transparante toelichtingen voor om gebruikers te voorzien van voldoende informatie om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen. IFRS 9 en IFRS 17 zijn voorbeelden van recente verslaggevingsregels waaruit het vergrote belang van de toelichting duidelijk blijkt. Deze regels vereisen namelijk uitgebreide transparante toelichtingen over de veronderstellingen en parameters die zijn gehanteerd bij de waardering van bijvoorbeeld verliesvoorzieningen op leningen, of voor de technische verzekeringsvoorzieningen. Ook dienen gevoeligheidsanalyses, die andere mogelijke uitkomsten inzichtelijk moeten maken, voldoende te worden toegelicht. Daarmee is de toelichting op de gemaakte veronderstellingen belangrijker geworden en kunnen gebruikers van de jaarrekening deze veronderstellingen en daarop gebaseerde schattingen van het management zelf beoordelen. Daarom dient de accountant ook meer focus te geven aan de toereikendheid van de toelichting van schattingsonzekerheden.

Wellicht ten overvloede merk ik op dat de recente aanpassingen, die het belang van toelichtingen vergroten, niet alleen relevant zijn voor banken en verzekeraars. Ook voor andere sectoren (denk aan vastgoedbeleggers of projectorganisaties) en voor andere  posten in de jaarrekening (denk aan goodwill, onderhanden werk of voorzieningen) zijn genoemde ontwikkelingen in de verslaggevingsregels en de wijziging in NVCOS 540 relevant.

Tot slot is ten aanzien van het belang van toelichtingen de recente publicatie van de European Securities and Markets Authority (ESMA) Public Statement 'Implications of the COVID-19 outbreak on the half-yearly financial reports' vermeldenswaardig. Daarbij roept ESMA opstellers van tussentijdse cijfers, en ook eventueel betrokken accountants, op om ervoor te zorgen dat de toelichtingen, onder andere met betrekking tot schattingsonzekerheden, verder gaan dan de minimum toelichtingsvereisten van IAS 34.

Kunnen schattingsonzekerheden oneindig groot zijn mits toereikend toegelicht?

Er is sprake van een toereikende toelichting van schattingsonzekerheden wanneer de gebruiker op basis van de toelichting een weloverwogen beslissing kan nemen. Schattingsonzekerheden kunnen qua omvang zodanig groot zijn dat, ondanks een uitgebreide transparante toelichting, gebruikers geen weloverwogen beslissing kunnen nemen. In een dergelijk geval bevat de jaarrekening een onzekerheid die van materieel belang of zelfs van diepgaande invloed kan zijn. Er zou dan sprake zijn van een onzekerheid in de verantwoording die omslaat in een onzekerheid in de controle. Bij het niet kunnen verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie die aangeeft dat de jaarrekening geen afwijking van materieel belang bevat, vereist NVCOS 705.6b dat de accountant zijn oordeel aanpast. Afhankelijk van de omvang van de schattingsonzekerheid kan dit tot een oordeel met beperking of oordeelonthouding leiden (NVCOS 705.A1). Het bepalen van het punt dat gebruikers geen weloverwogen beslissing kunnen nemen is een kwestie van professionele oordeelsvorming, die mede afhankelijk is van aard en omvang van de schattingspost en van de sector waarin de entiteit zich bevindt.

Aanpassen verklaring bij forse schattingsonzekerheden maar toereikende toelichting?

Wanneer forse schattingsonzekerheden, die een veelvoud zijn van de materialiteit, op toereikende wijze zijn toegelicht, moeten de gebruikers dan daarop worden geattendeerd? In de praktijk grijpt de accountant vaak naar de paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden om een bijzondere aangelegenheid in de jaarrekening onder de aandacht te brengen. Daarmee kan de accountant een signaal afgeven om gebruikers van de jaarrekening te attenderen op de betreffende bijzondere aangelegenheid.

