Opinie

Keurslager of kiloknaller voor de micro-onderneming?

Het leven van een 'kleine' ondernemer wordt een stuk simpeler. Met de invoering van de Europese normen voor de zogeheten micro-entiteiten valt het gros van de kleine ondernemingen sinds 1 november 2015 onder een veel lichter regime.

De jaarrekening blijft zo heten, maar heeft dermate weinig om het lijf dat het niet langer onder de definitie van een financieel overzicht valt. De samenstellingsverklaring van een accountant is daarom niet langer nodig.

Toch bepleit de NBA dat openbaar accountants die de micro-entiteiten (die vallen onder BW2)  helpen met het opstellen van de jaarrekening, aan de (herziene) Standaard 4410 gebonden blijven.

De Commissie MKB van de NBA is het daar niet mee eens. Volgens commissievoorzitter Steef Visser is de kwaliteit van het accountantswerk voor micro-entiteiten voldoende gewaarborgd door de VGBA. De toepassing van Standaard 4410 leidt volgens hem tot nodeloze lastenverzwaring voor ondernemers, aldus Visser, waar de Europese en nationale overheden nu juist iets aan wilden doen. Bovendien komt de accountant hiermee op achterstand te staan ten opzichte van dienstverleners die nergens last van hebben, aldus de commissie. De duimen bij Vissers opiniebijdrage gaan in groten getale omhoog.  

Toch is het de vraag of dat niet een te kortzichtige route is. Natuurlijk moeten we onze klanten niet dwingen om een zwaardere jas aan te trekken dan ze nodig hebben. Ondernemers die gebruik willen maken van nieuwe ruimte om met een zeer summiere jaarrekening te volstaan, zouden kunnen besparen op de kosten voor het samenstellen ervan. Laten we daar eerlijk over communiceren. We moeten dan wel de kans aangrijpen om aan te geven wat onze échte kwaliteit is en waar de toegevoegde waarde bieden ten opzichte van niet-accountants. Dan hoeven we het niet meer te hebben over die beperkte extra kosten voor een mkb-ondernemer.

Maar misschien zit juist daar het probleem. De gemiddelde mkb-accountant is niet in staat om uit te leggen wat zijn onderscheidend vermogen is. Het zoeken in nog minder regels voor henzelf is even kortzichtig als de politiek die roept over grote lastenverlichtingen in dit kader.  

Wellicht zit de oplossing voor sommige mkb-accountants in het feit dat de 'overige opdracht' niet onder het toetsingsregime valt. De oplossing is echter niet versoepelen van regelgeving, maar een eenduidig toetsingskader waar weinig interpretatieverschillen mogelijk zijn. Je kunt je afvragen of een accountantskantoor met louter 'overige opdrachten' in de toekomst niet gewoon een veredeld administratiekantoor wordt. Hoezo onderscheidend? Zit de toegevoegde waarde en de kwaliteitsborging van een accountant alleen in de VGBA of juist ook in aanvullende richtlijnen zoals Standaard 4410?

Het verdienmodel van een keurslager is nu eenmaal anders dan dat van een kiloknaller en dat zou voor accountants ook zo moeten gelden. Het lijkt alsof er in de sector voortdurend naar mogelijkheden wordt gezocht om bestaande marktposities tegen elke prijs te behouden, van spectaculaire tariefreducties tot het uitschrijven als NBA-accountant.

Dat kleine ondernemingen met een lichtere vorm van financieel-administratieve ondersteuning toekunnen dan in het verleden, zal er ongetwijfeld toe leiden dat her en der relaties met een relatief dure accountant worden heroverwogen (al is het extra werk voor een samenstellingsopdracht ten opzichte van een overige opdracht minimaal).

Maar is het niet merkwaardig dat wij daarop reageren door concessies te doen aan onze kwaliteit? Of aan onze klanten de keuze tussen een A- of een B-pakket voor te leggen? Laten we bij bijvoorbeeld een vrijwillige controle straks ook onze beroepsstandaarden los omdat het anders allemaal zo duur wordt?  

