Bij de grote accountantsorganisaties zijn zelfstandige forensisch accountancyafdelingen ontstaan, die fraudepatronen in beeld brengen, daders ontmaskeren en preventieve maatregelen voorstellen om herhaling te voorkomen.
Periodiek doen die afdelingen verslag van ontwikkelingen op het gebied van fraude en specifieke onderwerpen zoals corruptie en cybercrime. Niet zelden gaan die rapporten gepaard met het aanbod om clientèle van dienst te zijn en hen met preventieve maatregelen te helpen van dergelijke nare zaken verschoond te blijven. In dat soort (preventieve) dienstverlening zijn accountantsorganisaties goed.
Minder goed zijn zij in het ontdekken van fraude bij reguliere accountantscontrole. De wens vanuit de maatschappij om juist op dat punt wél een zinvolle bijdrage te leveren, ten behoeve van de reinheid van het economisch verkeer, was ooit een belangrijke ontstaansgrond van de accountancy.
Het doel van accountantscontrole is beschreven in wet- en regelgeving: het verkrijgen van zekerheid over de vraag of de financiële overzichten vrij zijn van een afwijking van materieel belang, die het gevolg is van fraude of fouten. In de doelstelling staat fraude derhalve centraal en dat schept verplichtingen en verantwoordelijkheden voor de accountant.
In de praktijk geeft deze daar op tweeledige wijze invulling aan. Ten eerste door zich bij de accountantscontrole vanuit een professioneel-kritische instelling te richten op frauderisico’s. Ten tweede door tijdens de controle in te spelen op concrete fraudesignalen. Het eerste gaat accountants beter af dan het tweede.
Recent betoogde forensisch accountant Peter Schimmel op deze website dat we moeten ophouden van accountants 'het onmogelijke' te verwachten, namelijk dat ze fraude ontdekken. Hij maakt daarbij een in mijn ogen ongepaste en ongenuanceerde vergelijking: "Wie meent dat de accountant wel verantwoordelijk is, vindt waarschijnlijk ook dat vrouwen in korte rokken vragen om me too-gedrag', slechte sloten om diefstal, en dat artsen van rokende longkankerpatiënten moeten worden opgesloten, omdat ze de patiënt niet van de sigaret hebben afgehouden."
Ook zijn volgende opmerking kan mij niet bekoren: "Maar per definitie ziet een frauduleuze transactie er exact zo uit als een legitieme transactie. Daarom is zoeken naar fraude kul. Je gaat ook niet ieder mens elk jaar door een full body scan halen omdat je de meeste kwalen toch mist en niemand er gezonder van wordt."
Het is jammer dat juist een forensisch accountant met dit soort stellingen komt. Met vele forensisch accountants is mijn ervaring, op basis van in het verleden uitgevoerde onderzoeken, nu juist dat controlerend accountants in de controle frauderisico's en met name fraudesignalen hebben gemist. Terwijl van hen juist mag worden verwacht dat zij daar alert op zijn. Niet alleen vanuit maatschappelijk belang waardoor accountantscontrole wettelijk verplicht is, maar ook vanuit de doelstelling van accountantscontrole, de professioneel-kritische instelling en de verantwoordelijkheid van de accountant. Het zoeken naar fraude is dan ook geen kul, het is inherent aan de doelstelling van accountantscontrole en de zekerheid die accountantscontrole verschaft.
Over het thema van deze blog sprak ik eens met een bestuursvoorzitter van één van de grote accountantsorganisaties. Ik complimenteerde hem met de rapportages van zijn accountants over fraude. Hij keek mij meewarig en niet begrijpend aan; had een dergelijk compliment kennelijk niet uit mijn mond verwacht. Ik heb hem vervolgens uitgelegd dat ik doelde op de rapportages van zijn forensisch accountants en voegde eraan toe dat ik wenste dat zijn controlerend accountants ook zulke goede rapporten schreven.
