Home >Discussie> Columns
> 2025
> 1
> Niet-certificeringsbevoegde integriteit is toegevoegde waarde
Jan-Pieter Bos
Dat elke accountant een wettelijke controleopdracht moet kunnen uitvoeren, gaat Jan-Pieter Bos een stap te ver. De toegevoegde waarde van elke accountant zit in integriteit.
Discussie Column
Niet-certificeringsbevoegde integriteit is toegevoegde waarde
In november jl. publiceerden de Commissie MKB van de NBA, de SRA en Novaa samen een artikel, waarin wordt aangegeven dat de certificeringsbevoegdheid het DNA van de accountant is. Dit dient volgens hen de basis te zijn voor het beroepsprofiel. Hun mening is dat elke accountant weer certificeringsbevoegd van de opleiding moet komen, wat op het moment geen vereiste is voor de praktijkopleiding tot AA richting het mkb.
Ik vind dit een onuitvoerbaar idee. Om certificeringsbevoegdheid te behalen, moet je tijdens de praktijkopleiding wettelijke controleopdrachten uitvoeren. Veel van de AA-trainees werken bij regionale en kleinschalige kantoren, waar wettelijke controleopdrachten niet meer voorhanden zijn. Veel van deze kantoren hebben in de afgelopen jaren hun AFM-vergunning ingeleverd, zij richten zich op samenstellen en adviseren.
Het argument dat elke accountant certificeringsbevoegd moet zijn is "het beheersen en kunnen inzetten van controletechnieken en controlemiddelen, waardoor betrouwbaarheid en zekerheid wordt toegevoegd aan informatie die wordt gebruikt voor besluitvorming in het economisch verkeer". De auteurs koppelen de meerwaarde van de accountant aan controletechnieken. Elke accountant moet volgens hen een wettelijke controleopdracht kunnen uitvoeren. Ik ben het eens dat kennis van controletechnieken de basis vormt voor elke accountant, samen met kennis over AO/IB en externe verslaggeving. Maar dat elke accountant een wettelijke controleopdracht moet kunnen uitvoeren, gaat mij een stap te ver.
Waar bij mij de schoen wringt, is de extra last in de praktijkopleiding. AA-trainees moeten tijdens hun opleiding overige assurance-opdrachten uitvoeren. Deze trainees hebben al moeite om geschikte overige assurance-opdrachten te vinden voor hun opleiding. Een geschikte wettelijke controleopdracht vinden is nog lastiger. Er zijn uiteraard nog meer methoden om certificeringsbevoegdheid te behalen, zoals het uitvoeren van simulatie-opdrachten of het versoepelen van de eindtermen van de praktijkopleiding. Al deze oplossingen maken de praktijkopleiding naar mijn mening minder aantrekkelijk. En dat is zonde, want de huidige praktijkopleiding mkb wordt volgens mij erg gewaardeerd. Kijk maar naar de publicaties in de Staatscourant van nieuwe AA's die ingeschreven worden. Deze AA's hebben bijna allemaal geen certificeringsbevoegdheid.
Wat is dan wel de toegevoegde waarde van de niet-certificeringsbevoegde accountant? Wat mij betreft is de VGBA dé toegevoegde waarde van elke accountant. In de fundamentele beginselen onderscheidt de accountant zich van andere dienstverleners. Artikel 7 en 9 van de VGBA vermelden de toegevoegde waarde van de accountant. Hierin is opgenomen dat als de accountant in verband wordt gebracht met niet-integer handelen van anderen, of in verband wordt gebracht met niet-integere informatie, de accountant maatregelen neemt. Deze maatregelen zijn gericht op het beëindigen van het handelen, of het mededelen dat informatie niet integer is. Als dat niet kan, distantieert de accountant zich van dit handelen of van deze informatie. Een gebruiker ontleent hier waarde aan. Ook al geeft de accountant geen zekerheid, hij geeft vertrouwen omdat de accountant en dus zijn cliënt of informatie integer zijn. Dat is onze toegevoegde waarde en dat is de kern van ons beroep.
