Omar El Messaoudi

Laten wij de handschoen oppakken en fraudeonderzoek als een must implementeren in onze controlepraktijk, vindt Omar El Messaoudi.

Discussie Column

Fraudit

Toen ik net begon aan mijn avontuur als accountant kreeg ik al gauw mee dat ons beroep ontstaan is als gevolg van een reeds fraudezaken zoals de bekende Pincoffs-affaire. Ik vroeg mij destijds altijd af of het beroep ooit ontstaan zou zijn als deze gebeurtenissen niet hadden plaatsgevonden en of er wellicht een andere invulling aan het beroep zou worden gegeven in de loop der tijd.

In NV COS 200 staat het doel van de controlerende accountant helder beschreven. Namelijk het verkrijgen van relevante en afdoende controle-informatie om met een bepaalde mate van zekerheid te concluderen dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft, zonder materiële afwijkingen als gevolg van fraude of fouten. Het beroep is dus ontstaan als gevolg van fraude en de accountant moet nagaan of de jaarrekening materiële afwijkingen bevat als gevolg van onder andere fraude. In standaard 200 wordt het woordje fraude ook niet voor niets als eerste genoemd, lijkt mij.

Hoe kunnen wij dan nog stellen dat de accountant geen onderzoek moet gaan doen naar fraude? "De accountant heeft een waakfunctie", wordt vaak geroepen. De bekende 'waakhond versus bloedhond' strijd komt dan weer boven. Het aannemen van een positie als 'waakhond' heeft zeker niet geholpen. Zie de recente bekende fraudegevallen. Ook ligt dat niet in lijn met het doel. Tevens verwachten gebruikers van de jaarrekening op dat gebied meer van ons, wat resulteert in de bekende expectation gap. Wanneer fraude dan eenmaal boven tafel komt, kun je vanuit een ‘waakfunctie’ minder sterk je verantwoordelijkheid belichten.

Laten wij de honden los laten en kijken naar de accountant. Een goed opgeleide professional met een rechte rug, een kritische houding en genoeg tools en specialisten om zich heen om een sterk onderzoek te doen naar fraude bij controlecliënten. Voer dat onderzoek dan ook uit! Ik heb het dan niet over het copy pasten van tekst uit voorgaand jaar om de fraude-driehoek in te vullen of het mailen van een fraude-enquête naar de klant. Dat is inhoudsloos en wordt vaak gedaan om weer een vinkje te kunnen plaatsen achter het onderwerp 'fraude'.

Muhammad Ali werd ooit gevraagd hoe hij gewonnen had tegen Joe Frazier. Hij gaf aan hem een lange periode geanalyseerd te hebben, waardoor op een gegeven moment zijn minpunten duidelijk werden. Frazier sloeg hard en vaak, maar nam in de laatste rondes gas terug. Ali gebruikte dit in het gevecht, door Frazier elf rondes lang het initiatief te laten nemen. In de twaalfde ronde zag Ali een opening bij Frazier door vermoeidheid en sloeg hem slechts met een aantal tikken tegen het canvas.

Laten wij de (boks)handschoenen oppakken en fraudeonderzoek als een must implementeren in onze controlepraktijk. Zet bijvoorbeeld tijdig een team op van specialisten met onder andere een data-analyse specialist, een gedragsspecialist en een forensische accountant. Breng de gehele klant in beeld, volg de 'bijzondere' transacties op frequente basis en toets het gedrag van de klant. Bouw een sterk fraudedossier op!

Ik geloof in een team van specialisten, onder leiding van de accountant, dat een klant frequent en continue analyseert; waarbij zowel de 'harde' kant (data, processen etc.) als de 'zachte' kant (gedrag en cultuur) belicht wordt om de pijnpunten te kunnen achterhalen. Alleen dan kunnen we het aantal fraudezaken beperken. Ik geloof niet in copy paste templates en sjabloontjes. Ik geloof zeker niet in het aannemen van een afwachtende houding om pas bij een trigger de koffers te openen. Vaak is het dan al te laat en staan de kranten vol. Tot slot moeten wij af van het schuilen achter opmerkingen als "het is niet de rol van de accountant om onderzoek te doen naar fraude".

Alleen met het uitvoeren van een gedegen onderzoek kunnen wij als accountant aantonen dat we ons best hebben gedaan om de klant onder de loep te nemen. Mocht er achteraf toch nog fraude plaatsvinden, dan kun je door dossiervorming beter aantonen of de accountant in gebreke was of niet. Nu lijkt het achteraf vaak op een markt waarbij iedereen zijn zegje klaar heeft. Iedereen behalve de accountant in kwestie. Zie de casus Wirecard bijvoorbeeld.

Ik weet ook wel dat je dit niet geheel zult wegnemen en er altijd mensen zullen zijn die naar de accountant wijzen. Maar de accountant kan door het aannemen van een duidelijke positie vooraf en het hebben van een goede verantwoording achteraf een duidelijker boodschap presenteren.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Omar El Messaoudi is zelfstandig gevestigd registeraccountant en lid van de werkgroep Accounttech van de NBA.