De bestuursvoorzitter moest lachen en legde mij uit dat dat niet kon. Als een forensisch accountant wordt ingeschakeld, is er een probleem bij de cliënt dat moet worden opgelost en is er afdoende budget. Accountantscontrole is echter 'een moetje' voor de cliënt met als gevolg een afgeknepen budget.
Dat laatste was volgens hem het probleem. Onzin, repliceerde ik, een controlerend accountant die onvoldoende budget krijgt om aandacht aan fraude te schenken, hoort een opdracht niet aan te nemen. Doet deze dat wel, dan is dat het probleem.
Deze opinie is vandaag ook in het FD gepubliceerd.
Bij uw eerste reactie op deze site vragen wij om een bevestiging.
Er is een bevestigingsmail naar het door u opgegeven e-mailadres gestuurd.
Hein Kloosterman
Ik heb inmiddels een aantal columns/artikelen gelezen over fraude en de reacties erop. Het valt mij op dat er sprake is van heel veel retoriek en weinig methodologie. Binnen de retorische artikelen en reacties is er vaak sprake van een nogal juridische invalshoek. Daardoor wordt de essentie die Peter Schimmel stelt verhuld. Als we eens begonnen met een solide methodologie van controle in acht te nemen, dan is beter te onderscheiden waar de redeneringen zuiver genoeg blijven. Weer eens een poging: we stellen als accountants dat we (doorgaans) 95% assurance leveren dat de jaarrekening geen materiële fout bevat. Onder fout worden dan alle soorten misstatements verstaan, dus ook fouten door fraude. Assurance is dan de zekerheid dat als er een materiële fout in die verantwoording had gezeten we die behoudens een kleine kans (5%) ontdekt zouden hebben. En materiële fout betekent dan de geaggregeerde (bovengrens van) fouten in dat verslag (worst case dus). Het onderzoek van de afzonderlijke elementen, voor het gemak noem ik die boekingen, is het vaststellen dat die goed zijn. Niet fout dus, welke foutsoort men ook kan bedenken: echt goed, en dat betekent “Goed is alleen goed als er goed op staat.” Accountants zoeken dus naar fouten door gebruik te maken van hun definitie van wat onder ‘goed’ moet worden verstaan. Dat voor zover het de positieve controle betreft. Bij negatieve controles zoeken accountants zoeken naar niet geboekte bedragen die er wel hadden moeten zijn. Er is dus een (verzameling) Soll-positie(s) en geen Ist-positie.
Voor het ontdekken van fraude moeten dus de als fout onderkende boekingen op het aspect al dan niet fraude worden bekeken. Voor de niet geboekte “boekingen”, de omissies, geldt ook: de boekingen die zijn ontdekt moeten worden onderzocht op fraude. Vooral die laatste categorie is lastig te onderzoeken.
Stijn Sap
Ik heb de indruk dat een deel van de discussie over de vraag of een accountant een afwijking van materieel belang a.g.v. fraude kan / zou moet kunnen detecteren ten dele zit in de impliciete invulling van de term 'materieel belang'.
Een afwijking a.g.v. fraude lijkt vaak eerder materieel geacht te worden dan een afwijking van gelijke omvang a.g.v. fouten, gezien de aard van de afwijking. Je hoort zelfs weleens het adagium 'fraude is altijd materieel'. Hiervan kun je van alles vinden, maar daar zal ik in dit stukje niet verder induiken. De vraag of de standaarden van de accountant verlangt dat hij een afwijking a.g.v. fraude anders evalueert dan een (cijfermatig identieke) afwijking a.g.v. fouten vind ik niet eenvoudig.
Bij een enorm beursfonds zal een fout van €5mio veelal kunnen worden aangemerkt als 'niet materieel', terwijl over een fraude van €5mio, of zelfs van een fractie daarvan, minder snel kan en zal worden heengestapt.