Ik heb alle begrip voor de zorg van de Commissie MKB, SRA en Novaa. Zij willen dat de mkb-accountant een volwaardige accountant is en blijft en die visie hebben we gemeenschappelijk. Maar ik denk dat de toegevoegde waarde zit in onze integriteit. Trainees een praktijkopleiding laten doorlopen waarbij ze opdrachten moeten uitvoeren die ze in de praktijk niet kunnen uitvoeren, is geen toegevoegde waarde. Dat zorgt voor demotivatie en een drempel om de praktijkopleiding te volgen. Maak duidelijk naar het maatschappelijk verkeer welke vakbekwaamheid de accountant heeft en wat het verschil is tussen de wel- en niet-certificeringsbevoegde accountants. En het belangrijkste: laat de niet-certificeringsbevoegde accountant in zijn waarde als integere mkb-adviseur.
Jan-Pieter Bos is sinds 1 december 2018 in dienst bij Hak + Baak Accountants, een mkb-kantoor gevestigd in Sliedrecht. Sinds 1 januari 2024 is Jan-Pieter lid van het bestuur van de NBA Young Profs.
Bij uw eerste reactie op deze site vragen wij om een bevestiging.
Er is een bevestigingsmail naar het door u opgegeven e-mailadres gestuurd.
Tjibbe Bosman
@Annette: u schrijft "AA’s zijn betrokken bij audits of ze nu zelf tekenen of niet." Dus het maakt niet uit of ze tekenen (certificeringsbevoegd zijn)? Wat weerhoudt AA's ervan om het opleidingstraject tot RA te voltooien? Er staan meer dan 150 AA-RA's in het NBA register.
Annette Houwaart-Nonhof
@Tjibbe Zoals eerder ook al bij je LinkedIn post opgemerkt door respondenten. AA’s zijn betrokken bij audits of ze nu zelf tekenen of niet. Daarbij zijn AA’s veel betrokken bij “vrijwillige” controleopdrachten in het MKB bijvoorbeeld bij subsidieverantwoordingen. Volgens een uiting van de SRA is het aantal vrijwillige controles ongeveer gelijk aan het aantal wettelijke controles. De NV COS is daarbij van toepassing los van het feit of een audit de stempel “wettelijke controle heeft gekregen. Zie de SRA input van 16 mei 2023 voor de expertgroep waarin staat: “Over het algemeen bestaat het beeld dat het aantal vrijwillige controles sterk achterblijft bij het aantal wettelijke controles. Dat beeld is in de praktijk (meer dan 50% van het mkb vertegenwoordigend) onjuist. Het totaal aantal wettelijke controleopdrachten is nagenoeg gelijk aan het aantal vrijwillige controleopdrachten. Uit deze gegevens zou je de conclusie kunnen trekken dat ondernemers / het maatschappelijke verkeer waarde hecht aan de afgegeven vrijwillige verklaring door een certificerend accountant.”
Annette Houwaart-Nonhof
Deel 3 Zie ook het recente artikel van Anton Dieleman waarin hij schrijft: “Inderdaad wordt door een accountant bij een samenstellingsopdracht geen zekerheid verstrekt bij de jaarrekening. Maar door zijn deskundigheid en de kwaliteitsmaatregelen waarmee het samenstellingsproces is omgeven, mogen gebruikers wel zekerheid ontlenen aan de betrokkenheid van een accountant. En dat is nu juist de grote meerwaarde; vooral ook in het mkb-domein waar deze opdrachten veelvuldig worden uitgevoerd.”
@Alexander Eens dat het niet kies is richting andere beroepsgroepen om een alleenrecht op integriteit te claimen. Dat is niet onze “unique selling point” als accountants. Zie ook het artikel van Novaa, SRA en commissie MKB van de NBA waar Jan-Pieter op reageert. Ook artikel 7 en 9 van de VGBA maken van een accountant geen accountant. Denk alleen maar aan de Wwft en de beroepsregels van andere beroepsbeoefenaren en inderdaad de “goede trouw”.
