Zorg

Omgaan met fouten: wat accountants kunnen leren van ziekenhuizen

In de zorg wordt kwaliteitsverbetering niet alleen gerealiseerd door protocollen en checklists, maar steeds vaker door het stimuleren van een open cultuur waarin dagelijks lessen worden geleerd. Als deskundige in de zorg en de accountancy pleit Judith van der Hulst voor meer openheid in de accountancy. "Professionals worden door protocollen en afvinklijstjes gestimuleerd steeds minder zelf na te denken."

Wilbert Geijtenbeek

U adviseerde lange tijd ziekenhuizen over kwaliteitsverbetering. Waarom was het nodig om de kwaliteit van de zorg te verbeteren?
Van der Hulst: "In 2004 is de eerste landelijke studie naar zorggerelateerde schade en vermijdbare sterfte in ziekenhuizen gehouden. In dat jaar werd het aandeel van potentieel vermijdbare sterfte vastgesteld op 4,1 procent van alle overleden patiënten. Dat kwam neer op 1.735 patiënten. Dat percentage moest omlaag. Daarvoor werd in 2008 het VMS Veiligheidsprogramma opgetuigd, met als doel deze cijfers drastisch terug te dringen."

Judith van der Hulst

'Het is niet gezegd dat het altijd menselijk falen betreft.'

Aan welke soorten vermijdbare sterfte moeten we denken?
"Wat geregeld voorkomt: een kwetsbare oudere ligt in een ziekenhuis en valt uit bed. Als gevolg van die val overlijdt de patiënt eerder dan anders het geval was geweest. De cijfers zijn schrikwekkend, maar de becijfering is tamelijk streng. Het is niet gezegd dat het altijd menselijk falen betreft. Maar de conclusie is wel dat de zorg aanmerkelijk beter kan, als dat soort incidenten worden voorkomen."

De meest recente cijfers van 2019 tonen een potentieel vermijdbare sterfte van 1.018 sterfgevallen, ofwel 3,1 procent van het totale aantal overledenen in ziekenhuizen. Dat is een duidelijke verbetering. Hoe is dat gerealiseerd?
"In eerste instantie door richtlijnen en protocollen. Neem bijvoorbeeld het pijnprotocol, dat vaste momenten voorschrijft waarop een zorgmedewerker controleert of een patiënt pijn ervaart. En denk aan een overstijgend veiligheidsmanagementsysteem, analyses van oorzaken van incidenten en prospectieve risico-analyses. Daarmee is het aantal vermijdbare schades en sterfgevallen teruggedrongen, vooral in de eerste jaren na de start van het VMS Veiligheidsprogramma. De halvering die het programma beoogde, was gehaald, maar stagneerde. Vanaf midden jaren tien liepen de aantallen langzaam weer op. De conclusie: protocollen en checklists werken niet meer - sterker nog, het aantal protocollen keert zich tegen ons. Er was dus meer nodig."

Hoe kunnen protocollen en checklists zich tegen het gewenste effect keren?
"Protocollen en checklists helpen je herinneren aan bepaalde generieke afspraken en controles. Het nadeel is dat het administreren veel te veel tijd vergt. Een bijkomend probleem is dat ziekenhuizen bovenop de landelijke protocollen hun eigen aanvullende regels en metingen oplegden. Professionals worden door protocollen en afvinklijstjes gestimuleerd steeds minder zelf na te denken. Dat werkt net als een overdaad aan verkeersborden in een straat. Meerdere waarschuwingsborden bij elkaar leiden de weggebruiker af van de aandacht op de weg die nodig is. Zo wordt een schijnveiligheid gecreëerd."

Heeft u een voorbeeld van de averechtse werking van zo’n protocol?
"Neem hetzelfde pijnprotocol. Als je drie keer per dag aan een patiënt vraagt of hij of zij pijn heeft, dan is dat voor een groep patiënten ongetwijfeld effectief, maar gegarandeerd niet voor alle patiënten. En de administratie daarvan vraagt meer aandacht dan gewenst."

