Goedkeuring winstprognose toch niet integer
In tegenstelling tot de Accountantskamer vindt het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat een registeraccountant niet integer heeft gehandeld bij de goedkeuring van de winstprognose van Woon Kapitaal.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Zaaknummers:
- 22/1512 en 22/1671
- Datum uitspraak:
- 11 februari 2025
- Oordeel:
- hoger beroep stichting gegrond, klacht gegrond
- Maatregel:
- doorhaling met herinschrijvingsverbod van 5 jaar i.p.v. berisping
- Status:
- definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:CBB:2025:66
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Begin 2018 wordt Woon Kapitaal bv* opgericht met de bedoeling woningen van gepensioneerden te kopen om die daarna weer aan hen te verhuren. Om het benodigde vastgoed te kunnen aankopen geeft de bv obligaties uit. Woon Kapitaal is vrijgesteld van de prospectusplicht, maar stelt toch een prospectus op en vraagt een accountant om een verklaring uit te brengen bij de winstprognose die daarin is opgenomen. In de prospectus staat dat er maximaal 4900 obligaties van 1000 euro zullen worden uitgegeven.
Een werknemer van Woon Kapitaal benadert een administratiekantoor met het verzoek een onafhankelijk verslag te laten opstellen door een accountant, die moet verklaren dat:
- de winstprognose of raming naar behoren is opgesteld op basis van de vermelde grondslagen;
- de boekhoudkundige grondslag voor de opstelling van de winstprognose of -raming in overeenstemming is met de grondslagen voor financiële verslaglegging van de uitgevende instelling.
In mei 2018 stuurt een registeraccountant een 'Goedkeurend onderzoeksrapport bij de Prognose 2019-2029'. Daarin staat onder meer dat:
- deze prognose is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de directie van Woon Kapitaal;
- het de verantwoordelijkheid van de accountant is een onderzoeksrapport inzake de prognose te verstrekken;
- de uitgevoerde werkzaamheden in hoofdzaak bestonden uit het inwinnen van inlichtingen bij functionarissen van Woon Kapitaal, analyses van de cijfers en het vaststellen dat de veronderstellingen op de juiste wijze zijn verwerkt;
- het onderzoek van de gegevens waarop de veronderstellingen zijn gebaseerd geen twijfels doet rijzen omtrent de redelijke basis voor de prognose;
- de prognose is opgesteld en toegelicht in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW;
- de werkelijke uitkomsten waarschijnlijk zullen afwijken van de prognose, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet op gelijke wijze zullen voordoen zoals hier is aangenomen;
- de hieruit voortvloeiende afwijkingen van materieel belang kunnen zijn;
- het onderzoeksrapport uitsluitend bestemd is voor geïnteresseerde beleggers en niet moet worden verspreid onder of gebruikt door anderen.
Op 1 augustus 2019 stuurt Woon Kapitaal alle obligatiehouders het bericht dat de bank "vrij plotseling niet meer wilde meewerken" en zij ongeveer 37,5 procent van hun inleg terugkrijgen. De bv wordt ontbonden en enkele gedupeerde beleggers verenigen zich in de Stichting Beleggersbelangen Woon Kapitaal. De stichting stelt de accountant aansprakelijk en dient een klacht tegen hem in bij de Accountantskamer.
De stichting klaagt er bij de Accountantskamer onder meer over dat de accountant:
- de opdracht niet behoorlijk heeft aanvaard;
- geen behoorlijk onderzoek heeft uitgevoerd;
- het ten onrechte deed voorkomen alsof Woon Kapitaal een deugdelijke winstprognose had voor de periode 2019-2029;
- heeft toegestaan dat het rapport werd verspreid onder geïnteresseerde beleggers, terwijl hij wist dat er geen goed onderzoek was gedaan en het rapport gebrekkig was.
De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen a, b en d gegrond en legt een berisping op. Zowel de accountant als de stichting tekent hoger beroep aan.
Hogerberoepsgronden
Accountant
De klachtonderdelen a, b en d zijn ten onrechte gegrond verklaard en de maatregel is (dus) te zwaar.
Beleggers
Klachtonderdeel c is ten onrechte ongegrond verklaard en de maatregel is te mild.
Oordeel
Het hoger beroep van de stichting is gegrond en dat van de accountant ongegrond.
