Voorlopige voorziening
De kwestie rond de bestuursvoorzitter van een accountantskantoor die mogelijk meer dan 25 uur per dag declareerde blijft de gemoederen bezig houden. Inmiddels zijn er meer dan veertig reacties op het bericht van 23 oktober 2012. Deze richtten zich steeds meer op de NBA. Waarom heeft de NBA geen voorlopige voorziening aangevraagd?
De Wtra geeft de voorzitter van de beroepsorganisatie het recht om een voorlopige voorziening aan te vragen als er een ernstig vermoeden is dat de betrokkene de beroeps- of gedragsregels heeft overtreden en er daardoor "zwaarwegend openbare belangen in het geding zijn". Is dat hier niet het geval? Welke criteria worden er eigenlijk gehanteerd?
Terechte vragen en het lijkt dan ook nuttig om duidelijkheid te verschaffen over de afwegingen die de NBA hanteert. Wel zal ik daarbij rekening moeten houden met de Algemene wet bestuursrecht, die de beroepsorganisatie dwingt tot geheimhouding in het algemeen, en de Wet bescherming persoonsgegevens, die geheimhouding voorschrijft van tuchtrechtelijke persoonsgegevens. Om die reden moet ik me beperken tot informatie over de procesgang of informatie die reeds publiek bekend is gemaakt.
Op 31 augustus 2012 deed de Accountantskamer zijn uitspraak tot doorhaling. Normaliter zou deze uitspraak eind september in het periodieke jurisprudentie-overleg van de NBA zijn besproken, maar nu werd de beroepsorganisatie al eerder, op 20 september, op de uitspraak geattendeerd. Diezelfde dag nog werd contact opgenomen met de melder. De weken erna werd verdere correspondentie gevoerd, tegelijkertijd analyseerde het bureau de jurisprudentie. Tegen die tijd was de beroepstermijn van zes weken bijna verstreken, waarmee de doorhaling een feit zou zijn. Om die reden achtte de NBA het zinvol om alleen verdere actie te ondernemen bij het instellen van beroep. Dit beroep volgde inderdaad op 12 oktober 2012.
Waarom is het dan nu, op 10 december, nog niet duidelijk of er een voorlopige voorziening is aangevraagd? Dit heeft te maken met de naleving van de zogenaamde Beleidsregel inzake tuchtrechtspraak. Volgens deze beleidsregel moet de voorzitter van het bestuur aan de betrokken registeraccountant meedelen dat hij van plan is een voorlopige voorziening aan te vragen. Dat is gebeurd. Daarbij wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen.
Indien die zienswijze nadere vragen oproept, wat hier het geval is, kan de betrokkene worden gehoord. Voor een dergelijk proces dienen redelijke termijnen te worden gehanteerd. Tevens kunnen nieuwe feiten worden ingebracht; de kans daarop was zeker niet denkbeeldig, gezien het feit dat de betrokken registeraccountant eerder bij de Accountantskamer geen verdediging heeft gevoerd. Feiten die opnieuw analyse vereisen en waarbij ook andere instanties kunnen worden betrokken. Ook dat was hier het geval en aanleiding om betrokkene te horen.
Los van het tijdspad is de vraag gesteld op welke gronden de beroepsorganisatie besluit tot een voorlopige voorziening. De term "zwaarwegend openbaar belang" is hierbij bepalend. Het gaat daarbij om een sanctie zonder uitgebreide rechtelijke toets, met forse consequenties, waarbij het openbaar belang boven het persoonlijk belang van betrokkene wordt gesteld.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een voorlopige voorziening is bedoeld om onmiddellijk te kunnen optreden bij ernstige excessen die, gelet op de bescherming van het openbaar belang, geen uitstel dulden. Tevens blijkt hieruit dat het treffen van een voorlopige voorziening slechts in uitzonderlijke situaties is aangewezen. In alle andere gevallen dient de tuchtrechter (de Accountantskamer of het CBb) uitspraak te doen op basis van een normale rechtsgang.
Een verzoek tot voorlopige voorziening is dus niet aan de orde als het gaat om een overtreding in de privésfeer of een civielrechtelijk dispuut binnen een firma. Ook schending van de eer van de stand is op zichzelf geen grond voor een verzoek tot voorlopige voorziening. Wel een publieke affaire met potentiële schade voor burgers, klanten en het beroep in brede zin.
De toelichting die ik hier verstrek zal mogelijk niet voor iedereen direct bevredigend zijn. Maar zorgvuldigheid past bij een organisatie als de onze en is ingebouwd in het wettelijk kader waarin wij werken. Ik hoop u er in ieder geval van overtuigd te hebben dat we niet op onze lauweren rusten. We blijven actief en alert en hebben ook hier onze verantwoordelijkheid genomen, ook al kunnen we u daarover nog niet al teveel berichten.
Op korte termijn zullen we een speciale site openen om u te informeren welke acties de beroepsorganisatie onderneemt om uw belangen op dit gebied te beschermen, binnen de beperkte mogelijkheden die er zijn. Ik hoop u daar binnenkort nader over te kunnen berichten.
Gerelateerd

Tuchtklacht Momentum Capital tegen AFM-accountants ongegrond
De Accountantskamer heeft de tuchtklacht die investeringsfonds Momentum Capital (MC) vorig jaar indiende tegen twee registeraccountants van de AFM, geheel ongegrond...

Minder tuchtklachten in 2024, nul over kennistoets
Afgelopen jaar zijn bij de Accountantskamer dertig klachten minder ingediend. De NBA diende 36 PE-klachten in, maar niet over fraude bij de verplichte kennistoets....
Volgens de regels
"De casus is een mooi voorbeeld van hoe je als (gewezen) samensteller moet reageren op een melding over mogelijke fraude bij de klant", schreef ik anderhalf jaar...
Toezicht houden
Met een zekere gretigheid volgt de beroepsgroep de tuchtzaak tegen twee accountants van de altijd kritische AFM. De Accountantskamer doet op zijn vroegst op 10 januari...

Hoe zit het nu juridisch?
Is er sprake van tuchtrechtelijke bescherming, bij het door accountants volgen van aanwijzingen van de beroepsorganisatie?