Tuchtrecht

Expert Deloitte moet verweer onderbouwen in Vestia-zaak

De derivatenexpert van Deloitte heeft bij de controle van de jaarrekening van Vestia assurance verleend aan het controleteam. Zijn conclusies hadden daarom een deugdelijke grondslag nodig. In een tussenbeslissing geeft de Accountantskamer deze accountant in business vier weken de tijd om het verweer te onderbouwen dat hij over voldoende informatie beschikte.

Accountantskamer

Zaaknummers:
14/583 Wtra AK
Datum uitspraak:
13 oktober 2014
Oordeel:
n.v.t.
Maatregel:
n.v.t.
Status:
tussenbeslissing
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2014:76

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Bij de controle van de jaarrekening 2008 van Vestia schakelt de controleleider van Deloitte in maart 2009 een collega in. Deze 'director Capital Markets' van de Financial Advisory Services moet onderzoeken of de derivatenportefeuille van Vestia voldoet aan de voorwaarden om kostprijshedge-accounting te mogen toepassen.

Op 17 mei 2009 schrijft de derivatenexpert in een memo onder het kopje ‘Bevindingen' onder meer dat:

  • er hedge-documentatie aanwezig is die op enkele punten nader moet worden uitgewerkt om volledig in overeenstemming te zijn met de vereisten van RJ290;
  • kostprijshedge-accounting op consistente wijze wordt toegepast;
  • de afgedekte posities en gebruikte 'hedging instruments' passen binnen RJ290;
  • de onderliggende leningen en hedging-instrumenten in de balans op kostprijs worden gewaardeerd conform RJ290.

De expert concludeert dat hij op basis van de verrichte werkzaamheden en bevindingen van mening is dat Vestia voldoet aan de vereisten van RJ290 om kostprijshedge-accounting toe te passen.

In de jaarrekening 2008 van Vestia staat onder meer opgenomen dat:

  • het resultaat 36,1 miljoen euro was;
  • het eigen vermogen 613,5 miljoen euro was;
  • het balanstotaal 4,5 miljard euro bedroeg;
  • Vestia een (gesaldeerde) derivatenportefeuille had met een nominale waarde van 5,4 miljard euro;
  • de marktwaarde van die portefeuille 762 miljoen euro negatief was;
  • er een post langlopende schulden was van 3,5 miljard euro.

De derivatenpositie was niet verwerkt in de balans maar uitgewerkt in de toelichting. Daarin staat onder meer dat Vestia in verband met de negatieve marktwaarde van haar derivatenportefeuille 255 miljoen euro als zekerheid c.q. in depot heeft moeten storten bij haar banken.

Eind mei geeft de controlerend accountant een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening 2008.

Kort daarna stuurt de treasurer van Vestia de derivatenexpert en zijn collega vier Excel-bestanden toe met nadere informatie over de derivaten. Op basis van deze informatie vragen de expert en zijn collega de treasurer om een toelichting.

Eind juni brengt de expert een memo uit over de 'derivaten Vestia'. Daarin trekt hij de volgende conclusies:

  • de betalingen die door Vestia worden ontvangen uit hoofde van de zes bekeken derivatencontracten zijn allemaal gerelateerd aan de EUR-rente;
  • de betalingen die Vestia volgens deze contracten moet doen, zijn allemaal gedenomineerd in EUR;
  • de betalingen die Vestia volgens deze contracten moet doen zijn niet steeds alleen maar gerelateerd aan bewegingen in de EUR-rente, waardoor de marktwaardeontwikkeling ook afhangt van de USD-, de GBP- en de CHF-rentecurve;
  • de genoemde betalingen in alle gevallen zijn gemaximeerd;
  • de marktwaardeberekening van het vierde, vijfde en zesde contract alleen kan worden berekend met complexe wiskundige modellen.

Op 11 augustus 2009 brengt Deloitte FAS een 'rapport van bevindingen m.b.t. kostprijshedge accounting' uit aan Vestia. De inhoud hiervan stemt grotendeels overeen met het memo van 17 mei 2009.

Strafzaak

Het functioneel parket van het Openbaar Ministerie verdenkt de treasurer van oplichting en witwassen. In het kader van het strafrechtelijk onderzoek neemt het OM cliëntdossiers van Vestia in beslag bij diverse accountantskantoren en -organisaties, waaronder dat van Deloitte FAS. In 2013 horen medewerkers van de FIOD en de rechter-commissaris de derivatenexpert en twee (toenmalige) collega's/medewerkers als getuigen.

