Kwaliteit en toezicht

Alles gedocumenteerd?

Binnenkort komt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) met haar volgende onderzoeksverslag. Het is nog niet publiek bekend wat daar in zal staan, maar het gonst al rond: het is nog niet veel beter geworden.

Dick de Waard

Accountant.nl verwijst op 17 maart naar een publicatie in het Financieele Dagblad: “De grote accountantskantoren in Nederland zijn - ondanks de grote hervormingsoperatie van de afgelopen jaren - nog steeds niet in staat om controles af te leveren die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Autoriteit Financiële Markten”.

Ik geloof dat niet. In andere publicaties staat te lezen dat diverse waarnemers vaststellen dat de accountantsorganisaties echt hun best doen. Ook de AFM was positief over de wijze waarop de accountantsorganisaties de aanbevelingen uit het rapport In het publiek belang doorvoeren. En in praktijkscripties wordt zeer frequent beschreven dat veel aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van het dossier en dat rondom vaktechnische vraagstukken en de daaruit voortkomende dilemma’s – met de fundamentele beginselen en de relevante standaarden en wet- en regelgeving in de hand – in teamverband stevig en oprecht wordt gedebatteerd. En toch – zo vreest men – zal straks het oordeel van de AFM over de kwaliteit van de (dossiervoering van de) uitgevoerde jaarrekeningcontroles nog steeds niet positief zijn.

Het dossier

In menig concept praktijkscriptie lees ik dat de jonge accountant in spé stelt dat hij een dossier moet opleveren dat de toets der kritiek kan doorstaan, als ware dit het doel van de accountantscontrole. Waar ik dan steevast op reflecteer dat de accountant vooral een goede controle moet uitvoeren en dat als een logisch gevolg daarvan het dossier ook op orde is. Dossiervoering moet leiden tot een verzameling voldoende en geschikte informatie die overzichtelijk is gerangschikt, zodat op basis daarvan een oordeel kan worden gevormd en blijkt dat conform de standaarden en wet- en regelgeving is gewerkt. Of, zoals Bosch en Van der Zijde het formuleren (1):

‘Het controledossier dient alle informatie te bevatten die een onafhankelijke, deskundige derde zonder voorkennis van de cliënt nodig heeft om zich een oordeel te vormen over de uitvoering van de controle.’

De accountant moet vooral een goede controle uitvoeren met als logisch gevolg daarvan dat het dossier ook op orde is.

Dit is geen rocket science, maar sneller opgeschreven dan gerealiseerd. Dossiervoering is niet eenvoudig. Dossiervoering heeft in andere sectoren, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs een vergelijkbare functie. En ook in deze sectoren wordt bij inspecties achteraf regelmatig vastgesteld dat dossiervorming tekort schiet en ook daar wordt net als in de accountantssector met regelmaat geklaagd over de werkdruk die dossiervorming met zich meebrengt.

Vroeger

Er is een tijd geweest zonder interne kwaliteitsbeoordelingen, zonder externe toets door de NBA (NIVRA) en een tijd dat er geen AFM was. De hoeveelheid regelgeving voor de accountant was zeer beperkt. Naast een overzichtelijke set richtlijnen, in de ‘Radarbundel’, stonden de Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants (GBR) centraal. De GBR was een zeer beknopte set van 39 artikelen, waarin uiteen werd gezet dat de accountant zijn werk goed moest doen en uit welke verklaringen hij kon kiezen. De laatste versie van de GBR dateert uit 1994 en dit boekwerkje telde slechts enkele pagina’s. Anno nu telt alleen al de HRA-bundel editie 2017 in de gedrukte versie meer dan 1.300 pagina’s.

Artikel 11 van de GBR beschreef de deugdelijke grondslag:

De registeraccountant doet slechts mededelingen omtrent de uitkomst van zijn arbeid voor zover zijn deskundigheid en de door hem verrichte werkzaamheden daarvoor een deugdelijke grondslag vormen. Hij draagt er zorg voor dat zodanige mededelingen een duidelijk beeld geven van de uitkomsten van zijn arbeid.