Beroepsrichtlijnen als de Standaard 4410 borgen dat wij ons werk anders en beter doen dan andere dienstverleners. Sterker nog: deze standaarden zijn de onmisbare uitwerking van de kwaliteitsbelofte waar wij volgens de VGBA aan gehouden zijn. Het een is niet zonder het ander verkrijgbaar. Daarbij is het wel vreemd dat een IB-onderneming van gelijke omvang wel de keuze heeft om een overige opdracht te kiezen, terwijl een BV van gelijke omvang die keuze niet zal hebben. Misschien moeten we daar ook nog een discussie over voeren. Rechtsvormkeuze die leidend is lijkt ons niet gewenst.

Dat wij uiteindelijk met sommige klanten samen tot de eerlijke conclusie kunnen komen dat zij onder het nieuwe regime met een iets goedkoper alternatief zouden toekunnen, is onvermijdelijk. Laten we ophouden om ons gek te laten maken door de angst voor omzetverlies aan beunhazen en doe-het-zelfklussers.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Marco Moling en Guus Ham zijn respectievelijk voorzitter en directeur van de Nederlandse vereniging van accountants en accountantskantoren (Novak), de belangenvereniging voor mkb-accountants.

Gerelateerd

6 reacties

Jaap Nieuwelink

Tussen alle opinies over de micro-entiteit werd ik getriggerd door de titel van de column van mijn belangenbehartiger NOVAK. “Keurslager of Kiloknaller voor de micro-onderneming”. Als accountant met ook een slagersvakdiploma op mijn CV voelde ik mij gelijk thuis bij deze opinie. Maar al lezende ging ik meer dwalen dan dat ik duidelijkheid heb gekregen over het standpunt van de NOVAK.
Dat keurslagers en kiloknallers een ander verdienmodel hebben, dat snap ik uit mijn eigen verleden als slager. Dat dit komt doordat er verschil in kwaliteit is van het vlees dat wordt verkocht is maar de vraag. En dat die andere kwaliteit komt door de professional die achter het hakblok staat, is al helemaal niet zo. Zowel de keurslager als de kiloknaller hebben beide hetzelfde vakdiploma boven de vitrine hangen. Het grote verschil zit in de inrichting van het productieproces, de servicegraad en de aanvullende dienstverlening die wordt gegeven.
Met de VGBA, de Wwft en de NVAK-aav heeft de NBA voldoende tools in handen om de kwaliteit van het accountantsvak te waarborgen. In de praktijk zie ik echter dat de kwaliteit alleen wordt afgemeten aan Standaard 4410 en de afgegeven samenstelverklaringen, terwijl de inrichting van de werkprocessen en het opleidings- en serviceniveau van de medewerkers niet beoordeeld worden. Het is alsof we bij de slager alleen de ossenhaas met certificaat keuren en het plakje worst niet belangrijk vinden. Moet standaard 4410 dan op alle opdrachten van kracht worden? Nee zeker niet. De wetswijziging met de micro-entiteit geeft de accountant juist de mogelijkheid om vraaggericht te gaan werken. Daar waar de gebruiker van de jaarrekening het wil de samenstelverklaring aan te bieden, en waar die gebruiker dat niet wil enkel de vereenvoudigde jaarrekening zonder samenstelverklaring te geven. Boet dat laatste dan in aan kwaliteit? Nee, die kwaliteit is immers ingebed in de interne processen van het accountantskantoor.
In de audit-praktijk zijn we vanuit de COS heel goed in staat om met enige mate van zekerheid vast te stellen of opzet, bestaan en werking van de interne beheersing van een organisatie op orde is. Laat de NBA haar kwaliteitstoetsing dan ook op synchrone wijze inrichten en met de VGBA in de hand de interne beheersing van het accountantskantoor toetsen. Daar zit de kwaliteit waarmee de accountant zich onderscheid in de markt. En als dan een verklaring (in welke vorm dan ook) wordt afgegeven, ja dan zijn de daarbij behorende standaarden inderdaad van toepassing.
De overheid heeft een wettelijk kader neergelegd waarbij het aan de markt is om de vraag te bepalen. Dat de NBA eisen stelt aan de kwaliteit van de dienstverlening door accountants is niet meer dan normaal. Het verplicht stellen van Standaard 4410 voor micro-entiteiten voegt echter niets toe aan die kwaliteit, maar werkt alleen marktverstorend. De kwaliteit die de klant ervaart zit in het plakje worst voor de kinderen en het braadadvies, niet in het certificaat bij de biefstuk.