In het licht bezien van de situatie waarbij men soms (impliciet?) een veel strengere 'norm'/materialiteit lijkt te hanteren voor afwijkingen a.g.v. fraude dan voor afwijkingen a.g.v. fouten, kan ik mij voorstellen dat het voor de accountant lastig is om (tegen aanvaardbare kosten) te verklaren met redelijke zekerheid dat de jaarrekening vrij is van afwijkingen a.g.v. fraude.
esther van grunsven
Hoi Marcel,
Wordt door je opiniestuk teruggeworpen in de geschiedenis van de accountancy, die ik destijds heb onderzocht tbv mijn scriptie. Een mooi en zinnig onderwerp, reeds grosso modo nu alweer 100 jaar op de agenda. Dacht meteen aan het mooie schrijven van J. Hagers uit 1930 "Ken uw zaak, Waak tegen fraude". Met het mooie citaat: "Wees getrouw en vertrouw niemand. Vertrouw geen sterveling, maar allerminst uzelf. Eerst als men van eigen feilbaarheid bewust is, kan er sprake zijn van wezen werkelijk getrouw te zijn en werkelijk controle uit te oefenen. Geen bedrog is mogelijk zonder zelfbedrog." En natuurlijk "Fraud, The Accountantsliberary nr 30" uit 1919, waar de functies en beperkingen in de controle om misstanden te voorkomen uiteen worden gezet enzovoorts, aangevuld met Noordervliet "Het grote leugenspel", 2001. Om af te sluiten met …. Fraudebeheersing, hoe doe je dat, uit 2004 van P.J. Schimmel en volgens mij is de bal dan weer rond.... Goede groet!
Esther
Endymion Struijs
Namens STUDIOAMS hosten wij, met plezier, (dat aanbod staat nog steeds): een (regelmatige) Green Table voor live discussie (in aanvulling op de scherpe pen van diverse participanten in dit debat)..niet in de laatste plaats om de vertaling van Vernieuwingsagenda in de effectieve banen te leiden. Zie ook mijn oproep op LinkedIn https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:6435568650282893312/?commentUrn=urn%3Ali%3Acomment%3A(activity%3A6435568650282893312%2C6436299784918831104)
Pieter de Kok
Ik begrijp nu Marcel zijn pijnpunt beter.
Die pijn blijft denk ik zolang er geen open debat komt rondom de vraag of wat we verklaren rondom fraude wellicht de echte “kul” is.
Het schuurt natuurlijk.
In alle recente (visie) stukken lees ik dat we nu meer (moeten) gaan doen.
Omdat kritiek toeneemt? En onder het mom; “we kunnen t wel en gaan t nu beter doen?”
Als we blijven geloven dat we frauderisico-, signalering- en detectie gurus zijn, als we blijven denken dat we op elke opdracht daadwerkelijk dat hebben gedaan wat COS240 minumaal vraagt, dan heeft Marcel gelijk, dan is er geen verder debat nodig; we verklaren t, we kunnen het t, moeten het alleen nog even beter doen..
Ongetwijfeld, we zullen zeker hele goede dingen doen, maar ik maak mij toch wat zorgen.
Volgens mij zijn we op dit complexe vraagstuk meer onbewust (ik hou het graag positief) onbekwaam dan andersom, maar accepteren we dit blijkbaar met elkaar al jaren. Hier beweeg ik naar boodschap Peter.
Overigens, kan perceptie zijn, maar recente fraudes lijken steeds meer door interne klokkenluiders dan door auditors te worden vastgesteld.
Ik vind het soms rete ingewikkeld in t veld en ik lig soms wakker van of we de juiste dingen op een opdracht hebben gedaan.
En nu? De winkel maar sluiten omdat ik niet geloof dat wij in doorrazende digitalisering, complexiteit van aan elkaar gekoppelde IT systemen, software updates, alles signalen (tijdig) kunnen zien? Auditing the unknown.
Al een tijdje geloof ik dat dit één van de lastigste vraagstukken van ons vak is en zal worden. Hiernaast vrees ik de verwachtingskloof.
Dus mij betreft juist wel praten over opleiding, kennis, nieuwe technologie, ervaring, inzet experts (j/n), en vooral nadenken over de uitleg wat we “wel of niet kunnen”.
