Opinie

Wat wordt verstaan onder 'fraude'?

Het staat weer sterk in de belangstelling: de rol van de accountant bij het signaleren van fraude. Door de ING-schikking speelt de maatschappelijke discussie over de verantwoordelijkheid van de accountant voor het ontdekken van fraude weer op.

Maar wat wordt precies van de accountant verwacht bij het bestrijden van fraude? Daarover is veel discussie. Reden voor de NBA om met een fraudeprotocol te komen. Dat geeft de hoofdlijnen aan van wat op basis van de huidige regelgeving in de verschillende fasen van de controle van een accountant mag worden verwacht, als het gaat om fraudebestrijding. De onderneming is primair zelf verantwoordelijk voor het onderzoek naar fraude, maar de accountant moet betrokken blijven en zal van tevoren afspraken moeten maken over het onderzoek. Het bevat dus geen nieuwe informatie. Het fraudeprotocol moet volgens de NBA de basis vormen voor een dialoog met de beroepsgroep en andere stakeholders.

In die discussie zou wat ons betreft eigenlijk een meer elementaire vraag meer aandacht moeten krijgen: wat verstaan we in deze context onder fraude? Fraude is geen wettelijk begrip. In het Wetboek van Strafrecht komt het woord 'fraude' niet voor. Het fraudeprotocol van de NBA omschrijft fraude als "opzettelijke misleiding om onrechtmatig voordeel te verkrijgen", een definitie gebaseerd op Controlestandaard 240 en het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta).

Controlestandaard 240 definieert fraude als "een opzettelijke handeling door een of meer leden van het management, met governance belaste personen, werknemers of derden, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding teneinde een onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen." Daarnaast dient de accountant volgens standaard 240 gericht zijn op fraude die een afwijking van materieel belang in de financiële overzichten veroorzaakt. Daarbij zijn volgens standaard 240 twee soorten fraude van belang: (1) afwijkingen die voortkomen uit frauduleuze financiële verslaglegging en (2) afwijkingen die voortkomen uit de oneigenlijke toe-eigening van activa. In de nadere toelichting wordt het begrip fraude in standaard 240 dus tot twee specifieke vormen van fraude beperkt. De achtergrond van die beperking is in lijn met de kerntaak van de accountant, namelijk het controleren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft.

In het licht van de definitie van 'fraude' en de toelichting daarop in standaard 240 is het maar de vraag of bij ING sprake was 'fraude' die de accountant had behoren te ontdekken. Een vraag die ook terecht wordt opgeworpen in een vorig najaar gepubliceerd artikel van het Adviescollege voor Beroepsreglementering van de NBA ('Wat mag je van accountants verwachten rondom naleving Wwft bij banken?'). Overtreding van de Wwft behoeft immers niet per definitie een opzettelijke handeling te zijn, die misleidend is en gericht op het behalen van oneigenlijk voordeel. De ING-zaak had bijvoorbeeld ook betrekking op 'schuldwitwassen' - een delict waarbij opzet geen vereiste is.

Getuige het debat dat de ING-casus opnieuw heeft losgemaakt, zullen velen vermoedelijk zeggen dat van de accountant ook mag worden verwacht dat deze onderzoek doet naar de naleving van wet- en regelgeving door de onderneming, waaronder in sommige gevallen de Wwft. Zoals genoemd artikel terecht stelt, is een onderzoek naar de naleving van de Wwft minder diepgaand dan de controle op de inhoud van de jaarrekening. De achtergrond daarvan is de definitie van 'fraude' uit standaard 240.

Het maatschappelijke begrip 'fraude' is dus anders dan de technische definitie uit de controlestandaarden. En dus sluit de maatschappelijke verwachting niet aan bij de huidige door de controlestandaarden voorgeschreven praktijk. Dit vertroebelt de discussie over de rol van de accountant bij het bestrijden van fraude. Het fraudeprotocol zou dit (en de achtergrond van die beperking) wellicht scherper kunnen benoemen.

Een andere suggestie wat betreft het fraudeprotocol zou kunnen zijn om een aantal concrete praktijkvoorbeelden van (signalen van) fraude op te nemen. De Financial Intelligence Unit (FIU) publiceert geregeld geanonimiseerde voorbeelden van in het kader van het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering. Praktijkvoorbeelden bieden meer inzicht in wat er van de accountant kan worden verwacht, zodat de accountant die verwachtingen ook beter kan waarmaken, en de maatschappij dat beter begrijpt.