Annette Houwaart-Nonhof
Deel 2 Toen is door de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer namens de gehele commissie een motie ingediend, die unaniem door de Tweede Kamer is aanvaard. De tekst luidde als volgt: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende , dat de opleidingseisen van accountants moeten voldoen aan de Achtste EEG-Richtlijn en dat de Accountants-Administratieconsulenten volwaardig moeten kunnen functioneren voor kleine en middelgrote ondernemingen; overwegende, dat nog steeds wetgeving ontbreekt die tot stroomlijning van het accountantsberoep moet leiden; van oordeel, dat de hogeschool als opleiding voor Accountant-Administratieconsulent voldoet aan het niveau van de Achtste EEG-Richtlijn en dat slechts het vak controleleer moet worden aangevuld; van mening, ….. verzoekt de regering….., uitvoering te geven aan de Achtste EEG-Richtlijn… en gaat over tot de orde van de dag.”
Ik sta dus geheel achter de lijn van de Commissie MKB, SRA en Novaa. Waar een wil is, is een weg voor volwaardige, betaalbare AA’s voor het MKB en zijn er oplossingen voor praktische zaken in de opleiding zoals Jan-Pieter opwerpt. @Mark Helemaal eens met jouw observatie dat het hier een praktisch probleem in de opleidingen betreft wat oplosbaar is en losstaat van de vakbekwaamheid die nu en in de toekomst nodig is van een accountant in alle geledingen. Het is een bekend gezegde, maar het verschil tussen een wettelijke en “vrijwillige” controle is maar één euro. Een niet certificeringsbevoegde AA kan wel vrijwillige controles uitvoeren. Vanwaar dat onderscheid tussen wel en niet certificeringbevoegde AA’s. Het is dezelfde NV COS.
Annette Houwaart-Nonhof
Deel 1 Persoonlijk denk ik dat we bij het opleidingsvraagstuk eerst en vooral moeten kijken naar het grotere plaatje; de huidige en toekomstige maatschappelijke behoeften aan toegevoegde betrouwbaarheid en zekerheid bij financiële en niet-financiële informatie. En ook naar de beschikbaarheid van betaalbare volwaardige accountants voor het mkb op lange termijn. Dat is ons bestaansrecht. Die maatschappelijke behoeften zullen met de komst van duurzaamheidsverslaggeving en AI-toepassingen om een aangepaste skillset van de accountant vragen. En dat zal vaktechnisch en qua beschikbaarheid nog best wat vragen oproepen. Ik wil graag onze roeping blijven volgen en een baken zijn en blijven voor betrouwbare informatie die in de besluitvorming gebruikt wordt binnen het economisch verkeer. En dit borgen met uitingen die een deugdelijke grondslag hebben, waar gebruikers vertrouwen aan kunnen ontlenen omdat ze van een accountant komen. Dit in lijn met het artikel waarin Anton Dieleman op deze site schreef dat “gebruikers zekerheid mogen ontlenen aan de betrokkenheid van een accountant”. Dan is de mkb-accountancy waar zowel AA’s als RA’s in werken een specialisme ten opzichte van accountancy voor beurgenoteerde organisaties of OOB’s. We hebben het hier over andere gebruikersgroepen van de rapportages en uitingen, en significant andere uitdagingen in de werkzaamheden (management oversight, management override). Hiervoor is andere kennis nodig. Verwachtingen van gebruikers over aard en omvang van de werkzaamheden van de accountant en de inrichting van de AO/IB van de cliënt hebben een andere context in het MKB. RA’s en AA’s zijn beiden accountant en horen dus beiden certificeringsbevoegd te zijn. Of ze die bevoegdheid nu zichtbaar inzetten of niet. Het zijn simpelweg accountants van wie bijbehorende kwaliteiten en bevoegdheden wordt verwacht in het maatschappelijk verkeer. De discussie over de opleiding en certificeringsbevoegdheid is al eens gevoerd vanaf 27 juni 1991.
Jan-Pieter Bos
Dank voor alle reacties.
@Alexander Vissers, ik ken en respecteer je standpunten wat betreft het unierecht en hoe jij vindt dat deze toegepast moet worden in het Nederlands recht. Ik ben geen jurist en heb hier geen kennis van dus ik kan daar inhoudelijk niet op ingaan. Ik sluit daarom graag aan bij Arnout, de wetgever geeft een andere interpretatie.