De expert verklaart in de getuigenverhoren onder meer dat hij:

  • zich voor zijn indruk van de administratieve organisatie/interne beheersing van Vestia alleen heeft gebaseerd op informatie van het controleteam;
  • niet heeft gekeken naar het treasury-beleid van Vestia en de verslagen van de treasury-commissie van Vestia;
  • niet heeft gekeken naar de juistheid en volledigheid van de leningenportefeuille en de derivatenportefeuille omdat hij mocht aannemen dat dit was vastgelegd door het controleteam;
  • niet heeft gekeken naar de (pre-)confirmations/contracten van de banken inzake de derivatentransacties;
  • de informatie kreeg van de treasurer van Vestia en dat hij heeft aangenomen dat daarover afstemming is geweest met het controleteam;
  • de kasstroom uit de leningenportefeuille heeft afgezet tegen de kasstroom uit de derivatenportefeuille;
  • niet weet of Vestia bepaalde derivaten buiten de hedge heeft willen laten vallen en dat een onderzoek daarnaar niet onder zijn opdracht viel;
  • vindt dat het controleteam zou moeten bekijken wat hij niet bekeek, omdat dat team alle stukken had waarmee hij heeft gewerkt;
  • zich niet kan herinneren dat hij de geldstroom heeft onderzocht rond de opties;
  • zich niet kan herinneren dat Vestia alleen maar door haar geschreven 'swaptions' (opties op renteswaps) had;
  • niet voor alle swaptions heeft bekeken of er een 'cap' op zat die het risico beperkte, maar slechts een steekproef heeft gedaan;
  • om de effectiviteit van de hedge te bepalen de hoofdsommen van de derivaten en de leningen heeft vergeleken, maar daarin de swaptions niet heeft meegenomen;
  • is afgegaan op de bevestiging van Vestia dat er voldoende leningen waren ten opzichte van de derivaten;
  • de bevindingen van een collega relevant vond voor de beoordeling of kostprijshedge-accounting kon worden toegepast en dat hij aanneemt dat deze collega hem tijdig heeft geïnformeerd, maar de informatie pas op 22 juni 2009 formeel heeft gedocumenteerd;
  • ondanks zijn kritiek op de AO/IB, het treasuryplan/mandaat en de door Vestia ingenomen derivatenposities toch vond dat Vestia kostprijshedge-accounting kon toepassen omdat hij "meer de diepte is ingegaan" en "door de interactie met Vestia een beter beeld heeft gekregen".

Tuchtklacht

Het functioneel parket van het Openbaar Ministerie dient een klacht tegen de expert in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant is bij zijn werkzaamheden lichtzinnig, te weinig kritisch en daardoor laakbaar, ondeskundig en onzorgvuldig opgetreden, omdat hij op 17 mei 2009 een onvoldoende deugdelijke grondslag had voor zijn conclusie nu:

  • er na het trekken en verspreiden van die conclusie nog substantiële werkzaamheden zijn verricht;
  • het overigens discutabel is of de reikwijdte van de verrichte werkzaamheden steun biedt voor de getrokken conclusie.

Oordeel

De Accountantskamer oordeelt nog niet over de vraag of de expert een deugdelijke grondslag had voor zijn conclusie. Wel stelt de kamer dat hij inderdaad een deugdelijke grondslag had moeten hebben. Ook als accountant in business die niet verbonden is aan een accountantspraktijk en die zijn memo niet heeft ondertekend als RA.

Er gelden voor een accountant in business geen lichtere eisen dan die voor de controle zelf. De informatie die een accountant opstelt moet namelijk in overeenstemming zijn met de relevante voorschriften in de gegeven context. In dit geval is die context een verslaggevingsvraag die van materieel belang was in de controle van de jaarrekening: voldeed de derivatenportefeuille van Vestia aan de voorwaarden om kostprijshedge-accounting te mogen toepassen.

Het antwoord op die vraag was van wezenlijk belang voor zekerheid die de controlerend accountant moest verschaffen in het kader van de jaarrekeningcontrole. Vanwege die zekerheid gelden voor een accountant, die buiten het controleteam een deel van de controlewerkzaamheden doet, dezelfde deskundigheids- en zorgvuldigheidseisen als wanneer deze werkzaamheden binnen het controleteam zouden zijn uitgevoerd.

Overigens ligt het in dit geval voor de hand de expert aan te merken als openbaar accountant, gezien:

  • de definities van 'assurance-opdracht' (in de VGC onder g., q., f. en d.), van 'openbaar accountant', 'accountantspraktijk' en 'accountantskantoor';
  • de aard van zijn werkzaamheden;
  • zijn verbondenheid met (het controleteam van) Deloitte Accountants bij deze opdracht.

