Opinie

Het risico dat de accountant loopt is Hoog!

In zijn bijdrage 'Accountancy: hoge opbrengsten, laag risico' zet Marcel Pheijffer mogelijk de lezer op het verkeerde been. Accountants lopen wel degelijk risico.

Mijn eerdere opmerking over hoog risico en lage winst slaat terug op de winst van de partnerschap, gemaakt met assurance-activiteiten ten opzichte van advies. Voor PwC gold bijvoorbeeld dat men een return on sales maakte van 13 procent op assurance en 26 procent op non-assurance. In september vorig jaar liet het FD zien dat bij Deloitte de winst per partner bij de adviseurs tweemaal zo hoog is als bij de accountants. Het zou naïef zijn om te denken dat die verschillen niet ook de winstuitdeling naar de partners beïnvloeden. Dus geeft een referentie naar een gemiddelde voor alle partners binnen die organisaties geen juist beeld van het echte inkomen van accountants-partners.

Het is niet heel moeilijk om in te zien dat talent naar de hoog winstgevende activiteiten trekt als met extra ingrepen de winstverhouding verder scheef worden getrokken. Ook scheiding van deze activiteiten (audit only firm) zal niet helpen, want dat houdt niet meer in dan dat de partner de ene juridische entiteit inruilt voor de andere. En dat talenten die de capaciteit hebben om een post-master opleiding te voltooien kiezen voor een andere carrière dan accountancy. In termen van risico moet men denken aan de impact van fouten op de reputatie van de kantoren en personen. Fouten komen jaarlijks voor en raken de organisatie zwaar in de richting van de samenleving.

Appels en peren

Het is niet erg zinvol om de inkomens van ervaren accountants (partners hebben over het algemeen 20-40 jaar ervaring en de hoogst betaalden zijn niet in loondienst) met een post-master opleiding te vergelijken met bijvoorbeeld die van een 17-jarige schoolverlater zonder diploma. Opleiding, expertise en ervaring hebben een belangrijke invloed op het inkomen. De CBS-gegevens over 2016 laten bijvoorbeeld zien dat het gemiddelde inkomen in de financiële dienstverlening van iemand van 45-49 jaar (de gemiddelde leeftijd van een partner van een groot kantoor) voor een laagopgeleid persoon € 51.000 is, voor een middelbaar opgeleid persoon € 54.000 en voor een hoogopgeleid persoon € 94.000. Ook geldt dat in die leeftijdscategorie het inkomen een factor drie tot vier hoger ligt dan bij 20-24 jarigen.

Het inkomen neemt dus exponentieel toe met de expertise (opleidingsniveau). Accountants behoren met hun post-master opleiding tot de hoogstopgeleiden binnen de categorie hoogopgeleiden. Dat daarvoor dus een inkomen van (ver) boven de € 100.000 wordt betaald is volledig verklaarbaar vanuit hun expertise. Dat vervolgens binnen iedere categorie voor de top daarbinnen weer belangrijk meer wordt betaald dan het gemiddelde is ook een bekend verschijnsel. Dat wordt verklaard doordat de waarde van bepaalde expertise of kwaliteiten exponentieel toeneemt naarmate deze schaarser is. Dat zien we bijvoorbeeld ook bij (top)bestuurders, (top)sporters, (top)artiesten etc. De top 200 beste voetballers of artiesten verdienen significant meer dan de 20.000 die daarna komen. En ja, dat zien we ook bij (top)accountants.

De relevante vraag is dan of binnen de relevante categorie geldt dat accountants een relatief hoog risico hebben ten opzichte van hun inkomen. Daarvoor moeten we de ervaren accountants vergelijken met bijvoorbeeld ervaren advocaten, bestuurders, consultants etc. Niet met laagopgeleide schoolverlaters. Mijn voorzichtige conclusie is dat in het besproken stuk appels met peren worden vergeleken, door te kiezen voor een minder relevante referentiegroep.

Het is waar dat de accountant tot de één procent hoogste inkomenscategorie van Nederland behoort. Het is dan ook niet eenvoudig om partner te worden; slechts een heel klein deel van de nieuwe aanwas van de kantoren wordt uiteindelijk partner.

Dat is echter niet waar het om gaat. Bij inkomen moet men, gegeven hun opleiding, expertise en ervaring, ook het risico in beschouwing nemen. Volgens het stuk van Marcel is het risico laag en het inkomen hoog. Ik bestrijd dat het risico voor de accountant laag is.