De accountant moet zodanige werkzaamheden hebben verricht dat hij zijn uitspraak daarop kan baseren en hij moet inzicht geven in de wijze waarop de uitgevoerde werkzaamheden tot zijn oordeel hebben geleid. Men zou hier kunnen lezen dat een derde accountant tot dezelfde conclusie moet kunnen komen. In de tijd waarover het nu gaat waren de dossiers gevuld met handgeschreven controledocumentatie. Kopieerapparaten waren zeldzaam en automatisering was nog nauwelijks een issue. Na afronding van de controle nam de partner in aanwezigheid van het team of de controleleider het dossier door en stelde vragen. Deze werden al dan niet tot tevredenheid van de partner door het team beantwoord.

Dossierkramp

Als de onderwijsinspectie een bezoek aankondigt bij een school, worden alle agenda’s leeg geveegd en wordt het bezoek van de inspectie grondig voorbereid. Plannen, voortgangsrapportages, analyses en leerlingdossiers worden nog eens tegen het licht gehouden en medewerkers worden voorbereid op de vraagstelling van de inspectie. En als dan toch wordt vastgesteld dat de dossiervoering niet geheel op orde is, wordt de school binnen de kortste keren gekwalificeerd als ‘zwakke school’, ook al zijn de resultaten van de school (waaronder de uitslagen van de CITO-toets) voorbeeldig. Vergelijkbare situaties doen zich voor bij accountantsorganisaties. Discussies tijdens planningssessies gaan steeds meer over het dossier en daardoor relatief minder over de controle zelf. “Is ons dossier AFM-proof?”

Oordeelsvorming

Kan een derde accountant tot dezelfde keuzes komen, als hij niet zelf de werkzaamheden heeft uitgevoerd? Is net als vroeger een mondelinge toelichting van het team niet onontbeerlijk? Auditing is geen rationeel, maar een relationeel proces. Conclusies komen vaak tot stand in een iteratief proces met veel (mondelinge) communicatie en er zijn grenzen aan de mogelijkheden om dat adequaat vast te leggen.

In paragraaf A7 van standaard 230 staat een beetje verborgen een belangwekkende zinsnede: “Het is echter noch noodzakelijk noch uitvoerbaar dat de accountant bij een controle alle nagegane aangelegenheden of elke professionele oordeelsvorming documenteert.” In het oude papieren dossier werden de aantekeningen uiteindelijk door de partner afgewerkt, waarbij de mondelinge toelichting van het team voor belangrijke aanvullende input zorgde. Soms werd een aantekening omgezet in een bespreekpunt, regelmatig werden aantekeningen afgedaan met ‘LL’, wat betekende ‘laten lopen’. Daarbij ontbrak dan veelal de argumentatie. Dat was de uitkomst van het overleg dat plaatsvond bij de partner aan tafel.

Een dossier zou niet hoeven worden afgekeurd omdat sprake is van een verschil van inzicht tussen de beoordelaar en de verantwoordelijke externe accountant.

Accountants kunnen van mening verschillen over de keuzes die moeten worden gemaakt ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden: de techniek, de omvang en de diepgang. En ook ten aanzien van conclusies kan men het oneens zijn. Wat daarbij nog een rol speelt, is een vorm van kennis-asymmetrie. De externe accountant draagt kennis van de onderneming met zich mee, die hij gedurende meerdere jaren – mede op basis van de relatie – heeft verzameld en die een derde niet heeft. Een dossier zou niet hoeven worden afgekeurd omdat sprake is van een verschil van inzicht tussen de beoordelaar en de verantwoordelijke externe accountant.

Conclusie

De situatie die is ontstaan is onwenselijk. Het is niet goed als de toezichthouder keer op keer een onderzoeksverslag publiceert waarin de kwaliteit van de accountantscontrole ter discussie wordt gesteld. Dat ondermijnt de maatschappelijk relevantie van het beroep. Maar de vraag – hoe dit op te lossen – is sneller gesteld dan beantwoord.