Een laatste, meer controletechnisch punt is dat de integriteit van beleidsbepalers van ondernemingen een relevant aspect is bij de jaarrekeningcontrole. Sinds kort schrijft de Wwft voor dat Wwft-instellingen één beleidsbepaler aanwijzen als verantwoordelijke voor de naleving van de Wwft. Aanwijzingen dat een beleidsbepaler daar onvoldoende invulling aan geeft, zullen controlerend accountants dus wellicht ook scherper opvolgen. Dergelijke aanwijzingen kunnen dus indirect leiden tot verhoogde aandacht van accountants voor de naleving van de Wwft.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Simone Honig en Vincent de Bruijn zijn resp. associate en senior associate bij advocatenkantoor NautaDutilh.

Gerelateerd

11 reacties

Lex van Almelo

Hieronder stelde ik abusievelijk dat ING in de zogenoemde Cymbal-zaak een Wwft-melding heeft gedaan. Bij de megaschikking van 775 miljoen werd ING echter juist verweten in deze zaak geen melding te hebben gedaan.

Johan Peters

Dag Arnout en Lex, alweer bedankt. Ik ben het zondermeer met jullie eens dat wij als beroepsgroep erg slecht duidelijk maken wat we doen en wat we laten.

Ik heb wel eens een fantasie gehad van een soort maatschappelijke Service Level Agreement waarin dit in begrijpelijke taken en meetbare doelen uiteen is gezet, waarover dan ook branchebreed gerapporteerd wordt. Kan de verklaring ook korter worden ("we hebben de jaarrekening gecontroleerd zoals is voorgeschreven in de SLA voor controlerend accountants en op grond van ons onderzoek keuren we hem goed"). Vast te hoog gegrepen, maar wellicht een denkrichting.

Arnout van Kempen

@Johan,

Ik ben in Nederland geen accountant, dus ik durf ook wel te reageren als Nederlandse leek :)

Het probleem zit naar mijn bescheiden mening niet bij wat het publiek exact wel of niet van accountants verwacht bij fraude, maar bij het feit dat accountants als beroepsgroep (NBA, kantoren, individuele accountants) onwaarschijnlijk slecht in staat zijn gebleken in heldere, korte statements een beeld te vormen van wat een accountant doet.

Het gekke is dat vrijwel iedere Nederlander een helder (hoewel te simplistisch, veelal niet geheel correct) beeld heeft van wat je van een arts, een piloot of een journalist mag verwachten. Maar accountants hebben meer tijd gestoken in onderling praten over het leerstuk “de verwachtingskloof” dan het sluiten van die kloof.

Zolang het beroep er niet in slaagt een eenvoudig communiceerbaar, coherent beeld in de wereld te zetten van wat een accountant IS, zal op deelonderwerpen zoals fraude, altijd teleurstelling de boventoon voeren.

Geen echt antwoord op je vraag wellicht, maar toch een poging mijn idee hierover weer te geven.

Lex van Almelo

Als krantenlezer stel ik vast dat de pers na een gebleken fraude meer verwacht van de accountant dan de accountant leverde. Na al die jaren kun je gerust vaststellen dat het kennelijk niet helpt als de beroepsregels nog eens in het algemeen, maar dan beter, uitlegt wat de accountant hoort te doen. Een vakkundige uitleg naar aanleiding van een concrete zaak werkt beter, maar is lastig zo lang de kwestie nog niet definitief is berecht of geschikt.
Als goed geïnformeerde Nederlander denk ik ook wel eens dat de beroepsgroep beter zou moeten luisteren naar de verwachtingen van het maatschappelijk verkeer. Maar dat kan dan niet vrijblijvend en zou moeten leiden tot aanpassing van de beroepsregels.
Dat zie ik nog niet gebeuren. En ik zie de beroepsgroep ook nog niet uitleggen dat het commercieel niet interessant is om fraudesignalen op te pikken.

Wat ING betreft: of de accountant een Wwft-melding heeft gedaan, zal niet snel bekend worden. Het is de vraag of de accountant had kunnen zien dat ING de MOT-kraan bijna dicht had gedraaid en dubieuze klanten slecht had gescreend.
Overigens las ik dat de zogenoemde Cymbal-zaak, waarover de afgelopen dagen weer uitgebreid wordt geschreven, is aangezwengeld door een melding van ING.

Johan Peters

Lex / Arnout: dank. En voor alle duidelijkheid, wat de regelgeving zegt (fraudeprotocol) dat is me helder maar voor mijn vraagstelling irrelevant. Gaat mij er nu even om wat jullie vinden als inwoner van dit land. Wellicht dat Lex dat nog kan aanvullen.