Hoger beroep accountant
Ad a Opdrachtaanvaarding
De accountant heeft in hoger beroep een e-mailbericht overgelegd van hem aan Woon Kapitaal, waaruit volgens hem blijkt dat hij de opdracht wel degelijk heeft aanvaard conform paragraaf 12 van Standaard 3400 (Onderzoek van toekomstgerichte financiële informatie). Het oordeel van de Accountantskamer is volgens de accountant gebaseerd op onvolledige informatie, omdat zijn computer stuk was en hij aanvankelijk niet bij alle documenten kon. Inmiddels is het de accountant gelukt de documenten uit de gerepareerde computer te krijgen.
Het college twijfelt aan de geloofwaardigheid van het e-mailbericht, onder meer omdat de lay-out afwijkt van een gebruikelijke e-mail en er op drie verschillende momenten van verzending verschillende aanheffen worden gebruikt in opmerkelijke volgordes. Ook als de accountant dit e-mailbericht inderdaad op 8 mei 2018 heeft verzonden, heeft hij niet voldaan aan de regels over opdrachtaanvaarding uit Standaard 3400.
Ad b en d Onderzoek en rapport
In hoger beroep voert de accountant aan dat hij wel deugdelijk onderzoek heeft verricht. Het college vindt dat hij dit (opnieuw) op geen enkele wijze onderbouwt. In zijn onderzoeksrapport staat dat zijn werkzaamheden bestonden uit "het inwinnen van inlichtingen bij functionarissen van de entiteit, het uitvoeren van cijferanalyses met betrekking tot de financiële gegevens en het vaststellen dat de veronderstellingen op de juiste wijze zijn verwerkt". In geen van de stukken waarnaar de accountant in zijn hogerberoepsgronden verwijst, worden zulke werkzaamheden vermeld of onderbouwd. Uit de eigen verklaring van de accountant op de zitting van de Accountantskamer en uit een door hem geaccordeerde weergave van een gesprek tussen hem en de stichting blijkt evenmin dat hij deze werkzaamheden heeft uitgevoerd.
In zijn onderzoeksrapport verklaart de accountant dat de winstprognose is bedoeld voor potentiële beleggers van Woon Kapitaal. Hij heeft een verklaring afgegeven zonder toereikende onderzoekshandelingen te verrichten en zonder deugdelijk onderzoek te doen. Daarmee heeft hij in strijd gehandeld met Standaard 3400 en met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. In het rapport staan bovendien onderzoekshandelingen waarvan moet worden aangenomen dat die niet zijn verricht. Daarmee is de accountant niet eerlijk en niet oprecht opgetreden en heeft hij in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van integriteit.
Hoger beroep stichting
Ad c Ondeugdelijk winstprognose
De Accountantskamer vindt dat de accountant ontoereikend onderzoek heeft verricht naar de veronderstellingen die aan de winstprognose ten grondslag liggen. Om te beoordelen of hier sprake is van een klassieke piramidebelegging zou de Accountantskamer inzicht moeten hebben in de onderbouwing van de veronderstellingen onder de winstprognose, maar dat inzicht ontbreekt, volgens de kamer. Uit de spreadsheet blijkt dat vanaf 2025 sprake zal zijn van een negatieve cashflow. Volgens de accountant was het mogelijk de negatieve cashflow positief te beïnvloeden door woningen met winst te verkopen, zodat de prognose nog behaald zou kunnen worden. Daarom zei de Accountantskamer niet te kunnen vaststellen dat de winstprognose ondeugdelijk is.
Het college meent dat de accountant op basis van de spreadsheet had kunnen en moeten concluderen dat de winstprognose niet deugt. Het college sluit voor dit oordeel aan bij de argumenten die de beleggersstichting aanvoert en die de accountant niet heeft bestreden, te weten dat:
- uit de winst- en verliesrekening/cashflow-prognose op pagina’s 6 en 7 van de spreadsheet blijkt dat Woon Kapitaal van 2019 tot en met 2023 jaarlijks nieuwe obligaties zou uitgeven;
- in 2020 al een deel van de obligaties wordt afgelost;
- in 2026 alle obligaties zijn terugbetaald;
- de obligaties kennelijk looptijden van één tot drie jaar hebben;
- Woon Kapitaal met het geld van de obligatiehouders 41 woningen zou aankopen voor in totaal 10.806.869 euro;
- de spreadsheet ervan uitgaat dat Woon Kapitaal van 2019 tot en met 2028 een negatieve cashflow behaalt uit haar operationele activiteiten;
- beleggers die in de eerste jaren instappen, niet kunnen worden terugbetaald met rendement uit de beleggingen, omdat hun obligaties immers aflopen voordat enige winst wordt verwacht;
- de rentebetalingen en terugbetalingen aan de oude beleggers dan moeten worden gefinancierd door de inleg van de nieuwe beleggers;
- Woon Kapitaal vanaf 2024 geen nieuwe obligaties meer uitgeeft, terwijl de bestaande obligatiehouders wel moeten worden afgelost;
- dit al in 2025 leidt tot een liquiditeitstekort van 6.709.344 euro;
- de spreadsheet niet voorziet in liquiditeiten die Woon Kapitaal nodig heeft om de laatste obligaties af te lossen en de onderneming voort te zetten;
- in 2029 de verliezen ineens goedgemaakt worden met een rendement van 62 procent op de investeringen van de bv, terwijl niet blijkt waarop deze plotselinge winsten zijn gebaseerd;
- die verkoopwinst veel hoger lijkt dan de jaarlijkse waardestijging van 3,5 procent waarvan de spreadsheet uitgaat.