Hoe verder, of was dit m weer?
Marcel Pheijffer
@ Wim
Je stelt meer vragen dan hier kunnen worden beantwoord.
Maar als gezegd in mijn stukje: de accountant verschaft een redelijke mate van zekerheid dat de verantwoording verschoond is van afwijking van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
In feite is het onderscheid tussen fraude en fouten nauwelijks van belang, zij het dat in regelgeving is onderkend dat fraude ontdekken lastiger is dan fouten.
Zolang accountants verklaren dat de verantwoording getrouw is (en dat die dus vrij is van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude en/of fouten), zijn vragen naar opleiding, kennis, budget e.d. overbodig.
Immers, indien de accountant een dergelijke verklaring meent af te kunnen geven, dan is deze kennelijk van mening dat hij/zij beschikt over afdoende opleiding, kennis, budget et cetera.
Immers, indien deze dat niet zou menen mag de opdracht niet worden aangenomen, laat staan uitgevoerd.
En daar zit een deel van de pijn aan mijn kant: zolang accountants verklaringen op deze wijze verklaringen afgeven (en dus van mening zijn de regels te hebben gevolgd) is de stelling onhoudbaar dat ze geen taak hebben om fraude te ontdekken.
Wim Nusselder
Beste Marcel, Je schrijft: “Het doel van accountantscontrole is beschreven in wet- en regelgeving: het verkrijgen van zekerheid over de vraag of de financiële overzichten vrij zijn van een afwijking van materieel belang, die het gevolg is van fraude of fouten.” Staat die wet- en regelgeving de volgende interpretatie toe: ‘Accountantscontrole is bedoeld om meer zekerheid te verkrijgen dat financiële overzichten vrij zijn van afwijkingen van materieel belang ONGEACHT of die het gevolg zijn van fraude dan wel onbedoelde fouten’? Met andere woorden: verplicht die wet- en regelgeving controlerend accountants om onderscheid te maken tussen bedoelde en onbedoelde niet-getrouwheid? Met andere woorden: zijn controlerend accountants alleen verplicht om te zoeken naar niet-getrouwheid of ook naar fraude als specifieke oorzaak daarvan?
Is een controle-instrumentarium (risico- dan wel gegevensgericht) volgens jou geschikt voor het inspelen op fraudesignalen? Ja, zoeken naar fraude is van belang als je zekerheid wilt dat verantwoording getrouw is.
Zijn controlerend accountants daarvoor passend opgeleid, hebben ze daarvoor het passende instrumentarium en hebben ze een toezichthouder die daarop stuurt? Kunnen ze MET DE BUDGETTEN DIE HUN KLANTEN VERWACHTEN EN BEREID ZIJN TE BETALEN én voldoen aan alle controlestandaarden én inspelen op fraudesignalen in het gedrag van mensen? Kun je van accountantsorganisaties verwachten dat ze alle opdrachten weigeren die onvoldoende ruimte bieden voor het zoeken naar en ontdekken van fraude? Kun je van gecontroleerden verwachten dat ze bereid zijn te betalen voor het zoeken naar en ontdekken van fraude waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn?
Louis van Garderen
Hoe zou ik toegang kunnen krijgen tot de kennelijk gangbare opvattingen van mijn beroep... de 6PE cursus geeft die ingang mij althans niet. Artikelen als die van Pfeijffer beschrijven wel problemen maar leveren ondertussen niks op, zelfs niet echt een debat. Daarvoor moet je volgens mij dieper graven en meer kritische vragen stellen. Dan helpt het niet om in publieke media als het FD dergelijke meningen maar even voor het gemak ongezouten af te serveren.
Dit vraagstuk is simpelweg complexer dan verwijzing naar een budget al is dat wel een kapstok voor een breder probleem. Praktische uitwerkingen of duiding van de frauderegels door het bestuur... Ik heb ze vast ergens gemist?
Ik ben benieuwd.