Gerelateerd

10 reacties

Marianne van Kimmenade

@Omar, goede analyse over de rol van de accountant ten aanzien van fraude. Jouw inzet is een team van specialisten olv de accountant dat een klant frequent en continu analyseert. Daar zit mi een kernelement, hoe goed kent de accountant zijn klant, niet alleen vanuit de systemen en de 4 ogen maar ook qua gedrag. Hoe kunnen wij de accountant bijbrengen om als zijn klant te denken in niet alleen frauderisico's maar ook 'fraude'-kansen. Misschien wil jij meedoen in de community fraude/ financiële veiligheid van de NBA?

Jaap Nienhuis

"Wenn Insider auspacken.
Der Fall Wirecard zeigt: In Deutschland ist es dringend geboten, die Stellung von Whistleblowern zu stärken."

Prof. Christoph Kaserer, algemeen econoom, TU te München (Süddeutsche Zeitung, 5. Juli 2020).

Bij het Wirecard-debacle is een keten actoren betrokken: raden van commissarissen, accountants, financieel analisten en toezichthouders."Sie alle geben in diesem Fall kein besonders gutes Bild ab - und dies ist möglicherweise kein Zufall."
In een interessante studie (Dyk/Morse/Zingales, 2010) worden 216 grote fraudezaken bij beursondernemingen in de VS onderzocht (1996 – 2004). In slechts 7% heeft SEC 'wrongdoing' ontdekt; in 24% van de gevallen gaven accountants of financieel analisten de doorslag bij opheldering; deze partijen samen met investeerders en shortsellers bij 38%. In 43% van de gevallen echter, waren het medewerkers, journalisten of ‘produktseitigen Aufsichtsbehörden’ die ontdekking van fraudes teweegbrachten. "Wirecard laat zien hoe hoog de barrières zijn om bij de bevoegde autoriteiten te melden of de openbaarheid te zoeken. De aangifte tegen de FT-journalisten door BaFin spreekt boekdelen."
Sinds de dot.com-crisis heeft de SEC een klokkenluidersprogramma. Dit biedt vergaande juridische bescherming en melders als vergoeding 10 tot 30% van het geïncasseerde boetebedrag. Bij de SEC zijn in 2019 ruim 5200 tips binnengekomen en werd 142 miljoen dollar aan tipgevers uitgekeerd. Sinds 2016 kunnen mensen anoniem bij BaFin ‘mutmaßliche Rechtsverstöße bei von ihr beaufsichtigten Unternehmen’ melden. In 2018 kwamen 665 meldingen binnen; BaFin geeft in haar jaarverslag echter niet aan waartoe dit heeft geleid. Al in januari 2019 werd bij BaFin een melding over Wirecard. Deze heeft echter nog altijd niet geresulteerd in enig afgerond onderzoek! Het valt te betwijfelen of alleen 'blamefree' melden voldoende is om tipgevers over de streep te trekken. Voor deze insiders blijven de persoonlijke risico’s immers enorm.

Jan Weezenberg

@Antje Kuilboer-Noorman 19 Juli 2020.

Geachte Mevr. Kuilboer
Ik ben vooral een "koppensneller" dank zij een cursus dynamic reading in mijn actieve periode.

De adressering aan Johan stond als een @johan midden in een grotere tekst en die reactie heb ik dus gemist.

Maar met zijn laatste reactie ben ik het volkomen eens en dus is alles weer op de juiste plaats gekomen.

Wat niets afdoet aan de slotregels van mijn reactie
"Als accountants geheel onverdiend voortdurend onder vuur liggen van jouwend publiek heeft het Bestuur een zorgplichtt.o.v. de leden
De reactie daarop zou een kernpunt (net als bij o.a. multi nationals e.d.) moeten zijn m.b.t. externe communicatie en actief reputatiemanagement.


Er is ruim voldoende goed leesbare (ook Nederlandse) vakliteratuur beschikbaar.


Vriendelijke groet,
Jan Weezenberg

Antje Kuilboer-Noorman

Best Jan,
Goed om af en toe even wat terug te lezen. De vele herhalingen van zetten vallen dan wel met name op.
Nogmaals dank voor de complimenten die je me destijds gaf voor mijn bijdrage!
Ook antwoord van mij aan Johan Peters en zijn reactie weer daarop nog even teruggelezen?
Hartelijke groet,
Antje

Jan Weezenberg

@Antje Kuilboer-Noorman 17 Juli 2020

Geachte Mevr. Kuilboer
U verwijst in deze reactie naar Uw artikelen uit 2018.
Uiteraard ga ik dan even kijken.

En ik zie dan bij het tweede artikel als reactie van Johan Peters een toch wel heel relativerende terug reactie.


Voor de lezers extra service
hierbij de betreffende tekst.

"Johan Peters 11 September 2018
Dag Antje, klinkt stoer. Ik mis nog de commissaris in dit verband. Ook maar steunen en straffen dan?

Punt is dat in de historie van de mensheid er nog nooit 1 controlerende instantie is geweest (noch zal komen) die onfeilbaar alle misstanden die zij geacht wordt te ontdekken ook daadwerkelijk ontdekt". (Volgt nog een uitgebreide degelijke onderbouwing van deze stellingname).