Overigens stonden de besmette gelden wel keurig in de jaarrekening van ING verwerkt en was die correct (de pas jaren later opgelegde boete-schikking is volgens deskundigen niet aan die veel eerdere jaarrekening toerekenbaar). Aangezien ik me niet kan voorstellen dat deze droge constatering voor iemand aanleiding is om dan te zeggen dat de ING casus daarom "geen issue" is, hebben we er een uitdaging bij.

Weet trouwens iemand of de accountant een WWFT melding heeft gedaan terzake ING? Dat zou natuurlijk geheim moeten zijn en blijven, maar is wel boeiend om te weten.

Arnout van Kempen

@Johan, ter aanvulling op Lex: de accountant moet in samenstellende rol met een passende mate van zekerheid (die formulering verzin ik nu) en in controlerende rol met een hoge maar miet absolute mate van zekerheid ALLE fraudes ontdekken die leiden tot een materiële afwijking in de verantwoording.

Lex van Almelo

Beste Johan,
Je vraagt naar de bekende weg. Sla er het Fraudeprotocol maar op na. Simpel gezegd: vraag door bij fraudesignalen. En als het maatschappelijk verkeer te hoge verwachtingen heeft, leg dan uit waarvoor je als accountant wordt betaald. Niet 'beter' maar goed uitleggen. En vertel er dan ook eerlijk bij dat het commercieel gezien soms niet zo eenvoudig is om 'moeilijk' te doen bij de cliënt als je fraude vermoedt.

Johan Peters

Dag Arnout en Lex, voldoende voer voor discussie. Een paar vragen: moet de accountant elke vorm van fraude ontdekken (diesel-fipronil-vlees-milieu)? Moet de accountant alle fraudegevallen ontdekken (iets wat de overheid in haar bestaan nog nooit is gelukt)? En tot slot: wat moeten accountant doen als het maatschappelijk verkeer iets verwacht, wat zij om moverende redenen niet kunnen waarmaken?

Bovenstaande heeft niets met regeltjes te maken, maar is lekker praktisch wel belangrijk in de discussie. Ben benieuwd hoe jullie daar tegenaan kijken.

Lex van Almelo

Accountants wordt in het fraudedebat wel verweten dat zij te veel discussiëren over definities en te weinig over wat het maatschappelijk verkeer verwacht. De roep van beide juristen om praktijkvoorbeelden is door de NBA gehoord. Zie de bundel Rode Vlaggen.
https://www.accountant.nl/globalassets/accountant.nl/diversen/2018008_nba-accountant-rode-vlaggen_web.pdf?_t_id=1B2M2Y8AsgTpgAmY7PhCfg%3d%3d&_t_q=Rode+Vlaggen&_t_tags=language%3anl%2csiteid%3a3299f554-3e8b-4a32-8d5a-0d2c2f40da3c&_t_ip=84.86.9.15&_t_hit.id=Macaw_EPiCenter_Foundation_Models_Media_PdfFile/_3a9f8bf9-c977-49a2-b085-662697a1305f&_t_hit.pos=1

En dan ING: als je bewust het meldingssysteem afknijpt en de Wwft overtreedt om commerciële redenen dan is dat opzettelijke misleiding om onrechtmatig voordeel te verkrijgen. Gezien het fact sheet lijkt het erop dat de raad van bestuur hier niet direct opdracht voor heeft gegeven. Maar het in het jaarverslag neemt de raad van bestuur wel verantwoordelijkheid voor de detectie van fraude en onregelmatigheden.
Dus met Arnout vraag ik mij af: wat is hier de opinie?

Arnout van Kempen

Overigens, auteurs stellen “fraude is geen wettelijk begrip”, want in het WvS komt de term niet voor.

Dit is dubbel onjuist: de term komt wel voor in WvS, alleen niet als delict, maar als middel voor een ander delict. Maar toch iets belangrijker, er bestaan meer wetten dan het WvS bevat. Fraude is wel degelijk een wettelijke term. Bijvoorbeeld benoemd in de Wta en gedefinieerd in de Bta. Zoals de auteurs weten.

Arnout van Kempen

Bijzonder dat de auteurs een casus rond de wwft vanuit COS 240 bezien, terwijl COS 250 de relevante standaard is. De bespreking vanuit de NBA waarnaar auteurs verwijzen ziet wel, terecht, op COS 250.

Minstens zo bijzonder vind ik de vraagstelling van deze opinie, die, blijkens deze opinie, al beantwoord is in COS 240 en in de Bta.

De discussie gaat dan ook niet over de vraag wat fraude is, maar over wat van de accountant verwacht mag worden. Auteurs weten dat, want verwijzen zelf naar pogingen van de NBA om die discussie te voeren.

Kortom, wat is nu precies de opinie, of het doel van dit stuk?

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.