Assurance en deugdelijke grondslag

De expert heeft in zijn memo niet vermeld volgens welke maatstaf en/of standaard hij het heeft opgesteld. Het memo bevat een 'conclusie' met concluderende bewoordingen die volgens de Accountantskamer alleen maar bedoeld kunnen zijn om het vertrouwen van de beoogde gebruiker te versterken in de uitkomst c.q. de juistheid van de inhoud van het memo. In dit geval was de controlerend accountant van Vestia de beoogde gebruiker.

Wijzend op de paragrafen 7 en 15 van het Stramien voor Assurance-opdrachten concludeert de Accountantskamer dat de expert met zijn memo had moeten aansluiten bij NVCOS 3000. "Het gaat in dit geval immers om een stuk waarin betrokkene in een specifieke opdracht en in verband met de controle van een jaarrekening tot een bepaalde uitspraak komt, die de facto ten doel had het standpunt van de controle-cliënt van betrokkene's opdrachtgever te ondersteunen/bevestigen en waarvan gezag uitgaat, enkel vanwege het feit dat een accountant tevens zijnde derivatenspecialist dit stuk op het gebied van verslaglegging van derivaten heeft opgesteld. Aan het memo moet dan ook het karakter én gewicht van assurance worden toegekend."

De  Accountantskamer haalt in dit verband nog noot 5 bij paragraaf 12 van het Stramien aan. Daarin staat expliciet: "Iedere vorm van dienstverlening die voldoet aan de definitie van een assurance-opdracht is geen adviesopdracht maar een assurance-opdracht." De getrokken conclusie had dus in ieder geval moeten berusten op een deugdelijke grondslag en de expert moest dus voldoende (geschikte) assurance-informatie hebben.

De expert zegt dat hij daar wel degelijk over beschikte, maar dat zijn collega dit pas later heeft gedocumenteerd. In zijn verweer zegt hij ook dat de klager maar moet aantonen dat hij te weinig goede informatie had. Aan zijn verklaringen tegenover de FIOD kan de Accountantskamer volgens hem geen gewicht toekennen, omdat hij zich niet (inhoudelijk) had voorbereid op het verhoor. Hij dacht toen namelijk dat het verhoor alleen zou gaan over het handelen van de treasurer.

De Accountantskamer vindt dat je bij "een onderbouwde, gesubstantieerde en niet op voorhand onaannemelijke klacht" als deze van de accountant mag eisen dat hij zijn verweer mede baseert op en onderbouwt met alle relevante stukken uit het dossier. Niet alleen vanwege zijn deskundigheid maar ook omdat hij over die gegevens beschikt. Als hij dat niet doet, is het aan de tuchtrechter om te bepalen of en hoe dat moet worden gesanctioneerd. Bovendien is het verweer dat de accountant wel degelijk voldoende assurance-informatie had niet aannemelijk als hij dat niet met stukken onderbouwt.

De Accountantskamer vindt het in de gegeven omstandigheden onvoldoende gerechtvaardigd dat de expert niet alle relevante stukken uit zijn dossier aanvoert die zijn verweer kunnen staven. Dat de klacht helderder verwoord had kunnen worden, is geen goede reden. Dat de klager het dossier in beslag heeft genomen ook niet. De expert heeft het OM slechts kopieën verstrekt en in ieder geval niet het logboek van het elektronisch dossier.

De Accountantskamer geeft de expert alsnog vier weken de tijd om de stukken uit zijn (elektronisch) dossier over te leggen en zijn verweer te onderbouwen.

Maatregel

N.v.t.

14 reacties

Willem Gravesande

Bij een risico-analyse van de derivaten portefeuille was gebleken dat het lange termijn risico extreem hoog is, zie bijvoorbeeld ook http://www.accountant.nl/Accountant/Opinie/Meningen/De+renteswap+1.aspx Los van het toepassen en toetsen aan de exacte regels kan een accountant de gedane observaties bij een risico-analyse ook opnemen in een kernpunt ('key audit matter'), zie bijvoorbeeld ook http://www.accountant.nl/Accountant/Debat/NBA/Transparant+over+de+controle.aspx De accountant heeft bij de controle ook een publiek belang en dit is bij Vestia onder andere ook het belang van de huurders. Op https://wuala.com/QuantumRandomnessApplications/Finance/Examples/Bankruptcy is nog een aardig voorbeeld te vinden van een risico-analyse. Let bijvoorbeeld eens op het percentage defaults dat uit zulke simulaties komt.