Accountant loopt groot risico

Als we naar de partners gaan dan lopen die wel degelijk significante risico’s om te worden bestraft wanneer zij fouten maken. Onderzoek van Knechel, Niemi en Zerna (2013) toont aan dat het inkomen van assurance-partners aanzienlijk wordt gekort wanneer deze fouten maken. Er is dus wel degelijk sprake van risico als we naar de accountant kijken.

Terwijl de verzekering waar in het stuk van Marcel aan wordt gerefereerd er is om te voorkomen dat individuen levenslang tot de bedelstaf worden veroordeeld, nemen de partnerschappen bij gemaakte fouten maatregelen die zich erop richten de partner te straffen als deze een grote fout maakt. Deze maatregelen betekenen op zijn minst een inkomenskorting (inclusief mogelijke clawback) en in ernstige gevallen verwijdering uit de partnerschap. Zo schreef KPMG in het transparantieverslag over 2013/2014: "A specific analysis was done on engagements rated as less than satisfactory to assess their pervasiveness. The Board has followed up on all external auditors with pervasive quality related issues. This resulted in actions such as revoking a partner’s mandate to sign audit reports, postponing promotions to more senior levels within the firm, monetary fines, and in some cases termination of management contracts." In dat jaar daalde het aantal partners van 167 naar 149, zonder dat voor individuele partners is gecommuniceerd wat de reden was.

We kennen allemaal voorbeelden van accountants wier carrière ineens werd beëindigd nadat een schandaal werd geopenbaard. Soms verdwijnen accountants van het toneel zonder dat de fout die hij/zij maakten de krant haalt. Anderen halen met naam en toenaam de krant en hun reputatie is al beschadigd nog voordat er überhaupt een uitspraak is geweest in een procedure. Als een dergelijke uitspraak er wel is, dan is dat openbaar (aantekening in het register) en heeft dat een grote impact op het individu.

Helaas hebben we ernstig behoefte aan meer onderzoek dat ons veel meer zegt over hoe de kwaliteit van het werk van accountants invloed heeft op de carrière. Maar we weten al wel uit onderzoek dat het risico dat de accountant loopt om bij gemaakte fouten te worden bestraft significant is. Het risico dat de accountant loopt om voor fouten te worden bestraft is Hoog! Of het inkomen van de partner te laag of te hoog is ten opzichte van het gelopen risico is een kwestie van marktwerking. Daar bemoei ik me niet mee.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Jan Bouwens is hoogleraar accounting UvA en research fellow University of Cambridge.

Gerelateerd

22 reacties

Hans Dijkstra

Als ik diezelfde Adam Smith goed begrijp (in zijn Theory of moral sentiments, zijnde het morele fundament voor Wealth of nations in de beoogde drieluik die er nooit is gekomen) dan is het streven naar oa rijkdom vooral ingegeven door de hoop dat je daarom bewonderd wordt door je omgeving en de maatschappij. Volgens Smith zijn mensen geneigd om te denken dat rijke mensen vanwege dat succes ook wijs en deugdzaam zijn. Terwijl, alweer volgens Smith, die rijkdom vaak niet helemaal eerlijk/deugdzaam is verkregen (en dat vindt Smith dan ook verachtelijk). Hij onderscheidt dat dan ook van de lagere klassen waarin eerlijke arbeid en vakbekwaamheid juist tellen. Deze groep vormt de ruggengraat van de samenleving en daar telt vooral de eerlijkheid. Smith vindt zowel het streven naar rijkdom als ook het bewonderen van rijkdom dom (hij zegt niet dat hij daar tegen is overigens).

Dan nog een mooie les over deugden van Smith (uit de NL vertaling van Ad Marijs): ‘rechtvaardigheid, weldadigheid en prudentie. Vooral even over die laatste, prudentie. De reputatie van een prudent mens berust vooral op de degelijkheid van zijn kennis en kunde. Hij is altijd oprecht, bescheiden en discreet. Hij is altijd ijverig en sober, meer gericht op zijn gemakken in de toekomst dan op zijn genoegens in het nu. De mens die van zijn inkomen kan leven, ziet zijn vermogen beetje bij beetje groeien. Alleen door matiging kunnen mensen het streven naar hun eigenbelang binnen de grenzen van de gezondheid, het fortuin, de positie in de samenleving en reputatie houden. Vakmanschap, prudentie, gepast, moedig en gematigd gedrag leiden bijna altijd tot succes.’