Jan-Willem Wits
Terechte repliek van Marcel op een bijzondere opiniebijdrage van Peter Schimmel. Als B4-woordvoerder heb ik, hoewel geen accountant, heel wat fraudedossiers voorbij zien komen. Bij systematische fraude door het management kon ik altijd prima uitleggen dat een accountant niet (altijd) bestand is tegen 'samenzwering' (willens en wetens om de tuin leiden). Maar vaak genoeg waren er meer dan voldoende signalen waarop een accountant wel degelijk had kunnen en moeten acteren maar dat niet deed uit luiheid, angst, ongemak of wegkijkgedrag. Dan heeft het maatschappelijk verkeer echt wel een punt (te beginnen overigens met de voorzitter van het audit committee die bij een fraudezaak heus meteen de accountant belt, kennelijk ook al behept met een verwachtingskloof).. Ook de materialiteitgrens is geen in beton gegoten verweer. Steinhoff draaide in 2017 een omzet van 20 miljard maar als daar voor 1 miljard aan fraude is gepleegd, dan heeft de accountant best een probleem.. Wanneer accountants oprecht menen dat zij op geen enkele wijze aan fraudedetectie kunnen voldoen, dan kunnen we beter de wettelijke controleplicht afschaffen en de accountant zijn maatschappelijke opdracht als vertrouwenspersoon laten teruggeven. Dan wordt er gewoon keurig aan de RvC en het management gerapporteerd - inclusief de expliciete vermelding dat er in het kader van de controle geen onderzoek is gedaan naar mogelijke fraude - en is de accountant bevrijd van al die overspannen maatschappelijke verwachtingen. Dan zijn de verhoudingen helder en eerlijk. Overigens verbaast het mij dat GT zich zelfs hier niet laat zien. Wanneer een partner zo'n steen in de vijver gooit, zou het niet misstaan om te verhelderen of hij wel/niet namens de hele club heeft gesproken. Nog los van de her en der weinig gelukkige woordkeuze.
Jan Wietsma
De ledengroep Accountants in Business heeft een aantal moresprudentiesessies georganiseerd rondom het thema Fraude. Hierin gingen accountants volgens het principe van de vrijplaats aan de slag met het bespreken van eigen praktijkvoorbeelden waarin ze met fraude werden geconfronteerd. Doel was van elkaar te leren. Deze sessies werden ook altijd goed beoordeeld en deelnemers gaven ook aan dat het hen hielp.
Daarnaast constateer ik dat we over fraude en de rol die de accountant daarbij speelt verschillend wordt gedacht. Ik denk dat het goed is dat we als leden van de beroepsgroep aan de slag gaan met thema fraude door de verbinding te leggen tussen theorie en praktijk en te kijken wat wat en niet kan tegen aanvaardbare kosten.(!) Als we dat scherp hebben kunnen we de verwachtingen ook helderder communiceren. Volgens mij noodzakelijke acties voor het bestendigen van de autoriteit die wij als accountants hebben.
Pieter de Kok
Dag Jan, Ik denk dat in alle eerlijkheid mijn vraag de juiste is. Wanneer het onderwerp Fraude “buiten” wordt besproken heeft niemand het over de NBA, maar gaat het (in situaties van gemiste fraudes), over de rol van de accountant, de afwezigheid. Sterker op Linkedin heb ik discussies met willekeurige reageerders die rustig stellen dat accountants fraudes faciliteren (met linkjes naar AFM boetes), is de perceptie echt rond de vraag “waarom kunnen jullie fraude niet voorkomen, beter opsporren of liever nog: geheel stoppen”.
Als wij niet uitleggen wat we wel of niet kunnen (obv audit standaarden) (nog los van mijn zorg in eerste deel vraag) zal de verwachtingskloof rondom audit groter worden (inderdaad), dat raakt ons individueel, niemand zal een klachtbriefje, tweetje of app naar de NBA sturen. Wat “wij” wel kunnen doen is als beroepsleden (en zonder nieuwe audit standaarden zie ik niet in waarom we naar NBA kijken), zelf voortouw nemen en beter uitleggen “wat we wel of niet kunnen”.