Welke parallellen ziet u met de accountancy?
"In de accountancy zijn er ook veel wettelijke regels. Op de naleving van die regels ziet een toezichthouder toe, net als in de zorg. Of er te veel regels zijn in de accountancy, is moeilijk te zeggen. Maar ook in de accountancy is er een omslag in het denken gaande, die lijkt op die in de zorg. De eerste reflex is om ons te richten op de vraag waarom en hoe iets fout heeft kunnen gaan, om vervolgens checklists op te stellen die deze fout in de toekomst moeten voorkomen. In de zorg hebben we nu een breder perspectief op kwaliteitsverbetering gekregen.

'Ook in de accountancy is er een omslag in het denken gaande, die lijkt op die in de zorg.'

Daarom werd een nieuw programma, Tijd voor Verbinding, door toenmalig minister van VWS Bruno Bruins gestart. Dat gaat uit van het zogenaamde Safety-II-perspectief. Safety-I legt de nadruk op het voorkomen van wat er mis gaat in de zorg door nieuwe protocollen, regels, dataverzameling en procedures; vaak ingegeven vanuit risico's, fouten en calamiteiten. Maar feitelijk gaat 98 procent van wat op een dag gebeurt gewoon zoals verwacht - en soms zelfs uitzonderlijk goed. Als we slechts focussen op de twee procent van alle handelingen die misgaan, dan worden we blind voor wat we kunnen leren van wat er wel goed gaat. Binnen het Safety-II-perspectief is het daarom ook belangrijk om te leren van wat er in de dagelijkse praktijk gebeurt. De focus ligt op de oplossingen die professionals zelf bedenken voor dagelijkse voorvallen in het werk, op de veerkracht van mensen. Dat heeft alles met de cultuur te maken. In een gezonde cultuur, een just culture, durven mensen eerlijk te zijn over twijfels die ze hebben en over de signalen die ze opvangen, of over de fouten die ze maken. Omdat dat henzelf en hun collega's helpt om hun werk dagelijks te verbeteren."

Hoe valt er te leren van de dagelijkse praktijk?
"Door aan het einde van de dag te reflecteren op de dag. Een voorbeeld: we hadden in een zeker ziekenhuis in de ochtend een zieke collega. Die dag waren er te weinig senior-verpleegkundigen voor het aantal complexe patiënten die waren opgenomen. Dus was er een opnamestop - we konden geen nieuwe patiënten op onze afdeling opnemen. Toch is het ons gelukt om in de middag twee extra patiënten op te nemen èn zijn we tevreden over de kwaliteit van zorg die we vandaag leverden. Wat kunnen we daarvan leren? Zouden we vaker een taakverdeling kunnen maken zoals we dat vandaag deden, waardoor we samen toch goede zorg konden leveren ondanks minder capaciteit?

'De reflectie op hoe de protocollen in de praktijk werken, zet mensen aan het denken over hoe ze hun werk doen.'

Een ander voorbeeld is een onderzoek naar hoe ziekenhuisafdelingen ervoor zorgen dat een patiënt die tijdelijk voor een operatie het gebruik van antistollingsmiddelen pauzeert, na de operatie weer het gebruik van die middelen hervat. Iemand moet daarvoor een seintje geven. Patiënten bedenken dat niet zelf en de arts die de operatie doet, is niet dezelfde persoon als degene die antistollingsmiddelen voorschrijft. We denken vaak dat dat vanzelf goed gaat, maar dossiers praten niet uit zichzelf met elkaar. En in de praktijk wordt dit vaak vergeten of niet geheel goed gedaan. Toch was er één ziekenhuisafdeling waar dat altijd goed ging. Wat bleek? Een doktersassistente hield alle patiënten bij en gaf persoonlijk seintjes ter herinnering. De vraag is wat andere afdelingen daarvan kunnen leren: hoe kunnen zij dit zichzelf eigen maken in hun eigen omgeving? Die reflectie op hoe de protocollen in de praktijk werken, zet mensen aan het denken over hoe ze hun werk doen."