De kernvraag is of in deze gevallen sprake is van een bijzondere aangelegenheid. Dat het om een fundamentele toelichting gaat is duidelijk, maar ik denk niet dat het de bedoeling is om bij elke schattingsonzekerheid die een veelvoud is van materialiteit een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden op te nemen. Immers, de ontwikkeling in de verslaggevingsregels en de controlestandaarden laat ook zien dat dergelijke forse schattingsonzekerheden niet bijzonder hoeven te zijn. Ook het gegeven dat de forse schattingsonzekerheid door het coronavirus wordt veroorzaakt, hoeft op zichzelf niet bijzonder te zijn. Immers, het is al wereldwijd bekend dat het coronavirus de meeste bedrijven significant raakt. Daarom verwacht ik dat gebruikers de gewenste focus zullen geven aan alle aan corona gerelateerde toelichtingen, inclusief toegelichte schattingsonzekerheden. De toegevoegde waarde van zo'n paragraaf ter benadrukking in de controleverklaring is dan beperkt en kan bij overmatig gebruik ook de effectiviteit van de communicatie van de accountant in dit kader verminderen (NVCOS 706.A6).

Wat moet de accountant met forse schattingsonzekerheden bij beoordeling van tussentijdse cijfers?

Een beoordeling van tussentijdse cijfers is, in tegenstelling tot een controle, niet gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid dat de tussentijdse cijfers geen afwijking van materieel belang bevatten (NVCOS 2410.9). Daarom hoeft bij een beoordelingsopdracht in principe geen gegevensgerichte toetsingswerkzaamheden te worden uitgevoerd. Maar uit NVCOS 2410.29 blijkt dat het noodzakelijk kan zijn om gegevensgerichte toetsingswerkzaamheden uit te voeren op aangelegenheden die tot aanpassingen van materieel belang kunnen leiden. Om te kunnen concluderen over de forse schattingsonzekerheden, zal de accountant dan toch vrijwel dezelfde toetsingswerkzaamheden zoals bij een controle moeten uitvoeren.

Kortom: wat ik uiteen heb gezet ten aanzien van het effect van de forse schattingsonzekerheden vanwege corona op het controlewerk en de controleverklaring, geldt ook voor de beoordeling van tussentijdse cijfers. Dat betekent dat tussentijdse cijfers met forse schattingsposten op de balans voorzien moeten zijn van toereikende toelichtingen over schattingsonzekerheden. Daarbij zal de accountant voldoende werkzaamheden moeten verrichten, om te kunnen concluderen dat de betreffende toelichtingen toereikend zijn.

Proactief zijn en consistentie realiseren

Zoals hiervoor beschreven moet de accountant een hoge mate van professionele oordeelsvorming toepassen bij de controle van schattingsonzekerheden en de daaraan gerelateerde toelichtingen. Ook is ten aanzien van de controle van schattingen sprake van een noemenswaardige recente wijziging in NVCOS 540.

Met de halfjaarcijfers in aantocht en de oproep van belangenbehartigers zoals de VEB om meer beoordelingen op halfjaarcijfers te laten verrichten, zullen accountants vaak worden geconfronteerd met de vraag of het opnemen van een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden noodzakelijk is en hoe met deze forse schattingsonzekerheden om te gaan bij beoordelingsopdrachten. Dit kan resulteren in een inconsistente aanpak van deze vraagstukken door verschillende accountants. Het maatschappelijk verkeer is niet gebaat bij een dergelijke inconsistente aanpak. Daarom roep ik accountants op om proactief te zijn, door alvast over deze vraagstukken na te denken en daarover onderling in overleg te gaan. Door proactief te zijn kan in een due process ook de gewenste consistentie tussen accountants worden gerealiseerd. De NBA kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Dennis Serberie is als senior manager werkzaam bij KPMG Accountants NV.

Gerelateerd

8 reacties

Dennis Serberie

Beste Olivier, dank voor jouw reactie. Het onderwerp van schattingsonzekerheden spelen inderdaad pas bij financiële overzichten met een periode eindigend na de aankondiging van de pandemie. Dus laten we zeggen na eind maart 2020. Vandaar ook mijn oproep om als beroepsgroep hierover te gaan nadenken.