Gelijk aan dat er nog geen Robots zijn, gelijk aan dat we De Wereld Niet Verlossen van Corruptie, etc. Ik las dat we het klimaatvraagstuk ook op gaan lossen, daar zou ik dolgraag ook iets voor doen, dit weekend ga ik met de kids plastic uit duinen verzamelen...
Realisme3.0 (workforce openbaar accountants nu en 10 jaar geleden gelijk, gemiddelde auditfees gelijk, opleiding gelijk, technologie gelijk, werkdruk verdubbeld, maatschappelijke verwachtingen verdriedubbeld), ergens klopt er iets niet.
Jan Weezenberg
@ Pieter de Kok, Beste Pieter, Ik lees: “ maatschappelijk verkeer uberhaupt nog wat we wel en niet kunnen? Waarom gaat debat hier niet over?” Wat we wel of niet kunnen is volgens mij nauwelijks relevant. Maar het reputatie-probleem van NBA gaat over de vraag : begrijpt maatschappelijk verkeer waar we in alle redelijkheid op aangesproken mogen worden ? Remember de stokoude vertrouwenskloof-story! Aan dat debat kan ik niet meer deelnemer, gezien de genadeloze drie beurten regel. En ook de ander enthousiaste deelnemers zijn zo’n beetje aan het einde van hun rantsoen. Arnout en ik, en Frans Kersten, proberen duidelijkheid te realiseren als voorbereiding op mijn opmerking over het reputatieprobleem van NBA. We zijn nog lang niet klaar met ons zinvol overleg. En onze inspanning tot nu toe blijkt verspilde energie, jammer..
Vriendelijke groet, Jan Weezenberg
Arnout van Kempen
@Rene van Wingerden
Ik heb helaas moeten constateren dat de tuchtrechter hierin een zekere mate van hindsight hanteert. Maar in beginsel zou dat niet moeten mogen. Als je als accountant je werk volgens de regelen der kunst hebt uitgevoerd, je met pakweg 95% zekerheid weet dat een verantwoording geen materieel afwijking door fout of fraude bevat, dan moet je als gebruiker accepteren dat er dus nog 5% kans is dat die afwijking er toch is.
De wet en de accountantsregelgeving impliceren NIET dat een gemiste fraude altijd een fout van de accountant is.
Frans Kersten
Ik heb voor mijn werkgever eens de 'position paper fraude(risico's) mogen opstellen waar onze extern accountant om gevraagd had. Ik ben eerst op zoek gegaan naar de definitie van fraude. Die bleek al niet eenduidig te zijn. De via google gevonden juridische invulling (oplichting, verduistering, valsheid in geschrifte) week af van die in de accountancy (BTA art. 36 en NV-COS). Voorst speelt dan nog dat in juridische zin er nadrukkelijk sprake moet zijn van opzet en vervolgens moet de schuld dan ook nog eens bewezen kunnen worden. In de accountancy gaat het ook sterk in misleiding en uitwerking richting gebruikers van de jaarrekening.
Is resultaatsturing door het management zodat er jaarlijks een mooi gelijkmatig resultaat uit komt (met voorzieningen valt genoeg te spelen) dan ook fraude? Denk dat geen accountant hier iets van zegt.
Ander voorbeeld. In mijn woonplaats heeft de gemeente bezuinigd op wijkcentra en panden verkocht. Enkele aan 'vriendjes', andere niet. De 'niet-vriendjes' zien nu dat de 'vriendjes' veel meer subsidie krijgen als ze zaken voor de wijk doen. Fraude of niet? En, zo ja, welke accountant ziet dit.
Pieter de Kok
Erg blij met de discussie, eindelijk! Peter verdiend warm welkom voor aanjagen deze discussie. Mooie gelegenheid voor elke auditor die worstelt met dit vraagstuk (including me), want zoals Rene terecht stelt, dit vraagstuk begint reeds aan de voorkant, mee te nemen. Dit is voor beroep een lastig vraagstuk.