Mijn gedachte: zou er in ons geliefde accountantsberoep nog wat balans zitten tussen het streven naar rijkdom en het streven naar prudentie?

Richard Overweg

Ze moesten in Afrika eens weten hoe veel moeite de accountants/partners bij de grote vier kantoren hebben om rond te komen van hun geld.

Gerard Dirven

Volgens mij lopen er in de discussie twee perspectieven door elkaar en wel het perspectief van de accountantsorganisatie versus die van een individuele partner.
Marcel beschouwt vanuit het perspectief van de accountantsorganisatie. Vanuit dat perspectief is het risico laag door de financiële draagkracht van het partnercollectief bij een boete van de AFM en de verzekering bij maatschappelijke financiële schade.

Jan beschouwt meer vanuit het perspectief van een individuele partner. Daar is het risico inderdaad hoog. Deze wordt in beide situaties door de accountantsorganisatie financieel bestraft.

Zolang slechts een beperkt aantal partners 'hinder' ondervind van financiële bestraffing zal de neiging van het collectief zijn om de totale winst te optimaliseren. Individuele partners zijn immers simpelweg vervangbaar.

Winst wordt geoptimaliseerd door de bemoeienis van een individuele partner tot het controle object zo groot mogelijk te maken. Hoe meer je delegeert hoe groter de verdiencapaciteit.

Accountantsorganisaties zoeken hierbij het optimum tussen winst en (collectief) risico, met de focus op winst.

Afname (beheersing) van het risico voor individuele partners heeft hierbij een negatief effect op de totale verdiencapaciteit en derhalve voor het partnercollectief.

Het aanvaardbare risico voor individuele partners bepaalt derhalve het plafond aan de totale verdiencapaciteit.

Waar dit optimum ligt?

Wordt de beloning te laag in relatie tot alternatieven (advisering) dan zullen de betere accountants het controlevak verlaten.

Martin Koelewijn

Laten we het nu gewoon eens proberen: laat de RA/AA titel gedragen worden als opleidingstitel en de audit-werkzaamheden uhv de AFM-vergunning voor de wettelijke controles uitvoeren door degenen die de extra aantekening in het rijbewijs hebben.
Alleen dan zal blijken of er een koppeling is tussen risk en reward.
Maar niet zeuren als het verkeer uitpakt en er geen weg meer terug is.

Wim Nusselder

Risico en ‘passendheid’ van inkomen zijn ‘in the eye of the beholder’.
Dat inkomen een ‘passende’ ‘beloning’ is voor (opleidings)inspanning, expertise, (werk)inspanning, verantwoordelijkheid, risico etc. (zonder rekening te houden met status, ontplooiingsmogelijkheden, macht etc.) is een idee uit de ‘arbeidsmarkt’ theorie die gebaseerd is op onrealistische veronderstellingen als rationeel handelen, transparantie etc.
‘Markt’ is een relatief slechte metafoor voor bezigheden en relaties die zo zeer ons welbevinden en de zingeving van ons leven van ons leven raken dat we er onvermijdelijk veel méér van ons mens-zijn ‘in leggen’ dan alleen onze ratio.

Samenwerken aan behoeftebevrediging (economie) is complex en gaat gepaard (conflicterende) intentionaliteit en (diverse gradaties van) onderbewust gedrag.
Dat maakt zoeken naar oorzakelijke verbanden die vergelijkbaar zijn met natuurwetten onterecht.
Sociale wetenschappers die oorzakelijke verbanden pretenderen te vinden zijn de facto bezig met exercities in selffulfilling prophesy; de een succesvoller dan de ander.

Sociale wetenschap heeft nut om morele narratieven te produceren waarmee we vorm geven aan onze samenleving, waaronder narratieven die gewelddadig conflict over welvaartsverschillen voorkomen.
Sociale wetenschap riskeert legitimatie van een ongewenste status quo én van het met desastreuze gevolgen ter discussie stellen daarvan.

‘Partners van accountantsorganisaties behoren tot de 0,5% grootverdieners’ heeft een morele connotatie tegen de achtergrond van narratieven rond “for the many, not the few” en ‘de 1%’.
Wetenschappers doen terecht moreel geladen uitspraken, want wetenschap heeft als taak om de wereld te verbeteren en niet slechts om haar te verklaren.
Objectiviteitspretentie in de sociale wetenschap is een claim op een vergelijkbare maatschappelijke status als natuurwetenschap en techniek.