Leidde dat tot verbeteringen?
"Dit kwam naar boven omdat dit ziekenhuis werkte vanuit het Safety-II-gedachtegoed. Dat is inmiddels ook door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) opgepakt. Sinds een wetswijziging ligt de verantwoordelijkheid voor het ingrijpen als gevolg van calamiteiten bij de ziekenhuizen. Het bestuur van een ziekenhuis hoeft niet langer calamiteitenrapportages in te zenden naar de IGJ, zo is vorig jaar wettelijk verankerd. Het ziekenhuisbestuur meldt calamiteiten zelf en geeft in een samenvatting aan wat de oorzaak van de calamiteit was, wat er is geleerd, welke verbetermaatregelen zijn toegepast en of dat één afdeling betreft, of dat de hele organisatie ervan moet weten. Ook wordt er bij calamiteiten steeds vaker breder gekeken. Dus niet alleen naar wat er fout ging, maar ook naar waarom dit in soortgelijke situaties op andere momenten wel goed gaat. Juist daar valt ook veel van te leren en het stimuleert mensen om op deze situaties te reflecteren vanuit een veiliger uitgangspunt, zonder angst, wat een betere conditie is om werkelijk te leren. Ook wordt er tegenwoordig gevraagd om een bestuurlijke reflectie. Zo stimuleert de inspectie de instellingen om binnenshuis na te denken over calamiteiten en zelf verbetering te bewerkstelligen. De administratieve druk wordt er bovendien door verlaagd."

Wat kan de AFM leren van deze veranderende toezichtsopvatting in de zorg?
"De tone of voice van de AFM is al aan het veranderen. In het recente AFM-rapport over frauderisico's lees ik veel over best practices. Toch zijn er ook oorlogsverhalen over incidenten die in de accountancy rondgaan en een eigen leven leiden. Daarom hebben accountants vaak een defensieve houding ten opzichte van fouten. Dat leidt tot een cultuur waarin fouten niet worden gezien als leermomenten, maar eerder als bedreigingen, zo stelde Wendy Groot niet voor niets in haar recente proefschrift.”

Wat kunnen accountants van de zorg leren?
"Het is mijn indruk dat in de accountancy breed leren van fouten niet vanzelfsprekend is.

'In het niet delen van dagelijkse gebeurtenissen schuilt een blinde vlek in de accountancy.'

Ik hoor accountants geregeld zeggen: ik kan deze casus wel delen, maar dit betreft slechts één individuele klant en heeft geen relevantie voor andere klanten. Of dat fouten bij een klein kantoor niet leerzaam zijn voor wie werkt bij een groot kantoor. In het niet delen van dagelijkse gebeurtenissen schuilt een blinde vlek in de accountancy. Ik denk dat je altijd kunt leren van wat er elders fout gaat. Ook is het interessant om verdieping te zoeken in situaties waar er bijna iets mis ging. Door uit te diepen hoe het is gekomen dat het toch goed ging, kun je meer te weten komen over bijvoorbeeld wendbaarheid."

Ervaart u dat er onder accountants schroom is om verhalen over fouten of lessen te delen?
"Die is er zeker. In de accountancy heerst het gevoel dat er geen fouten mogen worden gemaakt. Uit angst voor sancties, juridische repercussies of verzekeringskwesties is de verleiding onder accountants groot om anderen ervan te overtuigen dat ze het wel goed genoeg deden."

'Als je weet dat je op een rechtvaardige manier wordt beoordeeld, zul je als professional minder schroom voelen om een kwestie te melden en te delen.'

In het geval van een fout is de angst voor de intrekking van een bonus of het uitblijven van een promotie reëel. Hoe valt een cultuur van transparantie te bevorderen in accountantskantoren?
"Het gaat bij de cultuur niet om de persoon. Het gaat om het gedrag voordat het misging. En de context doet ertoe. Als ik thuiskom nadat ik door rood reed, dan is dat een andere situatie dan wanneer ik door rood reed als gevolg waarvan iemand is overleden. En zelfs in het tweede geval doet de context ertoe: als ik moest uitwijken omdat ik een kind probeerde te vermijden en als gevolg daarvan iemand anders aanreed, dan is de situatie anders. Van het eerlijke verhaal kan iedereen leren. In de zorg hebben we het daarom vaak over het stimuleren van een rechtvaardige cultuur, een just culture. Die term verwijst naar een manier van beoordelen - niet op basis van de uitkomst voldoende of onvoldoende, maar op basis van het gedrag dat leidde tot de uitkomst. Als je weet dat je op een rechtvaardige manier wordt beoordeeld, zul je als professional minder schroom voelen om een kwestie te melden en te delen. In de zorg ontdekten we dat van de duizend incidenten er 999 keer geen opzet in het spel was."

