Opinie

Waarneming ter plaatse: old school of juist van deze tijd?

De beoordeling van de kwaliteit van uitgevoerde accountantscontroles is niet eenvoudig. De uitkomsten ervan leveren met regelmaat heftige discussies op. Het dossier is een belangrijke houvast voor een dergelijke beoordeling, maar dan toch blijft de discussie. Bijwonen van de controle kan helpen.

De discussie wordt mede gevoed door een verschil in perceptie tussen de werkelijk uitgevoerde en uit te voeren werkzaamheden en de vastlegging daarvan in het dossier, dat door de AFM wordt beoordeeld. Inmiddels gaat - mede naar aanleiding van die dossiers en versterkt door activiteiten van ondernemingen die het nieuws halen - het gesprek met de politiek in de richting van een Commissie Toekomst Accountancysector. Ondertussen worden door de AFM nieuwe dossier- en kantoorreviews gepland en uitgevoerd, die weer uitmonden in een verslag met kritiekpunten. Wellicht kan een beoordelingsinstrument dat in aanpalende takken van sport wordt gebruikt in deze reviewactiviteiten enige verlichting brengen.

In 2005 ging de eerste handelsperiode van de EU ETS* van start. Een belangrijk aspect van dit systeem, dat nog immer actief is, is dat ondernemingen die daaraan verplicht deelnemen op basis van verkregen CO2-rechten, jaarlijks de daadwerkelijk gerealiseerde CO2-uitstoot over een boekjaar moeten rapporteren in een digitaal systeem. De gerapporteerde informatie moet zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe 'verificateur'.

Bij de accountantsorganisatie waaraan ik destijds verbonden was besloten wij om op te gaan voor de status van erkende verificateur en dat is gerealiseerd. Om deze status te verwerven moet zijn voldaan aan de ISO 14065-norm. Dat betekent dat sprake moet zijn van deskundige verificateurs en een kwaliteitssysteem waarin een veelheid aan zaken is vastgelegd, zoals de audit methodologie, de bijbehorende modellen en checklists, de criteria voor deskundigheid, opleidingsplannen, CV's van teamleden, dossiervoering, interne kwaliteitsbeoordeling enzovoort.

De organisatie die toezicht houdt op het werk van de erkende verificateur is de Raad voor Accreditatie (RvA). Dit toezicht houdt in dat jaarlijks het hiervoor genoemde kwaliteitssysteem tegen het licht wordt gehouden. Daarbij wordt niet alleen gelet op aansluiting met de voorschriften, maar ook op de wijze waarop de kwaliteit van het systeem intern wordt bewaakt en waarop wijzigingen in het systeem worden aangebracht en hoe de kwalificaties van de teamleden worden bewaakt. Ook wordt een aantal audits bijgewoond en worden dossiers van uitgevoerde audits beoordeeld op toepassing van de juiste methodologie en interne kwaliteitsbewaking en op de juistheid van de tijdens de audit gemaakte keuzes en getrokken conclusies. De uiteindelijke uitkomst van deze jaarlijkse beoordelingscyclus wordt gerapporteerd aan de erkende verificateur, waarbij een overzicht van verbeterpunten wordt opgenomen. De opvolging van deze verbeterpunten wordt gemonitord. De ultieme sanctie voor het niet opvolgen van de verbeterpunten is het intrekken van de accreditatie.

Een belangrijk onderdeel van deze jaarlijkse kwaliteitsbeoordeling door de RvA is de hiervoor genoemde 'bijwoning'. Jaarlijks wordt al vroeg in het najaar de planning van interim audits en finale audits doorgegeven aan de RvA. Op basis daarvan selecteert de RvA enkele audits die worden aangewezen voor bijwoning. Dat houdt in dat een waarnemer van de RvA aanwezig is tijdens de uitvoering van de audit. De waarnemers nemen waar: ze observeren het auditproces, de teamdiscussies, de gesprekken met vertegenwoordigers van de cliënt, de besluitvorming en conclusies, kortom: alle auditgerelateerde activiteiten bij de cliënt.

Na afloop van de on site audit -  als alle werkzaamheden zijn afgerond -  vindt de evaluatie plaats, waarin de waarnemers hun bevindingen terugkoppelen naar het auditteam. Deze bevindingen en de wijze waarop daaraan opvolging wordt gegeven zijn onderdeel van de totale jaarlijkse kwaliteitsbeoordeling van de erkend verificateur. De waarnemers krijgen zo een goed beeld van de werkwijze en cultuur in de auditteams, waaruit goede aanbevelingen kunnen volgen en waarnemingen die nuttig kunnen zijn bij de overall beoordeling van het kwaliteitssysteem. De waarneming ter plaatse is daarmee zeker geen old school.

* EU ETS: European Union Emission Trading Scheme is het handelsysteem voor CO2-rechten dat de EU gebruikt om door middel van verhandelbare emissierechten de uitstoot van CO2 te reduceren.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Prof. dr. Dick de Waard RA MA is als emeritus hoogleraar verbonden aan de vakgroep accounting en auditing van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij adviseert accountants en ondernemingen over duurzaamheidsverslaggeving en assurance daarbij.