Het is tegenwoordig natuurlijk heel populair (mee in de vernieuwingsdrang, maatschappelijke discussie) om te stellen dat auditors veel beter fraudes moeten signaleren (indicatoren in kaart brengen), werkzaamheden definieren, bij detectie omvang in kaart brengen en kwantificeren etc. Dit als onderdeel van de audit van een jaarrekening.
Uiteraard, een niet bestaand pretpark van tientallen miljoenen missen ok, dubbele betalingen (niet) traceren ok, niet bestaande klanten factureren en later weer crediteren, ok, maar fraudecomplexiteit in de realiteit kan ook rete complex zijn....signalen niet signaleren, patronen niet herkennen, etc
Peter Schimmel vraagt terecht om een stuk realisme hierin, is een goede zaak wbt verwachtingsmanagement rol externe accountant. Hij vraagt tevens aandacht voor het onderbelichte gedragsvraagstuk.
Dit raakt dus ook weer Opleiding. Een verplichte PE training Fraude van 6 punten uit 2017 gaat dat niet oplossen.
Hoe Peter ea formuleert vind ik niet zo boeiend. Is een blog, zijn boodschap is helder. Laten we hem niet gelijk neersabelen, maar ons de vraag stellen of;
- mix van (het is wat het is) budget, ervaring, opleiding, kennisniveau, inzet technologie, überhaupt toereikend is om de maatschappelijke verwachtingen waar te maken? Begrijpt maatschappelijk verkeer uberhaupt nog wat we wel en niet kunnen?
Ik durf voor beide vragen wel te stellen dat dit NIET zo is. Waarom gaat debat hier niet over?
Er is een geweldige audit standaard 240, als we eens daarmee starten, hele stap.
Dus alle heren hebben gelijk, cruciaal onderwerp, ik vrees ook de impact NOCLAR erg goed dat de discussie komt, dank!
Rene van Wingerden
@Arnout,
Is het vaktechnisch mogelijk dat je bij een achteraf geconstateerde fraude toch kan aantonen dat je met je controle toch een 'redelijke mate van zekerheid' hebt verkregen dat er geen fraude was?
Ik vermoed dat bij deze beoordeling in de praktijk hindsight niet goed is uit te sluiten. Immers, achteraf zijn er altijd aanwijzingen voor de fraude te identificeren.
Eigenlijk dus de fundamentele vraag: kan je een risico-analyse nacalculeren?
Dus: heb ik achteraf gezien de risico's voldoende in kaart gebracht?
Feitelijk ook een vraag die je bij een controle waar (nog) geen fraude is gebleken kan stellen.
Bij mijn weten wordt die vraag niet echt in de leerboeken behandeld.
Jan Weezenberg
Beste Arnout, Together hebben we met 4000 tekens alles duidelijk gemaakt ! Mijn bedoeling met ongenuanceerd sloeg op de roeptoeters in het maatschappelijk verkeer.
Met onze 4000 tekens kunnen we redelijk reageren...……..
Vriendelijke groet, Jan Weezenberg
Arnout van Kempen
Geachte heer Weezenberg,
Zoals u weet zal ik u nooit tegenspreken, maar ik wil wel graag enige nuance aanbrengen over het gebrek aan nuance. Binnen 2000 tekens x 3 reacties moet enige beperking worden aangebracht, maar ik meende die te hebben aangebracht door expliciet te verwijzen naar de verantwoordelijkheid die de controlerend accountant zelf op zich neemt als hij rapporteert onder de NV COS en dus COS 240. De accountant heeft niet méér (noch minder) verplichting dan het leveren van een redelijke, ofwel rationele, mate van zekerheid dat de verantwoording vrij is van materieel afwijkingen als gevolg van fraude.
Daarmee heeft de accountant automatisch géén verantwoordelijkheid voor: 1. het met 100% zekerheid vinden van materieel afwijkingen 2. het vinden van niet-materieel afwijkingen 3. het vinden van welke vorm van fraude ook, die niet resulteert in een materieel afwijking in de verantwoording.