@Mark Donger, een goede praktijkopleiding geeft trainees de mogelijkheid om de benodigde vaardigheden in de praktijk toe te passen. Je haalt een terecht punt aan dat je bij grote samenstellingsopdrachten ook controletechnieken gebruikt, vaardigheden die je leert tijdens je theorieopleiding. Reken er maar op dat tijdens de praktijkopleiding deze samenstellingsopdrachten worden uitgevoerd. Je krijgt voldoende bagage mee om deze opdrachten uit te voeren. Of een samenstellingsverklaring door het maatschappelijk verkeer gelijk gesteld wordt aan een controleverklaring weet ik niet maar het vertrouwen zit volgens mij meer in de integriteit én vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
@Tjibbe Bosman, dank je wel. Ik weet niet waarom opdrachtgevers een certificeringsbevoegde AA benoemen in plaats van een RA. Wellicht communiceren deze AA's duidelijk wat zij kunnen en winnen daarmee het vertrouwen van hun opdrachtgevers.
@Jules Muis, integriteit is niet alleen iets des accountants. Ik begreep dat integriteit ook een kernwaarde is volgens de advocatenwet. Maar integriteit is een gedragsregel waar accountants aan moeten voldoen die vertrouwen waarborgt. Met betrekking tot de trainee die een opleiding moet doorlopen waar opdrachten niet uitgevoerd kunnen worden; veel AA-trainees zijn werkzaam bij regionale accountantskantoren. Veel van deze kantoren hebben hun AFM-vergunning de laatste jaren ingeleverd. Bij deze kantoren kunnen de trainees geen wettelijke controle uitvoeren en dat lijkt me essentieel om certificeringsbevoegd te worden.
Marcel Pheijffer
'De toegevoegde waarde van elke accountant zit in integriteit',
betreft een zinsnede met een zeer wankele basis,
nu in de actualiteit de examenfraude (nog steeds) speelt,
waarbij - in binnen- en buitenland, bij grote en minder grote kantoren, functionarissen van laag tot hoog - duizenden accountants over de schreef zijn gegaan,
waarbij van een adequaat kwaliteitsborgingssysteem, laat staan van een integere en beheerste bedrijfsvoering binnen de betrokken accountantsorganisaties geen sprake was nu tijdig en adequaat signaleren en ingrijpen te lang is uitgebleven, en zij bovendien woordspelletjes spelen om de fraude (tevergeefs) te verzachten,
en accountants(organisaties) er dus geen, althans onvoldoende, blijk van hebben gegeven te begrijpen wat integriteit omvat.
Vanuit die context past het beroep bescheidenheid in plaats van het aantrekken van een (te) grote broek.
Waarvan akte!
jules muis
Arnout, je vraagt: “Ik ben benieuwd naar de visie van Jules en Alexander, als jullie specifiek je richten op wat Jan-Pieter dáár over schrijft?”
Ik heb het moeilijk met accountantsdiscussies die boerenverstand moeilijk worden gemaakt.
Om te beginnen, de eigenschap “integriteit” te behandelen als iets specifieks des accountants. Vooral waar gesuggereerd wordt dat dit het onderscheidend vermogen van de accountant vis à vis de rest van de wereld bepaalt.
Ik begrijp dat ik dit onderwerp benader vanuit het gemak van 60 jaar gedane praktijk, in diverse functies. En dat de prioriteitswereld er heel anders uitziet met een heel andere houdbaarheids verwachting in iemand’s carierre.
Een debat over integriteit wordt gauw een gebed zonder einde, ook al omdat het begint bij de mentale DNA van ieder mens, als bevestigd in deze blog en de onderliggende brief. Sterker, definities over integriteit in het bijzonder lopen het gevaar van krabben bij het jeuken, hoe meer je krabt hoe meer het jeukt. Daar komt nog bij dat het wel gaat om de meest essentiele kwaliteitshefboom, eigenschap, die cruciaal bepaalt of deskundigheid wordt gebruikt of misbruikt. En daar komt bovenop de feit dat je er eindeloos over kunt debateren, maar uiteindelijk alleen greep op kunt krijgen via GEDRAGS regels, als hier ter sprake gebracht.