Jan Bouwens

Het is wel bijzonder dat men als het om waarderingen gaat, vasthoudt aan puntschattingen. De informatiewaarde hiervan is veel kleiner dan de informatiewaarde van Point estimates is veel geringer dan de interval estimation. Bij laatstgenoemde kunnen we gebruik maken van schattingen omtrent de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen. De point estimate betrekt eveneens de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen om dit in een getal te verwerken. Bij de interval hebben we de gelegenheid om de uitkomsten bij verschillenden scenario’s te laten zien, de point estimate geeft dat niet. Vanwege de vele bewegende onderdelen zie je veel meer van die beweging in een interval dan in een point estimate terug. Als de accountant gebruik mag maken van intervals, waarom moet het management deze dan niet presenteren, waarna de accountant ze kan controleren? Dit lijkt de omgekeerde weg. Denk maar eens aan kosten. Die kunnen grotendeels vast zijn terwijl omzet volkomen variabel is. Ze kunnen zelfs degressief variabel zijn vanwege inkoopafspraken uit het verleden. Deze bewegingen zie je niet terug in het werk van het management maar zou de accountant wel mee moeten nemen in zijn controle. Waarom zou je daar dan de stakeholder ook niet over informeren?

Olivier Walravens

In het begin van het artikel staat: "Dat betekent dat de onzekerheden gerelateerd aan het coronavirus geen effect hebben op de waardering van de 2019 jaarrekeningposten, tenzij er sprake is van onontkoombare discontinuïteit (RJ 170.201)."

Als geen sprake is van onontkoombare discontinuïteit speelt het onderwerp schattingsonzekerheden vanwege corona dus nauwelijks een rol.

Dennis Serberie

Geachte heer Weezenberg, dank voor de aanvulling. Vind ik heel interessant.

Dennis Serberie

Beste Geert, dank voor de positieve reactie en de aanvulling. T.a.v. jouw vraag inzake mijn vermelding over het oneindig groot kunnen zijn van schattingsonzekerheden is dat uiteraard een mythe. Het is een prikkelende vraag om te tonen hoe moeilijk het kan zijn om op basis van professionele oordeelsvorming in de belevingswereld van gebruikers te treden om te kunnen concluderen dat deze op basis van de toelichting nog een weloverwogen beslissing kan nemen. We zullen samen het juiste antwoord moeten weten te vinden.

Geert de Jonge

Hartelijk dank Dennis voor deze bijdrage. Dit is heel interessante materie. Standaard 540 benoemt het niet als zodanig, maar deze standaard beschrijft eigenlijk de sfeerovergang in de controle van een deterministische (het verleden) naar een stochastische werkelijkheid (de toekomst). In dat laatste geval krijg je dan te maken met toeval, kansen, verdelingen en inperkingen op mogelijkheden. Bijvoorbeeld, als de kas leeg is, dan houdt het spelletje op. Dat was voor corona ook al zo, maar nu is het blijkbaar het moment om hier eens wat meer over na te denken. En onder A125 van de standaard wordt dan het antwoord gegeven op de vraag wat we moeten doen als de schattingsonzekerheid te groot wordt.

Wat mij overigens fascineert is wat je bedoelt met oneindig grote schattingsonzekerheden (“Kunnen schattingsonzekerheden oneindig groot zijn mits toereikend toegelicht?”). Ik ben benieuwd.

J. N. Weezenberg RA

Geachte Heer Serberie,
Korte aanvulling: zie (oudere drukken ?) van Starreveld,
deel 1,Hoofdstuk over informatie t.b.v. beslissingsvoorbereiding.

Starreveld maakt (met verwijzing naar Simon) onderscheid tussen
*beslissen onder zekerheid (conclusies)

*beslissen onder risico (rekenprogramma' met uitkomst alternatieven t.a.v. terugverdientijd, netto contante waarde etc. met per alternatief een optimistische, een pessimistische en een meest waarschijnlijke uitkomst

*beslissingen onder onzekerheid (technieken als heuristiek e.d.)

Vriendelijke groet,

J.N. Weezenberg RA

J. N. Weezenberg RA

Geachte Heer Serberie
U schrijft "Er is sprake van een toereikende toelichting van schattingsonzekerheden wanneer de gebruiker op basis van de toelichting een weloverwogen beslissing kan nemen".

De accountant heeft geen flauw idee, maar de gebruiker zou wel een weloverwogen beslissing kunnen nemen ?

Misschien nuttig voor
de regelgevers nog een keer de teksten van nobelprijswinnaar Herbert Simon over beslissen onder onzekerheid te bestuderen.

Daaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat aan de eis dat de accountant een hoge mate van professionele oordeelsvorming moet toepassen vrijwel nooit zal kunnen worden voldaan (denk ik) .


Vriendelijke groet,
J.N. Weezenberg RA




Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.