  • Natuurlijk moeten de accountantsorganisaties blijven werken aan hun kwaliteit, aan de inrichting en het onderhoud van een werkomgeving waarin kwaliteit voorop staat. Maar het stoort mij dat deze aandacht voor de kwaliteit te vaak als een generiek probleem wordt neergezet. Er werken bij al die (grote) accountantsorganisaties ook jonge veelbelovende accountants (in spé), die oprecht op zoek zijn naar kwaliteit in hun werk. Die verdienen een aanmoediging om daarin te volharden. Ook zij moeten vertrouwen houden in het beroep waarvoor zij hebben gekozen.
  • Wellicht moeten de beoordelingscriteria toch eens tegen het licht worden gehouden. Hoe helder is de regel dat een derde accountant op basis van het dossier tot eenzelfde conclusie moet kunnen komen? Wellicht wordt te weinig rekening gehouden met verschillen van inzicht, wellicht is een mondelinge toelichting bij het dossier belangrijker dan werd gedacht. En mogelijk is sprake van een tekort aan aandacht voor het iteratieve en vaak verbale en relationele karakter van het controleproces.
  • Om het iteratieve karakter en de verbale communicatie toch ‘te vangen’, kan inzet van moderne technieken worden overwogen. In het dagelijks leven is de smartphone een onmisbaar instrument in de communicatie geworden. De momenten dat diepgaand wordt gediscussieerd over de aanpak van de controle, keuzes worden gemaakt tijdens het controleproces en conclusies worden getrokken, kunnen worden opgenomen met behulp van audiovisuele applicaties op de smartphone of de pc en als zodanig in het dossier worden opgeslagen. Er zal daarvoor veel geregeld moeten worden op het gebied van privacy. Filmpjes gaan viraal voordat men er erg in heeft en dan is het gedaan met de vertrouwelijkheid van informatie en de bescherming van de personen in kwestie.
Een jaarrekeningcontrole is geen één op één reproduceerbaar proces.

Ondanks dat het verwijt primair bij de accountant ligt: ‘eigen schuld dikke bult’, is het van groot belang dat het vertrouwen in zijn oordeel blijft bestaan. Een onafhankelijke kwaliteitsbeoordeling is daarbij een belangrijk instrument. Bij de uitvoering daarvan dient men zich echter te realiseren dat een jaarrekeningcontrole geen één op één reproduceerbaar proces is. Het documenteren van professionele oordeelvorming kent zijn beperkingen en professionele verschillen van inzicht hoeven niet te leiden tot de afkeuring van een dossier.

(1) Bosch, D. en M. van der Zijde: Hoe de AFM naar dossiers kijkt – vier kenmerken van een goed controledossier, Accountancy Nieuws, 21 juni 2013, nummer 12, pagina 14-16.

Prof. dr. Dick de Waard RA MA is als emeritus hoogleraar verbonden aan de vakgroep accounting en auditing van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij adviseert accountants en ondernemingen over duurzaamheidsverslaggeving en assurance daarbij.

Gerelateerd

19 reacties

Marcel Pheijffer

Wat ik vind? Dat lijkt me duidelijk, namelijk dat ik de analyse in dit artikel, m.n. Als het gaat om het deel over documenteren en dossiervorming, niet deel. En dat de vorige AFM-rapporten gelijk die van vandaag ook geen grond bieden voor de analyse in het artikel.

Waarbij ik bovendien herhaal dat de meeste kantoren ten aanzien van nagenoeg alle dooor de AFM onderzochte dossiers de bevjndingen niet betwisten en dat zij al helemaal de troefkaart van documentatie en dossiervorming uitspelen.

Maar wellicht komt mijn gewaardeerde collega nog een keer in de rebound......

Alle Bergsma

@Marcel,
Wat vindt je dan?

Marcel Pheijffer

Voor de lezer die wil weten hoe het echt zit: zoek in de AFM-rapporten van heden even naar woorden als 'document', 'documenteren' en 'documentatie'.