Marcel Pheijffer

AT: Arnout Ik heb op diverse punten verduidelijking aan de hand van de uitspraak proberen te geven. In een eerdere reactie gaf je aan dat het voor mij frustrerend was dat ik feiten aandraag die de visie van de AK niet ondersteunen. Ik heb willen aangeven daar geenszins door gefrustreerd te zijn. Als bekend sta ik Vestia bij in de klachtprocedures tegen de controlerend accountants van KPMG en Deloitte. De kwestie waarin het in bovenstaande om gaat betreft een klachtprocedure waarbij ik geen rol speel en dus geen belang heb of vertegenwoordig. Dat heb ik willen zeggen, niet meer en niet minder. Volgens mij maak ik niet de denkfout die jij suggereert. Het openleggen van het dossier van de derivatenspecialist kan het oordeel van de AK door de feiten die dan naar boven komen, bevestigen, ontkrachten of doen bijstellen. Let wel dat de AK zeer specifiek oordeelt door de woorden 'in dit geval' te hanteren. Wellicht doet de einduitspraak ook jouw oordeel bijstellen. Maar over dat alles thans speculeren heeft weinig zin. Tot slot je referentie naar de zaak-Peper en hetgeen je daarbij aanvullend stelt. We reageren nu op elkaar onder een analyse van een tuchtrechtelijke uitspraak en niet onder een blog van mij. De blog van mij - elders op deze site - waarin ik iets zeg over de tussenbeslissing inzake Vestia, bevat in het licht van onze discussies in mijn ogen de volgende relevante passages waarin ik duiding probeer te geven aan de relevantie van de uitspraak, namelijk: 'Een voor de praktijk uiterst belangrijke beslissing. Ten eerste voor accountants die een opdracht ten behoeve van een controleopdracht uitvoeren. Die moeten aan hoge eisen voldoen als hun rapportage ten behoeve van de controle wordt gebruikt. Overigens dienen zij als hun rapport conclusies bevat - zelfs los van de vraag of assurance wordt verstrekt - aan algemeen fundamentele beginselen te voldoen inzake bijvoorbeeld deskundigheid en zorgvuldigheid. Ten tweede is de uitspraak van belang voor controlerend accountants: als door hen ingeschakelde specialisten een rapport verstrekken dat ten behoeve van de controle wordt gebruikt, moet de accountant vaststellen of dat rapport aan de hoge eisen voldoet. Zo niet, dan is er sprake van een 'controlegat' en dient de accountant zelf aanvullende werkzaamheden te verrichten. Hetgeen blijkt uit zowel de beslissing van de Accountantskamer inzake Econcern als die over Vestia.' Ik sta achter beide punten die ik maak, waarbij ik het eerste punt met name stoel op een redenering vanuit de fundamentele beginselen, een anker dat de AK overigens ook gebruikt. En hetgeen een anker is waaraan het CBb ook dient te toetsen. Ik ben voornemens de discussie van mijn kant nu te sluiten. Zodra er einduitspraken zijn zal ik mij zeker weer in de discussie mengen.

Arnout van Kempen

Beste Marcel, Wederom dank voor het aandragen van feiten, maar wederom raken ze mijn argumenten niet. Ik verbaas me over de ingezette lijn van de AK, en reken op een correctie door het CBB als de AK deze lijn volhoudt. Tussenuitspraak of niet, de AK heeft een, zoals door mij beargumenteerd en op geen enkele wijze nog inhoudelijk bestreden, roekeloze weg gekozen. JE maakt echt een denkfout als je mijn kritiek op de gekozen weg van de AK beantwoord met het feit dat de uitkomst van die weg nog niet vast ligt. Het maakt mij niet uit of de AK op basis van een volstrekt verkeerde denkwijze tot deze of gene conclusie komt. Ik heb geen idee, en geen interesse, of de derivatenspecialist zijn werk goed gedaan heeft. je eerste punt mist dus relevantie voor mijn argumenten. Je tweede punt is iets relevanter, maar ook beperkt. Ik constateer slechts dat de AK de klachten ongegrond verklaarde, om vervolgens van een geconsulteerde deskundige (COS 220 of 620) te eisen dat deze een deugdelijke grondslag aantoont bij een memo dat onderdeel is van het dossier dat volgens de AK een deugdelijke grondslag gaf. En wel door te stellen dat een individueel memo uit een dossier op zichzelf een assurancerapport zou zijn (COS 3000). Dat het CBB anders kan denken over de deugdelijke grondslag van de controlerend accountant zou zomaar kunnen. Maar verandert daarmee de visie van de AK ineens? Dat zou bijzonder zijn. Het roept nog een extra vraag op: als het CBB de uitspraak van de AK over de controlerend accountant herziet, moeten dan de accountantsleden van de AK zelf een tuchtklacht verwachten? Immers, hun mening, die heeft bijgedragen aan een alsdan onjuist oordeel, kan volgens de AK zelf kennelijk gezien worden als een assurancerapport volgens COS 3000, dat alsdan onjuist is gebleken. Dan nog een vraag over je opstelling in deze discussie: sinds het oordeel over de forensisch accountant die door Bram Peper werd aangeklaagd weten we dat accountants nooit alleen maar feiten geven, dat de presentatie van de feiten zelf al een conclusie of oordeel communiceren. Je kiest er voor een blog te schrijven en feiten te presenteren die ogenschijnlijk mijn standpunt verzwakken maar feitelijk niet ingaan op mijn argumenten danwel die versterken. En je doet dat omdat je stelt dat je niet inhoudelijk er op in te kunnen gaan, terwijl je tevens stelt geen enkel belang te hebben. Waarom kan je er dan niet gewoon inhoudelijk op reageren? Ik hoor graag waarom ik ongelijk heb. Maar mag ik dan wel vragen om een inhoudelijke, beargumenteerde reactie?