Er zijn belangrijker issues rond inkomen en risico van accountants dan dit welles-nietes-debat.

Jan de Rooy

@ Jan Bouwens
Zoals ik al opmerkte, angst kan een hele accountantsorganisatie tot in de poriën verlammen. En bedenk ook, dat als er bij de adviseurs van dezelfde firm wat fout gaat er een (meestal financieel) settlement wordt getroffen, waarna men met een gerust hart weer doorgaat met adviseren en geld verdienen. Zeker daar worden geen misslagen geduld van de accountantsbroeders.
De firm in het algemeen en de accountantsafdeling in het bijzonder, heeft voor haar business overwegend te maken met reputatie, net als een bank. (Vermeende) misslagen worden daarom hard aangepakt om zo intern een voorbeeld te stellen en extern de reputatie van de firm te versterken. Voeg daarbij een beetje machocultuur (‘alleen losers maken fouten’) en de tendens, nota bene ondersteund door de accountants zelf, om de reikwijdte van de controleverklaring eindeloos uit te breiden en het ontstaan van een enorme angst om fouten te maken is logisch. Net als het gevolg om te vluchten in compliance. Ik ondersteun daarom jouw oproep tot overleg, met wat mij betreft als thema: ‘ wat kun je redelijkerwijs aan betrouwbaarheid van accountantscontrole verwachten’ . De AFM kan input geven, maar of het daarvoor de eerst aangewezen partij is, weet ik niet.
@ Arnout van Kempen
Gezien het bovenstaande zie ik de invloed van de AFM ook niet zo zeer in de aantallen gevallen waar de AFM ‘slaat’. Maar wel in de angst voor reputatieverlies veroorzaakt door hun goed gestructureerde en feitelijke rapportages, waar alle missers uitgedrukt in ‘soll’ (eigen plannen en voorschriften) en ‘ist’ inzake de accountantsorganisatie worden aangevuld met een uiteenzetting van misslagen in een, overigens zeer beperkt aantal geselecteerde dossiers.

Arnout van Kempen

Nou valt over gevoel moeilijk te twisten, maar een van de significante opmerkingen bij de evaluatie van het accountantstoezicht, 100% door feiten onderbouwd, is dat de AFM opmerkelijk weinig slaat.

Rapporten publiceren, onaardige dingen zeggen, het is allemaal geen slaan. De AFM deelt opmerkelijk weinig boetes uit, en overigens houden die vervolgens opmerkelijk slecht stand.

Jan Bouwens

@Jan de Rooy

Ik citeer Robert Knechel in een interview met Jeroen Piersma in het FD van mei 2016:
"Toezichthouder die altijd slaat kweekt bange accountants" en,
"‘Er moet een soort samenwerking zijn tussen toezichthouder en de accountantsfirma’s. Bij de accountantscontrole speelt het professionele oordeel een belangrijke rol. Die dreigt met de verschuiving van de focus naar compliance in het gedrang te raken. Uiteindelijk heeft niemand een perfect oordeel. Een goede toezichthouder luistert daarom naar de accountantsfirma’s. Niet alleen dicteren, maar ook over en weer leren van elkaar. "

Jan de Rooy

Als ik de verhalen die je zo hoort uit het controleveld mag geloven, zijn partners bij de grote kantoren inderdaad als de dood om hun goedbetaalde baan en hun aanzien te verliezen. Er lijkt dus tenminste sprake van een enorm gevoeld risico.

Het allerergste daarbij is dat de angst om fouten te maken doorsijpelt tot in alle onderliggende geledingen. Niemand durft meer knopen te hakken, met als gevolg een vlucht in procedurele hoogstandjes en verwijzingen naar elkaar. Want mocht het fout gaan, dan was immers ‘ nobody to blame’; primair AFM en Legal Proof noemen we dat.
Accountants lijken verstrikt in hun eigen spinnenweb en spinnen steeds weer nieuwe procedures en regelingen om eruit te komen. Het moge duidelijk zijn dat zo’n cultuur van angst om verantwoordelijkheid te nemen nooit kan leiden tot echte doorwrochte controle en innovatieve oplossingen of een gedurfde nieuwe aanpak. Het risico dat accountants lopen heeft dus ook nogal wat impact!