R.H. van der Wart

Een lezenswaardige opinie met een grote hang naar hoe het vroeger was. De belanghebbende die op het oordeel van de accountant vertrouwt en daarbij geen (kritische) vragen stelt. Dit is een gepasseerd station. Voor de duidelijkheid: ik ben het er niet mee eens. Toezichthouders houden toezicht op accountants. Het gaat er nu niet om hoe het zo ver heeft kunnen komen, maar accepteer dat het zover is gekomen. En de dossierplicht voor professionele beroepsbeoefenaars bestaat al heel lang. Alleen .., men deed er niets aan, omdat er niets mee gedaan werd. Het werk van de accountant is nu het uitvoeren van een kwalitatief goede controle en het afleggen van verantwoording daarover en een dossier waaruit blijkt welke afwegingen zijn gemaakt. Het proces moet dus wel 'reproduceerbaar' zijn (wat is kwaliteit anders dan een reproduceerbaar proces?), hoewel de professionele afwegingen kunnen en mogen verschillen (binnen de marges van wat een redelijk handelend en redelijk bekwaam accountant moet doen of nalaten). En juist die processen zijn veelal beschreven in de HRA. Laat de angst los, zorg dat je alle stappen en afwegingen met argumenten documenteert en wees transparant. Het schijnt dat het bijdraagt aan het maatschappelijk vertrouwen in het beroep.

Overigens: ik ben het er ook niet mee eens, dat als motivering voor een dor de AFM opgelegde sanctie uit het ontbreken van dossiergegevens wordt geconcludeerd dat een bepaalde controle-actie niet heeft plaatsgevonden. Maar de dossierplicht bestaat nu eenmaal en maakt onderdeel uit van een beheerste en integere bedrijfsvoering.

Alle Bergsma

@Robert,
Een verhaal naar mijn hart.

1. Wordt de maatschappelijke relevantie van het beroep ondermijnt mede door de herhaalde rapporten van de AFM?

2. Is het voor accountants in spe nog wel waard om uberhaupt accountant te worden?

3. Slaat de balans tussen 'het moet beter' en 'we doen goede dingen' wellicht teveel door in het negatieve?

etc.etc.

Ik hoop van harte dat het nieuwe rapport van de AFM qua bewoording meer de insteek zal hebben van:
- we hebben veel goede dossiervorming gezien.
- we hebben gezien dat er veel overleg tussen de verschillende niveaus is, zodat vraagpunten tijdens het proces worden aangepakt.
- we hebben de betrokkenheid van de accountant tijdens het proces vernomen uit onze gesprekken met de accountant. Hij/zij is goed op de hoogte van de bijzonderheden bij de klant.
- helaas zijn er enkele punten die (ook na het gesprek) onvoldoende zijn onderbouwd, zoals...

Ik wens de schrijvers van het rapport veel wijsheid toe.

Alle Bergsma

@Robert van Nimwegen:
Hear, hear!

Arnout van Kempen

Beste Robert, goed nieuws is geen nieuws, vrees ik. Maar mocht het enige geruststelling zijn, ik wijs in cursussen e.d. veel en graag op de waarde van het accountantswerk en de vele zaken die goed gaan. Het is niet alleen een prachtberoep, het is ook een uitermate relevant beroep dat van grote toegevoegde waarde is.

Robert van Nimwegen

Ik lees dit artikel – afgaande op reacties hier beneden als ‘wat te kort door de bocht’ of ‘welke deugdelijke grondslag heeft de auteur’ aangemoedigd door een ‘hear, hear’ – denk ik op een andere manier dan mijn collegae. Maar wellicht is het een slinkse truc van de heer De Waard om zijn bijdrage dusdanig kleur te geven dat het wel tot reacties moét leiden en dus de aandacht krijgt. Het staat nu in ieder geval op nummer 1 in de top 5 ‘meest gelezen’ en dit is mijn eerste reactie op deze website, dus een primeur.