Leren van fouten

Judith van der Hulst is als adviseur verbonden aan het programma Beroepscultuur van de NBA.

Op 27 maart 2025 was zij samen met Wendy Groot gastvrouw van de succesvolle bijeenkomst Leren van fouten, onderdeel van het werkprogramma Samen bouwen aan een aantrekkelijke werkomgeving. Binnenkort vertelt Van der Hulst meer hierover in de podcastserie Vitamine A.

In de zorg worden de uitkomsten van het gedrag, zoals bijvoorbeeld vermijdbare sterfte, direct openbaar. Grote boekhoud- en fraudeschandalen komen doorgaans pas veel jaren later naar boven, als ze al openbaar worden.
Van der Hulst: "Juist daarom is het goed om te leren van de dagelijkse praktijk, van hoe verschillende kantoren soortgelijke uitdagingen aangaan. Zo werkt het ook in de zorg: bij de ene zorginstelling gaan patiënten na een heupoperatie na tweeëneenhalve dag naar huis. Bij een ander ziekenhuis al na één dag.

'Hoe vaak wordt er nog achteraf gereflecteerd op een dossier?'

Toen twee ziekenhuisinstellingen de verschillen naast elkaar legden, merkte een diëtist van het ene ziekenhuis op dat patiënten de eerste dagen niet zo goed eten, omdat ze doorgaans nog duf zijn van de verdoving. Wat bleek? De dosering van de anesthesist was bij dat ziekenhuis veel hoger dan bij het andere. Daar kom je pas achter, als je met alle professionals om de tafel gaat zitten om te puzzelen. Er kwamen geen incidenten uit voort, want er was geen calamiteit. Toch valt er onderling veel te leren. En te verbeteren. Waarom zou je dat niet ook met een auditteam kunnen doen? Want hoe vaak wordt er nog achteraf gereflecteerd op een dossier? Hoe kan het beter? Zien we dingen over het hoofd? Dat zijn vragen die je jezelf elke dag kunt stellen."

Wilbert Geijtenbeek is als financieel-economisch onderzoeksjournalist gespecialiseerd in de accountancy. Hij duikt graag in financiële publicaties van ondernemingen, onderzoekt opvallende passages uit de stukken, zoekt uit hoe het zit en licht dat toe in zijn bijdragen. Tips over opvallende jaarrekeningen of andere financiële publicaties ontvangt hij graag in de vorm van een DM via zijn LinkedIn-pagina.

Gerelateerd

12 reacties

Ron Heinen

Op Nederlandse Universiteiten leren studenten geneeskunde dat je de kosten van zorg door moet rekenen met Quality Adjusted Life Years (QALY).

Wat 1 QALY maximaal mag kosten is bepaald door het Ministerie.

Uitgebreide achtergrond info en een voorbeeld van deze methode kun je vinden op de link:

https://drive.proton.me/urls/G2Q0DVTEB4#zD6byd8gdfnT

Hein Kloosterman

Mooi interview. Aantal mooie reacties. Dat is verheugend.
Het vergelijken van accountantscontrole met andere beroepen is mijns inziens erg nuttig.
De reductie van de aanbidding van de regeldrift lijkt mij eveneens heel nuttig. Dat betekent voor mij dat een meer scientific insteek veel winst voor de aanpak zou kunnen opleveren. Een teer punt in accountantscontrole vind ik het toepassen van het audit risk model (ARM). Omdat accountantskantoren niet, althans voor mij niet zichtbaar, hebben onderzocht of de manier waarop zij het ARM toepassen valide is of het zouden moeten bijsturen blijft men n.m.m. minder doen dan nodig is. Dat geldt in mijn opinie zowel voor het beoordelen van de interne beheersing als voor de intensiteit van de gegevensgerichte detailcontroles!
Mijn conclusie: de bereidheid om lering te trekken uit ingesleten manieren van werken is bij accountants niet groot.