Johan Peters

Tsja. De aloude discussie wat mag iemand verdienen? Laten we het niet hebben over piloten, artsen, apothekers, bankiers, voetballers, WoCo bestuurders en politici, maar bij de accountant blijven. Uit het jaarlijkse beloningsonderzoek van de NBA blijkt dat alleen accountants die partner zijn op een groot kantoor (dat is een kantoor waar meer dan 100 accountants werken) met hun gemiddelde inkomen boven de WNT norm uitkomen. Niet dat die norm zaligmakend is, maar het is in ieder geval een bedrag wat de goegemeente/politiek kennelijk aanspreekt. Er zijn buiten de Big4 niet zo heel veel kantoren waar meer dan 100 accountants werkzaam zijn. Spitsen we het toe op ingeschreven accountants voor de wettelijke controlepraktijk (want daar praten we over), dan komen alleen de Big4 boven die 100.

Een boeiende vraag is hoeveel er eigenlijk fout mag gaan in de werkzaamheden van een accountant voor zijn beloning ter discussie komt. Is dat geheel niets? Is dat dan realistisch?

Wanneer de beeldvorming is dat accountants luie mensen zijn die alleen maar fouten maken en daarvoor bakken met geld binnenhalen, dan is er geen beginnen aan om zulke discussies te voeren. De feitelijke en nuchtere opinie van Bouwens (die ik wel kan waarderen) past natuurlijk niet in dat beeld en zal daarom niet bij iedereen "landen".

Ronald Trouwen

@Heer Bouwens
Het door u genoemde effect zal ik niet ontkennen. Personen die aan de top willen functioneren zullen daar naar toe werken.

Het is echter dat de commercie in de Assurance-markt ook een aantal nadelen met zich meebrengt. In lijn met het statement gemaakt door de Heer Pheijffer stel ik dat de praktische persoonlijke verantwoordelijk niet in verhouding staat tot de beloning. Indien een accountant uit het openbaar beroep valt zijn de kansen in het bedrijfsleven niet per se verkeken.

Het effect van marktwerking wat u beschrijft kan ook niet geheel buiten beschouwing gelaten worden. Aftoppen van beloningen beperkt de prestatiedruk die gevoeld wordt en zal leiden tot minder performance. De vraag die rest is: Hoe verleggen we de focus van commercie naar vaktechniek zonder de prestatiedruk te ondermijnen.

Misschien is het naïef van mijn kant af maar de professie lijkt mij afdoende uitdagend om high performers te kunnen blijven interesseren. Ook zonder tonnen per jaar aan beloning. Misschien zal ik daar eens een opinie aan moeten wagen.

Arnoud Aikema

@Jan,
Op Tweede Kerstdag (what’s in a date?) schrijf je: ‘De accountancytak geldt reeds als low profit, high risk’. Marcel Pheijffer toont (alleen maar) aan dat partners van accountantsorganisaties behoren tot de groep ‘veelverdieners’ in Nederland en dat het met die risico’s, althans voor wat betreft de financiële consequenties, wel meevalt.

Ik begrijp niet zo goed wat je dan vervolgens betoogt in deze blog, die leest als een opsomming van (wijd) open deuren: adviespartners verdienen meer dan auditpartners, expertise leidt tot een hogere beloning, fouten komen voor en raken de organisatie. Yup, allemaal waar.

Maar waarom is het dan zo moeilijk om de evidentie van de stelling van Marcel Pheijffer te bevestigen?

En het aangehaalde onderzoek van Knechel c.s is – om talloze redenen – geen handige grondstof voor jouw betoog. Het grootste deel van hun bevindingen zijn namelijk ook open deuren en vooral een bevestiging van wat de goegemeente al vermoedde: commerciële en gespecialiseerde accountants verdienen meer. En juist daar waar het gaat om precisie, nuance, gevoel, psychologie etc, verliezen de onderzoekers zich in een ‘proxie’ in de vorm van going concern issue. Slappe hap en broddelwerk.

Volgens mij kan jij dat beter (al was je ook reviewer bij dat onderzoek) en concentreer je dan op de vraag welke invloed organisatiebelangen en -structuren hebben op keuzes in het uitgevoerde auditwerk.