Het is maar hoe je het bekijkt...

Het is jammer dat het mauwende publiek er maar op los knalt.

En met al die weg met ons bijdragen wordt het er nodeloos niet beter op.

NBA zou dit sterk kunnen verbeteren als externe communicatie en reputatie management serieus op de agenda van het Bestuur wordt geplaatst.

Vriendelijke groet,
Jan Weezenberg




Jaap Nienhuis

Vergelijking met Nederland?

Naar aanleiding van Wirecard heeft het Institut der Wirtschafsprüfer (IDW) een position paper opgesteld met allereerst getrokken lessen.
Onderstaande paragraaf ontleen ik - zonder context - aan die paper.

3.2.4. Mitteilung an zuständige Stelle
Een voorstel/aanbeveling heeft betrekking op het doen van een melding bij een bevoegde instantie van een vastgestelde/vermeende, niet opgeloste schending van wettelijke voorschriften - zoals fraude - bij de gecontroleerde OOB. Bijvoorbeeld waarover nu al in het 'Prüfungsbericht' melding moet worden gemaakt op grond van § 321 uit het 'Handelsgesetzbuch' (HGB).

Dit geldt ook wanneer de organisatie niet bereid is naar aanleiding van de fraudemelding extern forensisch onderzoek te gelasten. Uiteraard dient een dergelijk meldpunt over de nodige autoriteit en competenties beschikken.

Eventueel zou een doorontwikkeld Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht (BaFin) deze taak op zich kunnen nemen.

"Darüber hinaus regt das IDW an, dass der Abschlussprüfer von PIE festgestellte, signifikante
Defizite im Corporate Governance System des zu prüfenden Unternehmens ebenfalls gegenüber
einer von der Bundesregierung festzulegenden Stelle zu melden hat." Dit indien de onderneming, niet bereid is onmiddellijk een einde te maken aan de tekortkomingen.

Vraag is nog in hoeverre accountants over dergelijke bevindingen in hun verslaggeving zouden moeten berichten.

https://www.idw.de/idw/verlautbarungen/idw-positionspapiere/fortentwicklung-der-unternehmensfuehrung-und--kontrolle--erste-lehren-aus-dem-fall-wirecard--idw-positionspapier-/124552

Antje Kuilboer-Noorman

Zolang voor de accountant sprake blijft van vrijwaring voor fraude - je kunt niet controleren wat je niet ziet - en verschoning voor fouten - naar eigen oordeelsvorming niet materieel, dus niet vermeldenswaardig - jouwt het publiek de accountant uit als er een schandaal naar buiten komt.
Uit: https://www.accountant.nl/opinie/2018/1/begin-opnieuw/
En mijn artikel https://www.accountant.nl/achtergrond/2018/9/opsporing-van-fraude-meer-steun-of-meer-straf/

Omar, naast jouw terechte oproep aan de voorkant bij controle op fraude -het oorspronkelijke bestaansrecht van de accountancy- te verstevigen, wat is jouw visie dan op het sluiten van de achterdeur, beter regelen van het steunen of het straffen? Of beide? En wat is daarvoor nodig om het ‘sterke merk’ te herwinnen?

Arnout van Kempen

Daar ben ik het 100% mee eens. Maar hoe kan dat ook anders, gezien wie mijn leermeester AO was ;)

Jan Weezenberg

@Arnout van Kempen 17 Juli 2020

"Lang geleden" stond in Starreveld, deel 1, een boeiend verhaal over de invloed (en de bijbehorende kosten)van extra maatregelen van I.C. op het risico dat onregelmatigheden niet zouden worden ontdekt.

Het bleek dat er sprake was van afnemend (en vanaf een bepaald nivo zelfs sterk afnemend) risico).

De les was: in de zinvolle beperking toont zich de meester.

Naar mijn bescheiden mening gaat dit verhaal in principe ook op voor onderzoek naar fraude.
Met name als er een goede risico-analyse mogelijk is.

En dan kom ik op mijn stokpaardje: de versterking van de controlerende functie(s), incl. bijv. een Bedrijfsbureau.
Met name de "natuurlijke ic-maatregelen, maar soms een verbijzonderde club.
De CPA zou de opzet en goede werking van de AO/IC al op het tijdstip van opdracht-acceptatie moeten kunnen evalueren, via een gezamenlijke verklaring met het Management moeten publiceren en later in de controle-verklaring moeten vermelden.

Maar ook in reacties is het vele de vijand van het goede.
Vandaar de maximaal 2000 tekens.

Vriendelijke groet
Jan Weezenberg

Arnout van Kempen

Uitstekende suggesties wmb, met dien verstande dat je zegt “laten we gaan doen wat altijd al onze belofte aan het maatschappelijk verkeer en aan onze betalende klanten was”. Er is immers NIETS nieuws aan het idee dat fraude een hoofd aandachtsgebied is van zowel de controlerende als de samenstellende accountant. Echt niets.

Dat accountants in 2020 “de handschoen moeten oppakken” is zowel volkomen terecht als een gotspe.

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.