Frans Kersten

Waarin zorg ook verschilt van accountancy is het effect van een overdaad aan protocollen of protocollaire stappen in Nederland. Zelf werkzaam geweest in een NL ziekenhuis met concurrentie vanuit België. Meegemaakt dat patiënten hier niet of niet goed geholpen werden, wat door Belgische artsen o.a. werd geweten aan te strakke en starre protocollen.
In het artikel zelf mis ik nog het zogenaamde multidisciplinaire overleg of MDO. Dit kent verschillende varianten, o.a een waarin verschillende patiënten met dezelfde diagnose worden vergeleken o.a. op effect van de behandeling.

Dick van Onzenoort

Ik weet het niet hoor. Natuurlijk is het goed om onze ogen open te houden en ook te kijken naar wat er in andere sectoren gebeurt. Maar of je accountancy nu zo gemakkelijk(?) kunt vergelijken met de zorgsector of de luchtvaart vraag ik me af. Dat geven de reacties hiervoor ook al aan. Ik zie ziekenhuizen en zorg de laatste tijd wel erg vaak terug komen, en daarover maak ik me dan wee zorgen...
Overigens spreekt de focus op die 98% die wél goed gaat me erg aan. Inderdaad, daar kunnen we dingen uithalen om die andere 2% ook nog beter te doen.

Johan Peters

Tsja. Wat is nu falen? Het overlijden van een patiënt, het neerstorten van een vliegtuig, een gecontroleerde en goedgekeurde jaarrekening die toch onjuist blijkt. De discussies rondom functioneren van controlerende accountants komen meestal neer op de toepassing van regels en protocollen. Dat lijken mij toch de verkeerde discussies. En dat is dan toch ook wel weer een nuttige gevolgtrekking uit dit artikel.

Arnout van Kempen

Een vrij groot verschil tussen luchtvaart en ziekenzorg enerzijds en accountancy anderzijds is dat falen bij de eerste twee nogal zichtbaar is. Een accountant voegt vertrouwen toe, een piloot levert passagiers veilig af. Of de jaarrekening vrij is van afwijkingen zegt niet zo heel veel, dat behoort immers al de startsituatie te zijn. Het product van de accountant is niet zichtbaar, niet meetbaar. Alleen als EN de jaarrekening fout is EN dat tot ongelukken leidt wordt zichtbaar dat de accountant gefaald heeft, maar als de accountant faalt terwijl de jaarrekening goed is zal niemand het ooit weten zonder toezicht. Die dynamiek is precies waarom het onafhankelijk toezicht is ingevoerd en naar vervolgens bleek volstrekt terecht.

Wellicht kan en moet het toezicht nu meer op leren gericht zijn, maar wie de AFM van dichtbij volgt kan niet anders dan constateren dat die wens al wordt ingevuld.

Jules Muis

Een zeer leesbaar en nuttig verhaal, die best, reeds geconstateerd door Roy Gorter, doorgetrokken mag worden naar andere professies.

Ik wacht met smarten hoe de big Credit Rating agencies zullen reageren, of niet, op de dreigende implosie van de rule of law hier in de VS. Hun falen in de aanloop van de 2007 financiële crisis staat nog vers in het geheugen.

Het verhaal is sterk persoons en organisatorisch gericht.

Dat biedt ruimte om ook eens te kijken naar het wonder van collectief falen. Lees: examen fraude in ons beroep, waar we nog steeds wachten op het definitief verhaal.

Ik zie het zelf als het dieptepunt in mijn beroeps bestaan, maar sta open voor alternatieve uitleg.

Daarom is het draineren van de afwerking zo fnuikend.

Dat er best verzachtende omstandigheden kunnen zijn, is me bijgebracht door een partner van een Big 4 kantoor die erop wees dat in het voortraject van de PÉ examen toets participanten werden aangemoedigd inzichten met elkaar te delen, collectief van elkaar te leren vooral op het punt van ethische dilemma’s , altijd moeilijk.

Maar wie daar verzwarende omstandigheden in ziet zal ik niet in de weg lopen.

Roy Gorter

Een andere sector die vaak als voorbeeld wordt gebruikt, betreft de luchtvaart.

Wat ik hierin wél mis, is de aandacht voor het feit dat de richting anders is.