Hans Arendshorst

Deze opinie is vlees noch vis.
De heren laten vele ballonnetjes op als ongeleide projectielen.
Maar een duidelijk standpunt nemen ze niet in.
Wetgever heeft beoogd de lasten voor het mkb te verlagen, met daaruit resulterend de minimale eisen aan financiële informatie.
Als klant/opdrachtgever zelf meer wil, dan is dat prima en krijgt hij onder toepassing van 4410h een samenstellingsverklaring.
Zo nee, dan past het de NBA geenszins om dit via een achterdeur toch af te dwingen.
Met andere woorden: de klant kiest een product (mogelijk op advies van en in samenspraak met de accountant) en de accountant levert daarbij het benodigde werk (het rundergehakt of de ossehaas).
De NBA met haar voorstel voelt in dezen een beetje als een slechte franchisegever die wil stellen dat rundergehakt niet meer verkocht mag worden.

Alexander

Bij 4410 moeten we verplicht een schriftelijke opdrachtbevestiging hebben, een bevestiging bij de jaarrekening en een onderbouwd dossier hebben.
Bij een overige opdracht moeten we mijns inziens een schriftelijke opdrachtbevestiging hebben waarin staat dat we geen controle-, beoordelings- of samenstelopdracht uitvoeren (duidelijkheid boven alles..), de klant erop wijzen dat de cijfers zijn verantwoordelijkheid zijn en een vastlegging van onze werkzaamheden hebben om de VGBA-minimum eisen te kunnen uitleggen/reproduceren.

Waarom vallen deze overige opdrachten eigenlijk niet in de toetsing? Toetsen we niet aan de VGBA die op alle opdrachten van toepassing is?

Van Balen

Nou opbeurend standpunt van onze belangenvereniging. Hebben zich ook al laten inpakken. Hoe kom je er toch bij dat het werk van minder kwaliteit is als er geen 4410(h) is toegepast.

Jos Nijbakker

Beste Marco en Guus,

De vergelijking met een vrijwillige controle vind ik totaal misplaatst, want daar gaat het juist om een bewuste keuze voor een uitgebreidere opdracht. Daar heb je nu juist standaarden voor.

Bij een micro entiteit zou er natuurlijk ook heel goed sprake kunnen zijn van een gewenste uitgebreidere opdracht kunnen zijn. Maar niet verplicht, dat gaat tegen de maatschappelijke wens inzake het terugdringen van regelgeving in.

Het is een beetje als het bij de Keurslager vragen om een bal gehakt en dan een biefstuk krijgen met als motivatie: dat is een betere kwaliteit...

Daarbij kun je je - gezien de zeer beperkte wettelijke eisen aan een micro onderneming - serieus afvragen wat de toegevoegde waarde van een samenstellingsverklaring daarbij zou zijn. Laten we onze toegevoegde waarde als accountants op andere fronten bewijzen. Er zijn mogelijkheden genoeg!

Glenn Mungra

Ik krijg vraagtekens bij wat nu eigenlijk de bedoeling van het NBA is, na de volgende vraag in dit artikel:"Maar is het niet merkwaardig dat wij daarop reageren door concessies te doen aan onze kwaliteit? "
In de aanhef stond het volgende: "De jaarrekening blijft zo heten, maar heeft dermate weinig om het lijf dat het niet langer onder de definitie van een financieel overzicht valt."
Dat betekent dat het financieel overzicht geen toereikend beeld geeft (de toelichting mag zelfs ontbreken).
Als de accountant nu dezelfde kwaliteitseis als bij een samenstelling zou handhaven, dan betekent dit dat hij zich strikt genomen niet ervoor zou mogen lenen. Is dat de bedoeling?

Als de accountant daarentegen de kwaliteitseis zou handhaven die de wet bedoeld heeft, en als de accountant heeft daar geen moeite mee, immers partijen worden geacht op de hoogte te zijn van die eis. Is dat de bedoeling?
En als de accountant daar geen moeite mee heeft, doet hij dan strikt genomen concessies aan de kwaliteit (ongeacht de kosten)?

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.