Ik heb decennia Martin Luther King hierover geciteerd, heel vrije vertaling: “Moraliteit kan niet wettelijk afgewongen worden, maar gedragsbepalingen kunnen wel helpen. Gedragsregulering zal niet leiden tot hartsverandering, maar kan wel de hartelozen beter in gareel houden.”
Dus ik heb het ook moeilijk met Jan-Pieter Bos stap-te-ver vaststelling: “Trainees een praktijkopleiding laten doorlopen waarbij ze opdrachten moeten uitvoeren die ze in de praktijk niet kunnen uitvoeren, is geen toegevoegde waarde”.
Te pertinent, te tunnelvisie, te beperkt.
Leve een opleiding die de directe levenservaring te boven gaat.
Arnout van Kempen
Ik denk dat het goed is te bedenken dat onder het kopje "integriteit" in de VGBA integriteit van de AA en RA is geregeld, en dat is inderdaad bepaald niet spectaculair, eerder behoorlijk redundant. Geheel in lijn met wat Alexander aangeeft.
Maar de discussie die Jan-Pieter oproept raakt dat artikel niet. Hij verwijst expliciet naar artikel 7 en 9 van de VGBA. Ook daar kan iedereen natuurlijk vanalles van vinden, maar het vertroebeld de discussie nogal als hij naar die artikelen verwijst en de reacties kennelijk gaan over de integriteit van de accountant zelf. Daar gaan artikel 7 en 9 dus niet over.
Ik ben benieuwd naar de visie van Jules en Alexander, als jullie specifiek je richten op wat Jan-Pieter dáár over schrijft?
Alexander Vissers
@ Jules Muis: Inderdaad, integriteit stond als zodanig ook niet in de GBR 1994. En de wetsgeschiedenis zoals ook beschreven door de Hen Berendsen en Schoonderbeek in hun Hoofdstukken uit...geeft ook geen aanknopingspunt voor integriteit als kenmerkende AA eigenschap. Het niet certificeringsbevoegde AA beroep is in 1972 wettelijk erkend en tot 1993 was geen enkele AA certificeringsbevoegd. De achtergrond van de erkenning was het aanhoudende gelobby door de niet voor niets in den Haag gevestigde vereniging in een tijd waarin marktregulering nog groot geschreven werd, zie het aantal aangemelde kartels. De wetsgeschiedenis zelf noemt een deugdelijke opleiding met een herkenbare titel, die de deskundigheid aangeeft, als motivering. En wettelijk tuchtrecht als handhavingsinstrument. De eis van "integriteit" is al begrepen in het burgerlijk recht, goede trouw, in het strafrecht waarin ook medeplegen, medeplichtigheid en feitelijk leiding geven aan o.m. bedrog en valsheid in geschrifte verboden en strafbaar zijn. In wezen voegt het tuchtrecht alleen een laagdrempelige rechtsgang toe. Je memoreert de wetgevingspogingen uit 1991 toen de minister nog poogde het beroep van wettelijk auditor naar Unierecht (Richtlijn 1984/251/EEG) om te zetten in één wet. De latere lobby-initiatiefwetsontwerpen en wetten faalden schromelijk op dat punt. Als de AA lobby voor certificeringsbevoegdheid in 1992 had gefaald was toen al een streep door een publiekrechtelijke regeling van het AA beroep en titel gezet. Interessant, gezien de historie, is dat ook Novaa zich nu voor de certificerende AA inzet, terecht gezien de strenge noodzakelijkheidseis van Richtlijn 2018/958/EU. Eigenlijk betekent het dat na 53 jaar er eindelijk één enkel beroep van wettelijk auditor kan komen met één titel. Dan kan ook meteen afscheid worden genomen van de ten onrechte certificeringsbevoegde interne en overheidsaccountants die niet aan de praktijkopleidingseis (art 8 Richtlijn 2006/43/EU) voldoen.
Aart van Wijk
Helemaal mee eens met de opinie. Integriteit laat zich niet vangen in controletechnieken. Emoties laten zich ook niet vangen in cijfers.
jules muis
Het ontgaat me een beetje waarom ‘integriteit’ opeens een speciale plaats verdient in de vergelijkende analyse van/binnen de twee beroeps groepen op dit altijd heikel punt.