Met die impliciete, en nu expliciete, nuance hoop ik dat u en ik het er over eens zijn dat accountants die beweren dat ze iets leveren, maar dat niet doen, de kluit belazeren (ok, dat was weer niet zo genuanceerd) en dat accountants die in een slachtofferrol kruipen dat de gemene maatschappij van ze verwacht dat ze doen wat ze beweren te doen, de eer van de stand niet vooruit helpen.
Jan Weezenberg
Beste Arnout, *Ik volg met belangstelling de heftige discussies over de verantwoordelijkheid voor fraude, inclusief verwijzingen naar verplichtingen van de accountant.
*Jammer genoeg zijn de bijdragen aan de discussie nogal ongenuanceerd. *Ooit gaf ik een gastcollege over dit onderwerp . Ik heb in dit college duidelijk gemaakt : Je moet duidelijk onderscheid maken tussen: -fraude door Werknemers en -fraude door Management.
Werknemersfraude moet worden aangepakt door een stelsel van INTERNE controle. Kenmerk daarvan: in het kader van de delegatie van taken en bevoegdheden (functiescheiding) wordt binnen de controlerende functie een aparte verbijzonderde interne controle-groep aangesteld In de accountantsverklaring staat over het stelsel van interne beheersing dan ook : de opzet en goede werking van een stelsel van Interne beheersing is de verantwoordelijkheid van het Management. Dat stelsel wordt in het kader van de externe controle beoordeeld en (meestal) gebruikt bij de organisatie van de externe controle. De externe accountant heeft hier dus niet meer dan een afgeleide verantwoordelijkheid in het kader van de externe controle.
Managementfraude kan mogelijk worden wanneer het interne controlestelsel wordt overruled. Dan komen we op het werkterrein van de externe controle. Enkel en uitsluitend op dat werkterrein is de accountant direct verantwoordelijkheid voor preventie en ontdekking van fraude. Hoe dat georganiseerd wordt is te lezen in de controle standaards van NBA.
En nu nog even duidelijk maken via de communicatie-mogelijkheden van NBA.
Vriendelijke groet, Jan Weezenberg
Rene Vromans
Marcel en ook Arnout bedankt voor deze uitstekende en vooral duidelijke reactie op een wel heel bijzondere opinie.
Accountants dienen niet weg te kijken bij fraude.
Arnout van Kempen
Ik vind het oprecht verbijsterend dat de opinie dat accountants niet gehouden mogen worden te leveren wat ze zelf beweren te leveren, zo enorm veel groene duimpjes opleverde.
Als je een verklaring afgeeft dat een verantwoording met hoge mate van zekerheid vrij lijkt te zijn van materieel afwijkingen als gevolg van fouten of FRAUDE, dan dien je dat gewoon te leveren.
Niemand eist het onmogelijke van accountants. Accountants verkopen een product dat een enkeling uit het beroep onmogelijk noemt, zonder daaraan de logische consequentie te verbinden. Dan stop je met het verkopen van je "onmogelijke" product, en zo niet, erken je dus gewoon openlijk dat je, en je hele beroepsgroep, een bedrieger bent.
En dat levert je dan pakweg 200 instemmende duimpjes op, en rode duimpjes voor wie dat hardop durf te zeggen.
En dat terwijl het gewoon is zoals Marcel schrijft. Accountantscontrole begon met fraude-zaken, en het is nog steeds een belangrijk fundament. De controle dient met redelijke mate van zekerheid fraudes te vinden die tot een materieel afwijking in de verantwoording zorgen. Maar dat dat onvoldoende gebeurd is een kwestie van budget, geld, opleiding. Niet van "onmogelijkheid".
Laat de duimpjes maar komen. En bedenk waar je mee instemt: dat het accountantsberoep op boerenbedrog is gebaseerd (wat ik NIET beweer) of dat met de broodnodige verbeteringen accountants prima in staat zijn te doen wat ze zelf beweren.
Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.
Aanmelden nieuwsbrief
Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.