Uit de spreadsheet komt volgens het college naar voren dat:
- de accountant het ten onrechte heeft doen voorkomen dat de winstprognose deugdelijk was;
- Woon Kapitaal vanaf 2025 insolvent zou zijn;
- onduidelijk was hoe de bv nog aan haar verplichtingen tegenover de obligatiehouders zou kunnen voldoen;
- de spreadsheet geen aanknopingspunten bevat voor de begrote plotselinge verkoopwinst in 2029.
De accountant had dit moeten signaleren en rapporteren. De Accountantskamer zei dat zij niet kon vaststellen of het gaat om een klassieke piramidebelegging of opzettelijke misleiding. Voor de beoordeling van dit klachtonderdeel is dat niet noodzakelijk, zegt het college, dat het niet met de Accountantskamer eens is dat de prognose nog gehaald zou kunnen worden door woningen te verkopen. Het verweer van de accountant hield in dat de winst uiteindelijk behaald zou worden door de combinatie van een lage aankoopwaarde van het vastgoed – maximaal 80 procent, maar in een enkel geval zelfs 55 procent van de marktwaarde – en waardeontwikkeling. Op basis van de gegevens in de spreadsheet kun je niet concluderen dat de winstprognose deugdelijk was, terwijl de accountant geen onderzoekshandelingen heeft verricht waaruit zou blijken dat de winstprognose wel deugdelijk was. De accountant heeft dan ook ten onrechte een goedkeurende accountantsverklaring bij de prognose afgegeven en in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Maatregel
Doorhaling met herinschrijvingsverbod van vijf jaar.
De stichting vindt een doorhaling passend, met een termijn van tien jaar waarbinnen de accountant zich niet opnieuw kan laten inschrijven. De accountant vindt een doorhaling in geen enkele verhouding staan tot wat hem wordt verweten. Gezien zijn hoge leeftijd is het illusoir dat hij zich na tien jaar opnieuw inschrijft en met een berisping kan hij zijn laatste werkzame jaren als registeraccountant nog eervol opereren.
De ernst van het gegronde verwijt rechtvaardigt een doorhaling. Omdat het college de accountant in november 2021 al een doorhaling met een verbod tot herinschrijving voor vijf jaar heeft opgelegd, volstaat de Accountantskamer met een berisping. Het college ziet in de eerdere doorhaling (juist) geen reden om een lichtere maatregel op te leggen. De accountant heeft immers opnieuw het tuchtrecht geschonden. Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld deze en deze uitspraak) weegt het college voor de maatregel uitdrukkelijk mee of de accountant het fundamentele beginsel van integriteit heeft geschonden, omdat dit een zeer ernstig verwijt is. Die schending doet zich hier voor. Een doorhaling met een termijn van vijf jaar waarin de accountant niet opnieuw ingeschreven kan worden, is daarom passend en geboden. Die termijn zal gaan lopen op 10 november 2026 als de termijn van de nog lopende doorhaling is verstreken.
Maatregel
Doorhaling met herinschrijvingsverbod van vijf jaar in plaats van berisping.
Annotatie Lex van Almelo
In 2021 heeft het college een registeraccountant een doorhaling opgelegd met een herinschrijvingsverbod van vijf jaar. De accountant-in-business faciliteerde fraude met omzetbelasting en loonheffing en deed namens een klant te weinig aangifte. De strafrechter legde de accountant hiervoor de maximale taakstraf op van 240 uur. De accountant is op dat moment 60 jaar en bijna 31 jaar ingeschreven in het register.