Het lijkt me dat een goede beschouwing eerst een vergelijkend onderzoek verdient, dat ongetwijfeld zeer interessante vragen kan oproepen, van systemic risk van het financieel systeem, via systemic risk in ad-hoc gedrag, tot en met ad hoc en/of cummulatieve (wan) prestaties. Certificerend of niet-certificerend.
Zonder dat, lijkt me dit een oplossing op zoek naar een probleem; annex ‘paralyses by undocumented analyses.
Het is misschien interessant te vermelden dat tijdens de geschiedenis van de stroomlijnings wetgeving - ik stond er heel dicht bij in mijn NIVRA Voorzittersjaar 1991 - uitstekend beschreven in “Blijvend zoeken naar Balans ‘ de geschiedsbeschrijving door Camfferman&Quadackers - de ( superieure) integriteitsvraag nooit aan de orde is geweest. Wel de deskundigheidsvraag in de afweging van maatschappelijk en politiek belang in het opgeven door het NIVRA van de controle monopolie van haar leden.
Ik denk dat een vergelijkend onderzoek de goede publieke zaak best kan bevorderen, maar ga er dan niet automatisch van uit dat de registeraccountants bij voorbaat de morele upperhand hebben in zo’n vergelijking.
En sterkte in zo’n onderzoek.
Ron Heinen
Naast integriteit is acceptatie van de rapportage ook een belangrijke toegevoegde waarde.
In de wetenschap zijn daarvoor de spelregels simpel. Als je iets wetenschappelijk geaccepteerd wilt krijgen moet je een reproduceerbaar bewijs leveren. De methode is hierbij wiskundig.
Voor de formele wetenschappen zijn dit formele bewijzen, voor de empirische wetenschappen zijn dit statistische bewijzen.
Aangezien accountancy onder de empirische wetenschappen valt, moeten er voor acceptatie dus statistische bewijzen geleverd worden.
In de vaktechniek wordt hier verder op ingegaan, zie bijvoorbeeld de artikelen van Koen Derks en
Het openbaar maken van de toegepaste statistische controles en de resultaten daarvan zou de acceptatie van de controle vergroten.
Tjibbe Bosman
Uitstekende opinie Jan-Pieter! Mijn beste schatting op basis van 104,000 controleverklaringen in het handelsregister is dat circa 2 a 3% van de ondernemingen door een AA worden gecontroleerd. Wat zou jouw hypothese zijn in waarom (niet-OOB) organisaties voor een certificeringsbevoegde AA in plaats van RA kiezen?
Alexander Vissers
@ Arnout van Kempen: ik kan je stellingen niet onderschrijven. Deze zijn ook verder niet concreet onderbouwd. Het is de Nederlandse wet die bepaalt dat het accountantsberoep gericht is op de controle van financiële verantwoordingen. De Wab kent geen beroepsprofiel MKB accountant. De Wab (art. 19 lid 2 sub k.) kent slechts twee beroepsprofielen, beide controlerend accountant een voor AA en een voor RA en bij beide is de opleiding theorie en praktijk gericht op de controle van financiële verantwoordingen (art. 46 Wab). De Wtra is daarvoor irrelevant. Ook zie ik niet in waarom nu juist art. 7 en art. 9 Wab de waarde van het accountantsberoep. Deze bepalingen zijn in wezen gewoon een invulling van het begrip goede trouw (BW6 art. 162 lid 2 "....hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt...", met name voor eenieder in een vertrouwensfunctie, en ook een boekhouder/administrateur is gebonden aan goede trouw. @ Marc Dongor: Afgezien van het feit dat accountants geen jaarrekeningen kunnen samenstellen -alleen het bestuur kan middels besluit een jaarrekening opmaken- hecht het maatschappelijk verkeer inderdaad en terecht waarde aan de betrokkenheid van een accountant bij de totstandkoming. En dat inderdaad met name vanwege de onafhankelijkheid en deskundigheid. Het is ronduit kwalijk en respectloos naar administrateurs en anderen integriteit te claimen als kenmerkend attribuut en toegevoegde waarde van het accountantsberoep. Het is de kern van het burgerlijk recht en deze opiniebijdrage gaat daar geheel aan voorbij.