Marcel Pheijffer

AT: Arnout Ik hou het weer bij feitelijkheden en niet meer dan dat. 1. De AK heeft in de zaak van de derivatenspecialist nog niet definitief beslist doch een tussenbeslissing genomen. De derivaten specialist dient nu diens dossier open te leggen en dan zullen we zien wat het oordeel van de AK zal zijn. Daarvoor (te) grote conclusies kan prematuur zijn. 2. Ten aanzien van de controlerend accountant (dus een andere tuchtzaak) stel je: 'De controle-accountant dient, als de deskundige om welke reden dan ook onvoldoende werk heeft geleverd, daarop te reageren. Kennelijk is dat afdoende gebeurd, volgens de AK, die klachten tegen die accountant ongegrond verklaarde.' Of dat afdoende is gebeurd staat ter discussie in hoger beroep. Ook over die zaak is derhalve geen eindoordeel geveld, zodat enige terughoudendheid van ieders kant thans gepast is. Tot slot en voor de goede orde: geen frustraties aan mijn kant. Het oordeel is aan de tuchtrechters, niet aan mij. Ik heb ook geen belang in deze.

Arnout van Kempen

Exact Geert. Exact. Maar daar gaat de klacht, volgens bovenstaande samenvatting dus NIET over. Ik ben het overigens met je eens dat je, strikt genomen, ook 620 niet zou moeten toepassen, maar voor het geheel van de constatering dat de AK aan het verdwalen is in een zelf opgericht bos, doet dat niets af. Het kernpunt is met 620 en 220 hetzelfde: het gewraakte memo is onderdeel van een controledossier, en vormt daarmee mede de deugdelijke grondslag die door de AK al erkend is, voor de controleverklaring. Het memo zelf moet natuurlijk deugen, maar het is noch aan het OM, noch aan de AK, zich daar mee te bemoeien. De controle-accountant dient, als de deskundige om welke reden dan ook onvoldoende werk heeft geleverd, daarop te reageren. Kennelijk is dat afdoende gebeurd, volgens de AK, die klachten tegen die accountant ongegrond verklaarde. De AK is bezig geschiedenis te schrijven. Heel bijzondere geschiedenis. Mijn gok is dat het CBB die geschiedenis net zo vlotjes weer gaat uitgummen.

Geert de Jonge

NV COS 620 valt af omdat het hier om deskundigheid om het gebied van financiële verslaggeving en controle gaat. De toepasselijke standaard is gewoon 220.18 consultatie en dat is allemaal niet zo spannend en betreft een geheel interne aangelegenheid en de accountant blijft ongedeeld verantwoordelijk. Waar het mis lijkt te gaan is pas op 11 augustus 2009 als FAS een rapport van bevindingen uitbrengt aan Vestia. Op dat moment treedt betrokkene met zijn rapportage in de openbaarheid en is hij gehouden aan de fundamentele beginselen van de toenmalige VGC, deskundigheid, zorgvuldigheid etc.. Daar zou een eventuele klacht dan ook over moeten gaan.

Arnout van Kempen

Opnieuw dank Marcel. Je gaf al aan dat je niet inhoudelijk op de zaak kon ingaan, dus dat was duidelijk. De drie punten die je aangeeft bevestigen alledrie mijn visie. Het betrof dus géén assurance-rapportage van een accountant bij een object van een verantwoordelijke partij met als doel het vertrouwen van een gebruiker in dat object te vergroten. De AK maakt dus, zo bevestig je (kennelijk ongewild) gewoon een denkfout. Ik probeer geen discussie met je uit te lokken, je bent steeds duidelijk dat je, naast je blog over deze casus, niet bereid of in staat bent inhoudelijk te reageren. Dat is zonder meer prima. Ik kan me wel voorstellen dat het voor jou frustrerend is, je draagt feiten aan, maar die lijken nu niet bepaald de visie van de AK te steunen, terwijl ik wel meen te proeven dat jij de visie van de AK steunt. Het spijt me dat ik je die frustratie bezorg, ongewild. Maar ik vind deze casus toch dusdanig bijzonder, dat het me voor mij onredelijk lijkt niet te reageren.