In 2018 laat hij zich voor het karretje spannen van Woon Kapitaal bv uit Heerhugowaard. Dit inmiddels opgedoekte bedrijf wil woningen kopen van senioren tegen 80 of soms zelfs maar 55 procent van de waarde om die vervolgens te verhuren aan de verkopende senioren. Om de woningen te kunnen aankopen heeft Woon Kapitaal ongeveer 11 miljoen euro nodig en geeft daarom obligaties uit. Het bedrijf schakelt een accountant in om de winstprognose goed te keuren. Ondanks de goedkeuring door de accountant worden de obligatiehouders overvallen door de mededeling van Woon Kapitaal dat de bank zich terugtrekt en zij 37,5 procent van hun inleg terugkrijgen. De beleggers verenigen zich in een stichting die de schade op de accountant probeert te verhalen en een tuchtklacht indient.
De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond, onder meer omdat de onderzoekswerkzaamheden van de accountant niet toereikend waren. Het college is hier in hoger beroep fermer over door aan te nemen dat die werkzaamheden niet zijn uitgevoerd. (Overigens twijfelt het college aan de authenticiteit van een e-mail die de accountant in hoger beroep overlegt om aan te tonen dat hij de opdracht wel degelijk heeft aanvaard conform Standaard 3400; wat niet het geval is.)
Ook op een ander punt slaat het college harder met de vuist op tafel. De Accountantskamer durfde niet het oordeel aan dat de accountant de ondeugdelijke winstprognose nooit had mogen goedkeuren en dat het zou gaan om een piramidefonds. De Accountantskamer gaf de accountant het voordeel van de twijfel toen die zei dat winst toch haalbaar was door op termijn huizen te verkopen. Het college kijkt mede op aangeven van de stichting grondiger naar de spreadsheet met de prognose dan de tuchtrechter in eerste instantie deed. We doen een kleine greep uit de (niet bestreden) vaststellingen. Volgens de spreadsheet heeft Woon Kapitaal vanaf 2019 tien jaar lang een negatieve cashflow. De obligaties van de eerste beleggers lopen af voordat enige winst wordt verwacht en de rente- en terugbetalingen aan hen moeten worden gefinancierd uit de inleg van de nieuwe beleggers. De aflossing van bestaande obligatiehouders leidt al in 2025 tot een liquiditeitstekort van 6.709.344 euro, terwijl de spreadsheet niets zegt over hoe Woon Kapitaal de laatste obligaties denkt af te lossen en de onderneming meent te kunnen voortzetten.
Op basis van de gegevens in de spreadsheet kun je volgens het college dus niet concluderen dat de winstprognose deugdelijk was. De accountant heeft ook geen werkzaamheden uitgevoerd waaruit zou blijken dat de winstprognose wel deugdelijk was. Alleen al daarom moet de maatregel hoger uitvallen dan in eerste instantie: een doorhaling die aansluit op de vorige. Het college neemt óók afstand van de motivering van de berisping. Dat de accountant eerder was doorgehaald, ziet het college juist niet als reden om een lichtere maatregel op te leggen. De accountant had toen immers opnieuw de gedragsregels overtreden en, in de ogen van het college, ook het fundamentele beginsel van integriteit.
Vaak is een afwijkend oordeel in hoger beroep toe te schrijven aan de inbreng van een partij die beter beslagen ten ijs komt. In dit geval lijkt het erop dat de gedupeerde beleggers de spreadsheet met de winstprognose steviger onder vuur hebben genomen. Afgaande op de uitspraken van beide tuchtrechters krijg ik de indruk dat de accountantsleden uit de kamer de winstprognose wel iets beter hadden mogen lezen. Zij deinsden terug voor een oordeel over het al dan niet piramidale karakter van het fonds. Het college zonder accountants vindt zo’n oordeel niet nodig om de ondeugdelijkheid van de winstprognose en de ongefundeerde goedkeuring te ontmaskeren.
Als de Accountantskamer destijds geen (extra) munitie wilde aanleveren voor een schadeclaim dan is dat mislukt. De Rechtbank Overijssel heeft in 2023 gezegd dat de prospectus van Woon Kapitaal een oneerlijke handelspraktijk is, dat de beleggers misleid zijn door de verklaring van de accountant en dat die verklaring hun schade heeft veroorzaakt. Hoe groot die schade is, moet nog worden vastgesteld.
*) De naam staat in het vonnis van de Rechtbank Overijssel; het bedrijf bestaat inmiddels niet meer.