Mark Dongor
Beste Jan-Pieter,
Ik krijg de indruk dat je meer aanhikt tegen de obstakels in de praktijkopleiding dan wat eigenlijk de strekking is van de Commissie MKB e.a. Maar dat staat echter los van het feit dat ze naar mijn opvatting wel een terecht punt aanhalen. Door opgeleid te worden als certificerend bevoegd accountant leer je ook vaardigheden die je helpen om jaarrekeningen onder meer kwalitatief beter samen te stellen. Immers, sommige grote samenstelopdrachten kunnen in de praktijk net zo complex zijn als een wettelijke controle (soms zelfs complexer). En ik durf zelfs te stellen dat de samenstellingsverklaring van de accountant tegenwoordig door het maatschappelijk verkeer gelijk wordt gesteld met een controleverklaring, althans qua vertrouwen wat eraan wordt ontleend.
Er wordt zeer veel waarde gehecht aan accountantsbetrokkenheid bij financiële verantwoordingen, ongeacht de aard van de opdracht. Met integriteit alleen red je het niet als later blijkt dat je als accountant een onjuiste dan wel een samenstellingsverklaring hebt afgegeven die ondeugdelijk blijkt. Ook je vakbekwaamheid is in deze belangrijk. Zodoende blijft het van groot belang dat je ook als AA-accountant beschikt over de juiste bagage. Want sinds we controles van MKB jaarrekeningen het predicaat ‘wettelijk’ hebben gegeven, blijken ze ineens onbereikbaar en te moeilijk te zijn. En dat weiger ik te geloven.
Arnout van Kempen
Autocorrect, tsja.
Controletechnieken natuurlijk
Arnout van Kempen
En tot de wens van Alexander is opgevolgd heeft Jan-Pieter wat mij betreft 100% gelijk in zijn analyse en in zijn conclusies. De waarde van de accountant in ons maatschappelijk en economisch bestel volgt uit artikel 7 en 9 van de VGBA. De Controleleider is daar slechts een deel van een afgeleide van.
Dat de (Europese) wetgever dat anders ziet moge zo zijn, de Nederlandse wetgever laat alle ruimte voor deze interpretatie in de wtra en goeddeels ook in de wab
Alexander Vissers
Beste Jan-Pieter Bos, iedereen heeft recht op een mening. Maar waarom een mening over wat er al sinds jaar en dag weloverwogen expliciet door de wetgever is geregeld? Dat de NBA en de CEA de wet naast zich neer hebben gelegd en de minister alles heeft laten gebeuren doet daar niet aan af. Hoezo "beroepsprofiel" en "Eindtermen" niet certificerend MKB? Al in de Memorie van Toelichting bij de Wet op de Registeraccountant( 1959) werd overwogen dat "de genoemde controlerende functies als primair te beschouwen zijn"(Kst II, 1959 nr. 5519 p.13 ). En de Wet op het accountantsberoep heeft in art. 46 al expliciet en eenduidig vastgelegd dat de het de opleiding, zowel de theoretische als de praktijkopleiding gericht zijn op de controle van de financiële verantwoordingen en impliciet, door verwijzing naar art. 8 van Richtlijn 2006/43/EG op de wettelijke controle naar Unierecht. Daarnaast nog een ander beroep regelen zonder bevoegdheid is onverenigbaar met Richtlijn 2018/958/EU die strekt tot deregulering van gereglementeerde beroepen, inclusief beroepstitels. Deze richtlijn is door de NBA angstvallig genegeerd. "Integriteit" is een algemene norm in het maatschappelijk verkeer, in het burgerlijk recht aangeduid als goede trouw en "pacta sunt servanda", de VGBA is slechts een uitgewerkte codificatie daarvan. Goede trouw geldt niet alleen voor accountants maar voor eenieder. Daarom volgt doorgaans op een tuchtrechtelijke maatregel een civiel rechtelijke claim. Alle accountants die geen wettelijke controles uitvoeren moeten teruggeven worden aan het privaatrecht.
Aanmelden nieuwsbrief
Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.