Gerelateerd

3 reacties

Arnout van Kempen

In aansluiting op Marianne die zeer ruime ervaring heeft met het toezicht door de AFM niv een kleine aanvulling vanuit mijn ervaring met de opzet van de Wta, van het toezicht en met de rechtszaak die recent tegen de AFM is gewonnen:

Doel van de wetgever is nooit geweest dat de AFM toezicht zou houden op acvountantswerkzaamheden, -dossiers of -verklaringen. De dossiers dienen onder de Wta UITSLUITEND om de werking van het kwaliteitssysteem te toetsen. De Wta regelt toezicht op accountantsorganisaties. Dat is ook precies waarom de AFM recent twee rechtszaken verloor (in de eerste ronde). De rechter meende, net als twee kantoren, dat de AFM te veel focus legde op tekortkomingen in dossiers, zonder naar het gehele dossier te kijken maar vooral zinder voldoende aandacht voor de context van de accountantsorganisaties.

De wetgever, de rechter en Marianne zijn het dus op dit punt eens. Ik ook trouwens. Toezicht moet gericht zijn op accountantsorganisaties die ZELF zorgplicht hebben voor de kwaliteit van controles. Verbeteren van het toezicht moet niet gevonden worden in nog meer overnemen van de taken van de accountantsorganisaties maar op meer en breder zicht op die organisaties.

Zo is de wet bedoeld, is het toezicht opgezet, wil de rechter het en past het in de huidige marktordening.

H. ter Maat

@Marianne van der Zijde

Ik zie een hoop excuses vanuit het uitgangspunt van de AFM om niet te doen wat wél van een toezichthouder verwacht mag worden. Mijn reactie, puntsgewijs refererend naar jouw punten:

1. De aanwezigheid van een AFM-medewerker zal geen significante invloed hebben op de uitvoering van een controle, omdat auditteams reeds genoeg op eieren lopen. Teamdiscussies en interne reviewprocedures worden veelal uitgevoerd vanuit het oogpunt een fatsoenlijk verhaal te schrijven voor de AFM, ook zonder dat er AFM-medewerker aanwezig is.
2. In het verhaal van Dick wordt nergens gesproken over ingrijpen, enkel over bijwonen waarbij terugkoppeling plaatsvindt. Oftewel, geen directe interactie tussen AFM-medewerker en het auditteam, enkel waarnemingen. De AFM heeft daarom geen directe invloed op de strekking van de controleverklaring.
3. De verhouding tussen de tijdsbesteding van een dossierreview door de AFM ten opzichte van de tijdsbesteding van een audit door het auditteam is op het moment eveneens onevenredig. Daarnaast vind ik het een beetje obscuur dat een AFM zich blijkbaar mag verschuilen achter het argument van een onevenredige tijdsbesteding, terwijl dit punt vaak als oorzaak wordt aangewezen door hetzelfde instituut.

Ten aanzien van het uitgangspunt van de Wta onderschrijf ik jouw mening volledig: dossiers moeten kwalitatief natuurlijk op orde zijn, zeker ingeval de organisatie een eigen kwaliteitsbeoordelingssysteem heeft. Laat ik ook direct benadrukken dat ik van mening ben dat een accountantsorganisatie de kwaliteit van de controle en het bijbehorende dossier gewoon op orde moet hebben.

Hoe gaat de AFM overigens het aspect van cultuur (toch een dingetje tegenwoordig) beoordelen door niet zelf de organisatie in te duiken, maar enkel door elektronische dossiers te beoordelen?

Ik heb de wijsheid niet in pacht en ik wil het niet doen voorkomen dat dat wel zo is, maar ik vind jouw argumenten niet erg sterk in deze. Ik kijk uit naar je reactie.

Marianne van der Zijde

Het bijwonen van een controle door de AFM is naar mjin mening onwenselijk. 1. De aanwezigheid van de AFM bij een controle beïnvloedt de wijze waarop de controle door het team wordt uitgevoerd (het team zal van tevoren worden getrained zoals nu voor reviews gebeurt en tijdens de controle op eieren lopen) 2. er ontstaat een onmogelijke positie voor de AFM als de controle onvoldoende wordt uitgevoerd, want ingrijpen betekent: voorkomen dat er een onjuiste verklaring wordt afgegeven, maar ingrijpen betekent ook dat de AFM een zekere verantwoordelijkheid op zich neemt voor de inhoud van die controle 3. het bijwonen van een controle zal onevenredig veel tijd kosten van de AFM zeker bij grote controles op verschillende locaties.
Uitgangspositie van de Wta is altijd geweest: de kantoren hebben hun kwaliteitssystemen op orde (dwz: de kwaliteit van de controles wordt gewaarborgd). De AFM checkt of dat zo is door review van controledossiers in aanwezigheid van de verantwoordelijken van het controleteam. De controleteams zijn daarbij uitgebreid in de gelegenheid om toelichtingen te geven en zelfs om bewijsstukken aan te leveren die niet waren opgenomen in de controledossiers.
Zolang de AFM bij deze reviews nog teveel onvoldoende dossiers tegenkomt en zeker als het gaat om dossiers waar sprake is geweest van een OKB of interne review is het niet mogelijk om te steunen op de uitkomsten van de kwaliteitssystemen van de kantoren. Dus niet de AFM is aan zet, maar de kantoren om te laten zien dat ze hun praktijken beheersen.

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.