Jan Bouwens

@ heer Trouwen
We leven in een democratie, de maatschappij kan besluiten de inkomens van accountants af te toppen. Diezelfde maatschappij neemt dan de consequenties voor lief.
De duizenden onderzoeken waar ik aan refereer leiden onherroepelijk tot de voorspelling dat er dan minder accountants dan nu aan de top overblijven. Deze accountants kwamen daar in onderlinge concurrentie en slechts een heel klein deel van de pas afgestudeerde RAs komen ooit in zo’n toppositie terecht. Door hun salaris af te toppen wordt het aantrekkelijk voor hen om het beroep van controlerend account te verlaten en CFO te worden of adviseur. Het te verwachten effect op kwaliteit van het werk laat zich raden.

Ronald Trouwen

@Heer Bouwens

Slechts enkele markten kenmerken zich door de volkomen concurrentie die Adam Smith heeft beschreven. De complexiteit van de professie en het product (Assurance) dat verkocht wordt beperkt de mogelijkheid op tot dit niveau te komen.

U stelt "Afhankelijk van het benodigde niveau aan talent eindigt de slimste en best functionerende individu aan de top". Gezien de high profile zaken die zich de afgelopen decennia hebben voorgedaan lijkt dit statement niet (meer houdbaar).

Ik sluit mij aan bij de heer Telle in de zin dat tijden veranderd zijn. De modellen waarin we denken kunnen niet meer enkel geld als uitgangspunt hebben.

Jan Bouwens

@Marcel
Over het maatschappelijk begrip. Er is sprake van relatief lage winst. Dat is een gangbaar begrip binnen de (bedrijfs)economie. Als een activiteit binnen of buiten een ondernemingen winstgevender wordt, dan onttrekt de organisatie middelen aan het minder winstgevende deel, ten gunste van het winstgevender deel. Het deel dat minder winst maakt sterft langzaam of snel af. Accountancy is minder winstgevend dan advies (binnen en buiten het accountantskantoor). Ik hoop dat de samenleving dat begrijpt. Zo niet dan komt de samenleving vanzelf tot dit besef als men maatregelen treft die deze krachten negeren.
Het risico. Je geeft aan dat het borgingssysteem niet heeft geleid tot het vertrek van accountants of bestraffing. Kun je je beroepen op een onderzoek naar de mate waarin het borgingssysteem tot ontslag/bestraffing heeft geleid? Ik ken het niet.
Zoals ik al schreef, ik ken weinig (geen) beroepen waar zonder gene mensen met naam en toenaam in de krant worden gezet nog voor is vastgesteld dat betrokkene het verwijt kan worden gemaakt. Daarom noem ik het risico hoog. Ook de interne borging leidt tot verwijdering/bestraffing maar we zouden inderdaad onderzoek moeten doen om dat ook te laten zien.
Het hele plaatje. Je voorbeelden hebben betrekking op de uiteinden van de staart van gebeurtenissen, niet op de hele populatie van beloonde, bestrafte en ontslagen accountants. Je voorbeelden geven dan ook een onvolledig beeld van de populatie en het is daarom dat ik mijn betoog begin met de zin dat je blog mensen mogelijk op het verkeerde been zet. Ik vind dat het de plicht is van wetenschappers het hele verhaal te vertellen. Dat is hetgeen ik probeer te doen.
@Jeffrey Ik ben er groot voorstander van om de rol van de RvB te minimaliseren en die van de auditcommissie te maximaliseren bij het organiseren van audit-engagements. Onderzoek ondersteunt dit beleid.

Jeffrey Bekkerin

@Jan
Je zegt in de laatste zinnen:”..het is een kwestie van marktwerking. Daar bemoei ik me niet mee.” Misschien zou je dit wel moeten doen, want je verhaal zou namelijk meer kloppen. Als er sprake zou zijn van een effectieve markt waar cliënten invloed kunnen uitoefenen op de prijs dan werkt de markt inderdaad en zal prijsaanpassing volgen, omdat er voldoende aanbieders zijn die zich onderscheiden op kwaliteit en prijs. Echter, in het geval van de OOB-markt gaat dit niet op. Hier is eerder sprake van een homogene oligopolie, waarbij de markt ook nog eens is verstoord omdat de dynamiek is verdwenen. In een volgende blog zal ik dit verder verduidelijken.

Om je verhaal te laten kloppen, moet dus eerst de dynamiek weer terugkomen. Dit kan door het toelaten van meer concurrentie of door meer transparantie en communicatie over de jaarrekeningcontrole & prijsbepaling naar de markt. Met het laatste is het beroep al een tijdje bezig, helaas met weinig success. Wat ook niet echt raar is want het lukt niet eens om transparant te handelen over bepaalde gebieden binnen onze eigen beroepsvereniging, getuige de blog vorige week van een ex-bestuurslid.