In de zorg en in de luchtvaart leert men van zaken die (bijna) fout zijn gegaan. Patiënten die overlijden, vliegtuigen die (bijna) crashen of vluchten waar zich ernstige situaties voordoen. Hoe vaak wordt achteraf gecontroleerd of de piloot die de passagiers veilig en comfortabel van A naar B heeft gebracht, gedurende die vlucht zich ook aan ieder voorschrift heeft gehouden?

In de accountancy is de richting anders. Soms wordt een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een incident. Maar over het algemeen wordt gesteld dat de kwaliteit onvoldoende is, omdat de regels niet (voldoende) zijn gevolgd. De vraag of de jaarrekening vrij is van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude is hierbij doorgaans geen onderdeel van het onderzoek. Hoe goed zou de zorg of de luchtvaart scoren als de onderzoeken zich niet zouden richten op (bijna) fouten maar op volgen van de procedures en regels? Ik vermoed dat we dan een stuk minder zorgeloos het vliegtuig in zouden stappen.

Albert Bosch

@Alexander Visser:
Het “zekerstellen van een aanvaardbaar niveau van jaarverslaggeving” en “het voorkomen van controle fouten” zijn niet onafhankelijk van elkaar. Verder, dat weinig fouten er echt toe doen, moge zo zijn, maar fouten die er toe doen zijn niet zelden een accumulatie van kleine fouten. Ergo, aandacht voor het voorkomen van fouten in de uitvoering van de controle is verre van onzinnig.

Daarnaast: waarom zou je van grote fouten geen lering kunnen trekken? Ook al zouden dit er weinig zijn, elke grote fout geeft de gelegenheid er van te leren (ook al doen we dat te weinig). De leermogelijkheden zijn niet afhankelijk van het aantal grote fouten c.q. het is niet zo dat pas vanaf x-aantal grote fouten er lering kan worden getrokken.

Alexander Vissers

Accountants maken heel weinig fouten die er toe doen. Het gaat niet om mensenlevens of gezondheid. Focussen wij op de wettelijke controle omdat daar ook wettelijk toezicht op wordt uitgevoerd en de wetgever het belangrijk genoeg vond het aan accountants op te dragen. Als je een rationeel doel wilt verbinden aan de wettelijke controle van de jaarrekening en het toezicht daarop dan kan dat geen ander zijn dan het zekerstellen van een aanvaardbaar niveau van jaarverslaggeving. Niet het voorkomen van controle fouten. Dat is in de gezondheidszorg geen aanvaardbare medisch ethische norm. Terug naar de stelling: accountants maken heel weinig fouten bij de wettelijke controle van de jaarrekening in Nederland. Te weinig om daar lering uit te trekken. Overigens is ook naar mijn waarneming de kwaliteit er met name door het hameren op de noodzaak altijd alert en kritisch te blijven beter dan 20 jaar geleden. Ik kan geen oordeel vellen over de kosten en baten afweging.

Albert Bosch

Een mooi artikel over een onderwerp waarin voor het vak van accountant de grootste mogelijkheid tot verbetering ligt, zo is mijn overtuiging.

Geen fouten durven maken en niet leren van fouten remt ook innovatie. Innovatie floreert bij het maken fouten.

Ik heb afgelopen vrijdag in een BST podcast opname gerefereerd aan een interview dat in in 2022 had met Roger Dassen. Daarin spraken wij o.a. over het verschil in lerend vermogen in de gezondheidszorg en in de accountancy. Zijn waarneming (Roger is ook voorzitter van de RvT van het Maastricht UMC+): De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt op een ander wijze toezicht dan de AFM. Weinig punitief optreden en heel veel focus op lerend vermogen en reflectie. Een ander verschil en vereiste ook: gezondheidsinstellingen voeren zelf een gedegen oorzaakanalyse uit waaruit lessen volgen op organisatorisch en/of individueel niveau. Als de externe toezichthouder daarbij de focus op het lerend vermogen legt, dan neemt dat ook spanning en angst weg bij de betrokkenen in de oorzaakanalyse. En dit verbetert de gehele oorzaakanalyse.

Ik hoop dat we in de accountancy met z'n allen dit ook kunnen realiseren.

Ron Heinen

Op de link:

https://photos.app.goo.gl/LygS4fvqNexeQ6NG9

een recent onderzoek over fraude in de zorg en hoe je zo'n onderzoek datagedreven uitvoert.

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.