Wetenschappelijke relevantie is naar mijn mening op dit platform toch echt net iets minder relevant. Let wel, op dit platform(!). Discussie - vooral een maatschappelijk debat zie ik vaak als wens hier terug - is waar het om draait. Een stuk met als keurmerk 'volledig wetenschappelijk verantwoord' leent zich niet altijd voor discussie. Als die discussie hier toch ontstaat, blijkbaar zelfs tot in de huiskamer van de familie Van Kempen aan toe, is het per definitie een goede bijdrage. Allereerst daarvoor dank. Laten we proberen die discussie nou niet direct de nek om te draaien door vraagtekens te zetten bij wetenschappelijke relevantie, de (on)volledige behandeling van onderzoeksmethoden bij de AFM of de mening van Henk Nijboer. Voor mij doet er in iedere geval nu eventjes niet toe, daar is al zoveel over gezegd en te vinden. Weinig nieuws en ik denk ook niet waar dit artikel eigenlijk naar toe wil.

Ik ben een relatief jonge openbaar accountant en dit stuk spreekt me aan. Niet omdat het ronkend klinkt, maar omdat er enkele interessante punten naar voren worden gebracht die ik in de huidige praktijk terug zie. Daar wordt denk ik in de reacties nu nog iets te snel aan voorbij gegaan.
1) Wordt de maatschappelijke relevantie van het beroep ondermijnt? Ondermijning van ons beroep baart mij in ieder geval zorg. Is er sprake van ondermijning? Komt dit mede door de herhaalde rapporten van de AFM? Discussie daarover graag…. Er zijn vast allerlei factoren. Ik zie in ieder geval in de praktijk heel duidelijk dat het ongelofelijk lastig is om nog voldoende kwalitatief goede mensen te vinden die nog accountant willen worden of willen blijven. Is onze beroepsgroep nog aantrekkelijk? Kijkt de ‘maatschappij’ nog hetzelfde naar accountants?
2) De heer De Waard ziet jaarlijks vele accountants (in spé) voorbij komen, maar vraagt zich af of zij nog wel de aanmoediging krijgen om te volharden. Is deze zorg terecht? Over het algemeen wordt ik niet heel positief over ons vak als ik bijvoorbeeld accountant.nl lees. Het lijkt welhaast nooit goed genoeg te zijn. Waar staan nou de verhalen van een uiterst succesvolle controle. Iets waar we met zijn alleen trots op mogen zijn dat we 'iets' hebben bereikt. Ik kan ze haast niet vinden. Anderzijds, het blijft natuurlijk ons beroep; toetsen aan normen en vooral aangeven waar het niet goed gaat t.o.v. die norm. Maar slaat de balans tussen 'het moet beter' en 'we doen goede dingen' wellicht teveel door in het negatieve?
3) Tot slot; nieuwe technologie om te kunnen innoveren tijdens de controle. Ik weet niet of eenieder het zich al realiseert, maar het schoolvoorbeeld van de trap die beklommen moet worden om ook op de bovenste plank te kunnen ‘waarnemen’ tijdens een inventarisatie is achterhaald. Tegenwoordig vliegen we door het magazijn met een drone en kijken we live op de smartphone mee. Hoogtevrees is opeens geen beperking meer in de planning van mensen. Is er door de beroepsgroep nagedacht over de implicaties van al die technologische vooruitgang? En inderdaad, welke informatie vanuit bijvoorbeeld audiovisuele opnames slaan we op in ons dossier? En wat als dat opeens op Wikileaks verschijnt? Dat soort zaken zou ik nou graag meer terug willen zien in onze discussie. En ik denk onze accountants in spé ook.

Marcel Pheijffer

Hear, hear!!!

Koen ter Braack

Misschien is het artikel toch wat te kort door de bocht. Als ik praat met teamleden die betrokken zijn bij een AFM review, dan is de afdronk vaak dat de AFM wel een punt heeft.