Mijn voorkeur gaat daarom uit naar het eerste want meer concurrentie bevordert ook innovatie. En misschien zitten er tussen de nieuwe toetreders wel een paar jonge hippe bedrijven die de nieuwe groeimotor van de accountancy kunnen worden. In dat geval geven we de jonge generaties ook gelijk een kans om ook hun talent buiten de big4 te laten zien.
Dan is het probleem, zoals je schetst in je blog, over hoe om te gaan met talent binnen de big4 ook weer gelijk opgelost😊

Marcel Pheijffer

@ Jan

Ik noem de krachten en voorbeelden en dergelijke geen gotspe.

De gotspe is dat jij stelt dat er sprake is van 'low profits'. Dat is klinklare onzin en kan je niet uitleggen aan de overgrote meerderheid van de beroepsbevolking (en passant herstel ik een foutje mijnerzijds: de accountants horen tot de o,5 % ipv 0,005 % grootverdieners. De fout doet overigens niets af aan mijn argumentatie), de politiek, de media en ook niet aan ondergetekende.

Dat je overigens niet ingaat op andere in blog en commentaar aangedragen argumenten is jammer en maakt verdure discussie vrij zinloos. Ik ga er dan ook geen polemiek van maken.

Jan Bouwens

@Heer van Telle. Uw argument negeert de economische krachten die in het spel zijn. Deze krachten werden beschreven In “The Wealth of Nations”, gepubliceerd in 1776 door Adam Smith. De inzichten van Smith zijn in duizenden onderzoeken getest en bevestigd.
Het proces is eenvoudig te beschrijven. Mensen kiezen een pad (politie, financieel specialist). Op dat pad maken ze carrière door met anderen die het zelfde beroep kozen te concurreren. Afhankelijk van het benodigde niveau aan talent eindigt de slimste en best functionerende individu aan de top. Het zal duidelijk zijn dat als men eenmaal aan de top van het gekozen pad is geëindigd de overstap naar een ander pad kozen bijna onmogelijk is (een hoofdcommissaris wordt geen tekenend partner bij een accountantskantoor). Echter binnen het beroepenveld (van politie naar particuliere beveiliging) zijn zulke overstappen wel mogelijk. Accountants kunnen hun kennis opgedaan als controlerende accountant ook inzetten voor advies geven binnen hun eigen firma of daarbuiten. Zo is het niet moeilijk voor een accountant die financiële instrumenten controleert om buiten de controlepraktijk aan de slag te komen. Minder risico en een hoger inkomen maken zo’n overstap aantrekkelijk.
Nu mijn punt is dat ik eigenlijk geen gevallen ken waar een adviseur aan de schandpaal werd genageld voor geleverde diensten. Ik ken wel accountants die dat terecht en soms ook onterecht ten deel veel. De accountant loopt relatief (op het pad van financieel specialist) een hoog afbreukrisico. Als we het inkomen van de accountant verlagen, maak we het aantrekkelijker om de overstap te maken. Dat zou de onvermijdelijke consequentie zijn van een inkomensstop.
@Marcel De voorbeelden die je geeft, doen niets af aan de beschreven krachten. De krachten kwalificeren als “een Gotspe” is een waardeoordeel dat staat los staat van de processen die als sinds 1776 werden beschreven en bevestigd.

Marcel Pheijffer

@ Antoinette

Jan is degene die de connective tussen profit en risico heeft gemaakt. Ik ben daar slechts op ingesprongen.

Maar los daarvan: leze de economische theorie, dan stuit je vanzelf op het door jou niet begrepen verband.

Mijn blog is niet gebaseerd op maatschappelijk sentiment. Het gaat mij primair om de onhoudbare stelling van Jan (accountancytak kent low profits) te weerleggen.

Voorts begrijp ik iets niet in jouw reactie inzake directiefraude: 'Laten we de verantwoording houden waar die hoort! En dat is de directie.' Wat wil je hiermee betogen? Heeft de accountant geen rol bij de aanpak van directiefraude? Mag de accountant niet ter verantwoording worden geroepen als hij directiefraude laat doorgaan?

Marcel Pheijffer

Waarde Jan.