Marcel Pheijffer

AT: Arnout Op basis van de uitspraak (openbare informatie) stel ik vast dat: 1. Uit rechtsoverweging 2.4 blijkt dat de betrokken derivatenspecialist zijn onderzoek zelf duidt als een 'Audit ondersteuning door FAS'. 2. Dat (zie rechtsoverweging 2.5) in het ter ondersteuning van de audit vervaardigde memo de conclusie wordt getrokken dat 'Vestia per jaareinde 2008 voldoet aan de vereisten van RJ 290 om kostprijshedge accounting toe te passen'. 3. Dat de controlerend accountant - aan wie werd gerapporteerd door de derivatenspecialist - die conclusie heeft overgenomen en een goedkeurende verklaring heeft afgegeven (zie 2.6 en 2.7). Inhoudelijk ga ik verder niet op je vragen en opmerkingen in, anders dan dat het in deze klacht om een andere klager gaat dan in de zaak tegen de controlerend accountant. Waarbij in die laatste zaak beroep loopt en de uitspraak van de AK in de zaak tegen de controlerend accountant daarmee ter discussie en er is dus nog geen onherroepelijk oordeel is.

Arnout van Kempen

Dank Marcel! 1 & 2 is relevant voor mijn gevoel dat hier onzuiver gejaagd wordt op Deloitte. Dank voor die info, sterkt mijn vertrouwen in de AK. 3 begrijp ik, maar het is wel duvels relevant dat het, volgens de omschrijving, niet gaat om een zelfstandige rapportage, maar om een memo van de derivaten-specialist binnen Deloitte op verzoek van het controleteam van Deloitte. Klopt de omschrijving hier? Zo ja, dan kan de AK toch moeilijk een dergelijk memo behandelen als een zelfstandige rapportage. Ik respecteer dat jij daar niets over kan en wil zeggen, maar ik ben daar wel razend benieuwd naar. Daar staat of valt mijn redenering en interpretatie mee en het is nogal relevant als de weergave hier op dit punt fout zou zijn. 4 lees ik, en komt me totaal bizar voor. Het enkele feit dat een de facto INTERN memo bijdraagt aan de oordeelsvorming van de controlerend accountant bevestigt nu juist dat het NIET om een assuranceopdracht kan gaan. Als de weergave van de casus correct is, snap ik (als in "kan ik lezen") wat de AK overweegt, maar begrijp ik daar gewoon niets van. Het kan toch niet waar zijn dat de AK individuele memo's uit een dossier, die niet voor derden zijn, die dus geen enkele betekenis hebben voor het maatschappelijk verkeer, gaat beoordelen? En al helemaal niet uit een dossier dat al door diezelfde AK is getoetst, waarbij klachten ongegrond zijn verklaard? 5 Het stelt gerust dat de AK snapt dat toepassing van COS 3000 hier absurd is. Alleen is het dan extra vreemd dat de AK eerst zelf die COS er bij haalt. Terwijl COS 620 of 220 de echt relevante standaarden zijn. Dat is des te vreemder, als je bedenkt dat het niet aan de AK is individuele dossierstukken te beoordelen. Dat is aan de tekenend accountant. En laat die nu, volgens oordeel van de AK bij een eerdere klacht, zijn werk gewoon goed gedaan hebben. Je vraagt je dan af, althans, ik vraag me dat wel af: waar is de AK in hemelsnaam mee bezig? 6 Ik ben het er mee eens dat als een accountant een uitspraak of conclusie geeft over een object van onderzoek, ten behoeve van vergroten van het vertrouwen van derden, hij een deugdelijke grondslag dient te hebben. Geen twijfel over mogelijk. Ik ben het er ook mee eens dat een accountant zijn werk deskundig en zorgvuldig moet doen. Altijd. Maar ik vind het ondenkbaar dat de verantwoordelijkheid van de controlerend accountant voor diens dossier, zelfs nadat klachten over dat dossier door de AK ongegrond zijn verklaard, op verzoek van het OM door de AK wordt overgenomen danwel deels wordt belegd bij een accountant die als teamlid (COS 220) of als deskundige (COS 620) een dossierstuk geproduceerd heeft.. Het is, altijd, en onverdeeld, aan de tekenend accountant om een deugdelijke grondslag te verkrijgen voor het door hem gegeven oordeel bij de verantwoording. Je zet het hele stelsel totaal op zijn kop, als je daar aan gaat rommelen. En ik lees nog niets dat er op wijst dat de AK niet bezig is daaraan te rommelen. 7 ik lees wat je schrijft, maar ik herken deze weg niet als "veilig". Tenzij de casus duidelijk anders ligt dan beschreven, of mijn interpretatie met argumenten weerlegd wordt, stel ik me op het standpunt dat de AK hier een roekeloze, gevaarlijke weg kiest. Ik respecteer dat je er niet inhoudelijk op wil in gaan, dus ik hoef er niet op te wijzen dat je dat inderdaad niet doet. Ik hoop wel dat iemand anders bereid en in staat is me uit te leggen waar ik het fout zie. Want mijn argumenten zijn niet bepaald weerlegd of zelfs maar bestreden.