Tuurlijk, een deel van de vragen en opmerkingen die de AFM heeft komen voort uit slordige documentatie; werkzaamheden die wel zijn uitgevoerd, maar onder tijdsdruk niet altijd even gestructureerd vastliggen. Echter, dit zijn over het algemeen niet de punten waarop het dossier gekwalificeerd wordt als ontoereikend. De AFM biedt het team voldoende mogelijkheden om deze werkzaamheden toe te lichten / te verduidelijken.

De AFM constateert daarnaast dat de het team bepaalde werkzaamheden niet heeft uitgevoerd die volgens haar wel noodzakelijk waren om tot een deugdelijke grondslag te komen. Dit staat volledig los van eventuele documentatie issues. Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat werkzaamheden wel zijn uitgevoerd maar niet zijn gedocumenteerd. Temeer omdat de dossiers van de big four zo zijn opgebouwd dat het werkplan in de beginfase van de controle wordt ingelezen en daarmee er een waarborg is dat er in ieder geval 'iets' wordt gedocumenteerd.

Het verbeteren van de deugdelijke grondslag bereik je volgens mij niet door nog meer in het dossier te gaan grasduinen; iets wat op dit moment een trend is bij de big four, maar ten koste gaat van klant contact, overleg en risico gericht nadenken. In plaats daarvan zou de accountant een robuustere risico analyse moeten uitvoeren, meer (echt) contact met de klant en meer kennis delen binnen het team. Dit alles zou moeten leiden tot een betere risico inschatting van de accountant (die je, inderdaad daar komt die dan wel, goed moet documenteren) en een betere en diepgaande planning van de uit te voeren controle werkzaamheden (zowel systeem gericht als gegevensgericht). Volgens mij is dat uiteindelijk wat de accountant en de AFM wil.

Marcel Pheijffer

Hear, hear!!!!

Arnout van Kempen

Het moge wel grappig worden genoemd denk ik, dat al tijdens het schrijven van de WTA vanuit de sector (kantoren en met name NIVRA, NOvAA iets minder) het bericht kwam: "jullie gaan eisen dat wij vinkers worden, dat we dossiers om de dossiers gaan aanleggen, jullie gaan alleen maar formeel toetsen"

Ik heb dat altijd knap gevonden, dat weten wat de toezichthouder zou gaan doen terwijl we nog bezig waren de wet te schrijven. Heel bijzonder.

En ook heel onwaar overigens.

Een van de discussies die we (vanuit AFM en MinFin) hadden was wat wel, en wat niet in de dossiers verwacht zou mogen worden. De insteek was daarbij vooral: wat hebben we minimaal nodig om kwaliteit van de controle vast te stellen, want we willen vooral niet teveel eisen. En de norm was, hoewel die in overleg met de beroepsorganisaties (!!!) uiteindelijk gedetailleerder is geworden: in een dossier dient datgene te zijn opgenomen dat door de tekenend accountant is gebruikt in diens oordeelsvorming.

Is dat nu zo een rare eis? Levert dat nu een zwaardere eis dan die al uit GBR artikel 11 volgde?

Welnee.

Natuurlijk is kritiek op de AFM mogelijk, en natuurlijk is kritiek op de regelgeving mogelijk. Maar mij valt keer op keer twee zaken op:

1. Kritiek op de regelgeving betreft veelal de regelgeving van het NBA, van het beroep zelf dus. Als die te zwaar is, DOE er dan wat aan. Het hoogste gezag binnen het NBA is de ALV.
2. Bezwaren zijn vaak een opmerkelijke verzameling drogredenen, halve waarheden en onjuiste interpretaties. Daarmee kunnen accountant onderling vast applaus krijgen en een klap op de schouders van collega's die waarderen dat "het toch maar gezegd wordt". Maar het zou ijdele hoop zijn te denken dat je daarmee in de politieke arena of in de rechtbanken een deuk in een pakje boter slaat.