Mijn blog is onderbouwd met cijfers een weerlegging van met name het eerste deel van jouw quote (de gotspe).

Dat er een kleine groep anderen is met nog meer verdiensten (adviseurs) moge zo zijn. Maar hoe zwaar en van belang is dat argument indien je in de groep 0,005 % grootverdieners in Nederland valt?

Voorts plaats je stellingen en veronderstellingen over de wijze van winstuitkering. Ik weet niet of die voor iedere organisatie wel juist zijn. Maar zelfs al zou dat zo zijn: ik onderbouw mijn blog ook met cijfers uit het beloningsonderzoek onder louter accountants. Ook daaruit blijkt dat zij grootverdieners zijn.

Kortom: low profits is een gotspe om niet te zeggen onzin. Overigens blijf ik herhalen (zie ook commentaar bij mijn blog) dat ik de discussie mijnerzijds niet gaat over de vraag of de beloning voor de accountant TE HOOG is, louter over de vaststelling dat deze HOOG is.

Je betoog inzake het hoge risico voor accountants bevat wel enkele steekhoudende argumenten. Er vliegen (tegenwoordig) inderdaad accountants uit die fouten hebben gemaakt.

Echter: hun aantal is niet hoog. Bovendien zijn de meesten er uitgevlogen nadat de AFM, het OM of derden een kwestie agendeerden.
Derhalve niet door de kwaliteitsborgingssystemen intern en regelmatig betreft het kwesties die al jaren lopen en waarbij de accountant (te) lang onder de radar bleef. Ook zijn er diverse kwesties te noemen waarbij de accountant na falen in dienst is gebleven.

Ergo: de pakkans - om deze vervelende term te gebruiken - was in het verleden niet hoog (de touwtjes zijn recent in deze zeker aangetrokken).

In het huidig tijdsgewricht is het risico voor de accountant groter dan in het verleden. Maar dat wil niet automatisch zeggen dat het risico nu daadwerkelijk hoog, laat staan heel hoog (of zelfs de overtreffende trap: levensgevaarlijk) is. De onderbouwing vanuit financieel perspectief in mijn blog laat zien dat de betalingen na accountantsfalen peanuts betreffen.

Antoinette Dijkhuizen

Accountant zijn is levensgevaarlijk! En ik begrijp de connectie niet tussen het inkomen van de partners van de Big4 en de risico's die worden gelopen.
Elke accountant heeft dezelfde beroepsregels, ongeacht de functie die wordt bekleed.

Ik ben blij met je opinie Jan. De opinie van Marcel is gebaseerd op een maatschappelijk sentiment. En regeren op sentimenten is dodelijk voor de democratie. Wat we nodig hebben is onafhankelijk onderzoek die de echte context en correlatie zichtbaar maakt.

Uit eigen ervaring kan ik je vertellen dat er een systeemfout zit in ons beroep. En daarover wil ik graag verder debatteren. (Studioams, 22 maart vanaf 15:00)

Als we willen gaan voor een lerend beroep, dan moet er ook sprake zijn van een veilige en gezonde kweekvijver waar er ruimte is om te leren.
En die ruimte is er niet.

Als we de maatschappelijk functie echt inhoud willen geven, dan moeten we onze accountants die vol in de wind staan beschermen. En die bescherming is er niet.

Als je als accountant te maken krijgt met fraude, dan ben je nog niet jarig.
In de publieke opinie wordt vaak Vestia en Imtech aangehaald. Maar laten we niet vergeten, dit betrof directie fraude. Laten we de verantwoording houden waar die hoort! En dat is de directie.

Accountant zijn is levensgevaarlijk! Een mooie titel voor een volgende blog.

Perry Telle

Ik heb nog nooit zoveel onzin gezien in 1 opinie. Natuurlijk zijn er accountants die “gestraft” worden als ze grove fouten maken. Dat gebeurt bij iedere werknemer/ondernemer. Het inkomen vergelijken met een “meer gelijke” peergroup is een non discussie en legt precies bloot waar het misgaat in de accountancy. Het maatschappelijke verkeer vergelijkt namelijk niet meer met een geselecteerd aantal maar veel vaker met de politieagent die significant minder verdient en weldegelijk het maatschappelijk verkeer verdedigt. De tijden en daarmee normen en waarden zijn veranderd. Ik zou zeggen tegen de accountants met 👍 wen er alvast aan.

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.