Marcel Pheijffer

AT: Arnout Ik kan, wil en ga niet veel over de casus zeggen anders dan in mijn blog elders op de site. Maar zover voor jouw beoordeling relevant enkele feiten. 1. In de tuchtklacht tegen Deloitte-accountant Klop was Vestia klager. 2. In de tuchtzaak waar het hierboven over gaat is het Openbaar Ministerie de klagende partij. 3. De klacht luidt dat de derivatenspecialist een conclusie heeft getrokken op basis van onvoldoende deugdelijke grondslag. 4. De AK plaatst de rapportage van deze specialist in de context van NV COS 3000 omdat 'het in dit gevaal immers om een stuk gaat waarin betrokkene een specifieke opdracht en in verband met de controle van de jaarrekening tot een bepaalde uitspraak komt, die de facto ten doel had het standpunt van controle-client van betrokkene's opdrachtgever te ondersteunen/bevestigen (...)'. 5. Teneinde aan te geven dat de AK in feite een analogie zocht in NV COS 3000 naar hoe te handelen, maar er ook niet meer waarde aan hecht dan dat (de analogie tav het trekken van een conclusie) dient met name ook rechtsoverweging 4.4.6 in jouw beschouwing te worden betrokken, namelijk: 'Het voorgaande betekent dat de in dit memo getrokken conclusie in ieder geval dient te berusten op een deugdelijke grondslag, zoals onder meer is verwoord in paragraaf 45 van NVCOS 3000, maar overigens in de gegeven omstandigheden ook rechtstreeks voortvloeit uit het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.' 6. Met die laatste zin zal jij - en vermoedelijk eenieder - het eens zijn: een conclusie dient te worden gepaard aan een deugdelijke grondslag. 7. De AK kiest hiermee - m.i. terecht - een veilige weg. Indien de analogie van het anker NV COS 3000 wegvalt, is er het anker van de fundamentele beginselen. Ik hoop hiermee enige verduidelijking te geven vanuit mijn interpretati evan de uitspraak.

Arnout van Kempen

Nog wat doordenkend & pratend met verstandige mensen, zat ik nog wel met wat zaken: Als bovenstaande samenvatting klopt, dan gaat het de AK er kennelijk om dat een accountant-deskundige van Deloitte een mening heeft geformuleerd ten behoeve van de controlerend accountant van hetzelfde Deloitte. Het memo waarin e.e.a. is vastgelegd is kennelijk onderwerp van tuchtrechtelijke discussie en NIET het rapport dat aan Vestia is verstrekt. Aangezien e.e.a. speelt in 2009 heb ik de toen geldende COS er maar eens bij gepakt. Als je die leest, en de casus leest, is het vrij apart dat de AK tot de conclusie komt dat de betrokken accountant een assuranceopdracht heeft uitgevoerd. Het op dat moment nog geldende "stramien" stelt klip en klaar: "Een "assurance-opdracht" is een opdracht waarbij een accountant een conclusie formuleert die is bedoeld om het vertrouwen van de beoogde gebruikers, niet zijnde de verantwoordelijke partij, in de uitkomst van de evaluatie van of de toetsing van het object van onderzoek ten opzichte van de criteria, te versterken." De hier genoemde accountant is betrokkene. De beoogde gebruiker zou de controlerend accountant moeten zijn, en de verantwoordelijke partij zou dan kennelijk Vestia zijn. Maar als dat zo is, wat is dan het object van onderzoek? Een standpunt over de te kiezen verantwoordingswijze? Rekt de AK hier het begrip assurance niet erg op? De controlerend accountant zocht helemaal niet naar versterking van vertrouwen in enig verantwoordingsobject, maar wilde simpelweg antwoord op een vaktechnische vraag: is deze wijze van verantwoorden toegestaan, ja of nee? De context is, gezien de beschrijving van de casus, veeleer die van een deskundig lid van het controleteam, of desnoods een deskundige zoals bedoeld in COS 620, die ten behoeve van de controle deskundigheid levert. Hij schrijft dus een memo. Geen rapport, maar een memo. Een intern stuk dus, te gebruiken binnen Deloitte. Het kenmerkende van een assurance-opdracht ontbreekt dus. Deloitte schrijft een memo voor Deloitte. Geen drie betrokken partijen, maar twee. Dus niet COS 3000 maar COS 620 of COS 220 zijn hier aan de orde. Probeer eens voor te stellen dat ieder memo in een controledossier zelfstandig aan de eisen van een assurance-opdracht worden onderworpen? Ik zie het al voor me. Dan kan van ieder dossier, hoe goed ook, een reeks tuchtklachten worden geformuleerd waarmee de AK zich een jaar lang bezig kan houden. Natuurlijk worden individuele memo's uit een dossier niet aan tuchtrecht onderworpen. Het gaat immers niet om de deugdelijke grondslag van dat ene memo, maar van de accountantsverklaring. Nogmaals, ik kan alleen afgaan op wat hierboven beschreven is. Maar als ik de toen geldende regelgeving los laat op wat hier gebeurt, dan ontstaat een dubbele indruk: 1. De Deloitte-accountant die de goedkeurende verklaring heeft afgegeven bij Vestia heeft, volgens de AK, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De samenvatting op deze site was indertijd: "De Deloitte-accountant die de jaarrekeningen 2008 en 2009 van Vestia goedkeurde, heeft voldoende gekeken of de waarderingsgrondslag voor de derivaten wel passend was. Vestia's keuze voor kostprijshedge accounting is verdedigbaar. De accountant had Vestia niet hoeven waarschuwen voor de risico's." Via een omweg wordt nu alsnog gepoogd toch iemand van Deloitte aan te spreken. Ik zou mij zomaar kunnen voorstellen dat de AK dit niet honoreert door via een rare gekunstelde weg een dossier-memo tot zelfstandig assurance-rapport te verheffen, maar de klager te wijzen op het feit dat misbruik van recht niet past. 2. Als de AK werkelijk wil volhouden dat een externe (tov het controleteam) deskundige niet alleen onder COS 620 valt, maar ook onder COS 3000 zelfstandig volledige verantwoordelijkheid draagt voor een memo, als ware het een assurance-rapport, dan wordt het in Nederland (en de meeste andere landen voor zover ik kan waarnemen) principe van de eenduidige vaktechnische verantwoordelijkheid van de tekenend accountant los gelaten. Immers: ALS het memo van betrokkene niet voldeed, dan was het aan de tekenend accountant, zie COS 620, daarop te reageren. Bijvoorbeeld door meer informatie te verzamelen, het memo te negeren, etc. Maar die accountant is al aangesproken voor de AK, en daaruit volgde ongegrond verklaring van de klacht. Door nu alsnog een funderend onderdeel onder de verklaring van de controlerend accountant aan te vallen, volgt bij implicatie dat een verklaring dus vaktechnisch correct kan zijn, terwijl een specifiek dossier-onderdeel dat niet is. Als langs deze lijn wordt doorgeredeneerd door de AK, zelfs als ook hier een ongegrond verklaring uit komt, dan zal de NBA de heel sectie 6xx uit de COS moeten herschrijven. Ook het verbod om in de verklaring anderen aan te wijzen als verantwoordelijk voor delen van het oordeel, moet dan verdwijnen. En de wetgever zal de WTA moeten aanpassen voor wat betreft de enkelvoudige verantwoordelijkheid van de extern accountant. Lijkt me best spannend.

Kees Smit

Ik vraag mij af wanneer een accountant zich een expert mag noemen. Is de beroepsgroep mogelijk wat gemakkelijk hierin?

Arnout van Kempen

Minstens zo boeiend lijkt me in deze uitspraken van de AK, dit zinnetje: "Er gelden voor een accountant in business geen lichtere eisen dan die voor de controle zelf." Dat de AK vervolgens concludeert dat betrokken accountant vermoedelijk geen AiB is, maar een openbaar accountant, doet daar niets aan af. Van een AiB vraagt de AK een deugdelijke grondslag voor al diens oordelen en conclusies, naar de maat waaraan ook controlerend accountants gehouden zijn. Zou dit een eerste zwaluw zijn in de zomer van Jules Muis, waarin CFO's een veel centralere rol krijgen in het beoordelen van kwaliteitsproblemen in de verantwoordingsketen?

wogaNd

Accountants moeten af van het werken met alleen maar met cheklists en zoveel mogelijke moeilijke werkzaamheden uit de weg gaan. We moeten onze gezonde verstand gebruiken en ons inleven in de onderneming zelf. We moeten in de hoofd van bijvoorbeeld het bestuur en financieel directeur kunnen verplaatsen zodat we alle risico punten kunnen achterhalen. De accountant moet bijgeschoold worden hoe men beter onderzoek kan doen en interview technieken kan hanteren en niet alleen op Verslaggeving hameren. We lopen hier echter achter op de huidige werkelijkheid

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.