Terzijde, navraag bij mijn echtgenote, teamleider in het onderwijs, leverde een "dat is wel erg kort door de bocht" en een "nee, dat klopt gewoon niet", bij het horen van de beschrijving die de heer De Waard geeft van schoolinspecties. Met name de suggestie dat een prima school afgekeurd kan worden op dossiers die niet helemaal op orde zijn, kwam haar vrij bizar over. Anders gezegd, welke deugdelijke grondslag heeft de auteur precies bij zijn beweringen?

Nogmaals, leuke verhalen om waardering bij collega's te krijgen, ongetwijfeld. Het klinkt lekker ronkend, en voor mensen die de feiten niet kennen en slechts wat vage verhalen uit de krant volgen klinkt het vast heel aannemelijk allemaal, inclusief "voorbeelden" uit de onderwijspraktijk.

Maar als een Henk Nijboer dit nu leest, of een journalist van het FD, of een rechter, zou die dan echt denken "gut, de schellen vallen me van de ogen!" of "gut, wat zijn ze elkaar weer lekker in bescherming aan het nemen, aan het navelstaren, en echte kritiek aan het ontlopen"?

Jan Weezenberg

@Richard Overweg 24 juni 2017
Geachte Heer Overweg,
Wanneer fouten inderdaad niet meer (anoniem) mogen worden gepubliceerd is dat een forse deuk in mijn vertrouwen in de ethische normen van de AFM.
Ik heb nog een cartoon uit het oude lijfblad van de Britse accountants.
Daar komt een accountant bij de dokter voor de uitslag van het onderzoek.
De accountant l flink overkomen en zegt, "Doctor, tell me the worst..
unless it is serious of course ".
Jammer genoeg kan ik het plaatje niet erbij plaatsen, dat spreekt namelijk ook boekdelen.

Vriendelijke groet,
Jan Weezenberg

Marcel Pheijffer

@ Wim

Ja, je hebt gelijk met de correctie. Die Ipad toch.

En ja een discussie over de AFM kan niet zonder naar de feiten te kijken.

Feit is dat in de sector onvoldoendes het woord documentatie telkens niet of nauwelijks voorkomt.

het rijtje redenen dat ik noemde is wel relevant. Feiten uit het rapport.

Tegen de boetebesluiten is tweemaal geen bezwaar aangetekend.

Tweemaal niet. Maar PWC erkende dat de onvoldoende dossiers niet de aanleiding vormden voor het beroep. De reden was wel of het aantal getoetste dossiers voldoende zegt over de naleving van de zorgplicht.

Laten we woensdag maar eens kijken naar het volgende AFM-rapport.

Er zijn vast mensen die dan weer tellen hoe vaak documentatie daarin voorkomt......

Wim Nusselder

Beste Marcel,
Dank je voor de uitleg.
Kennelijk wist ik toch nog niet voldoende van het werkveld van accountants.
Ik neem aan dat ik “denoetebedluiten” moet lezen als “de boetebesluiten”; het duurde even voor ik het begreep.

Richard Overweg

Naar mijn idee zorgt dit artikel voor een soort legale doofpot. Onder het mom van het vertrouwen in het accountantsberoep wordt aangetast, mogen fouten niet meer gepubliceerd worden door de AFM.

Marcel Pheijffer

Waarde Wim.

Ja dat doet de AFM. Onder meer door met teamleden door het dossier te gaan en zich uit te laten leggen op welke wijze de controle is uitgevoerd.

Diegenen die zich een oordeel willen vormen over hoe de AFM tegen dossiers aankijkt leze de AFM-rapporten en vooral ook denoetebedluiten.

Of luister eens naar er uitleg van AFM-ers die op meerdere seminars is verstrekt.

Het belang dat de AFM hecht aan documentatie wordt nogal eens ten onrechte overdreven en doet geen recht aan de relevante bevindingen van de toezichthouder.

Overigens zijn ook de bevindingen internationaal van PCOAB, FRC en IFIAR gelijkluidend.

Wim Nusselder

Waarde Marcel,
Heeft en gebruikt de AFM een andere basis om vast te stellen of accountants iets gedaan of nagelaten hebben dan documenten in dossiers?
Als oordeelsvorming documenteren slechts beperkt mogelijk en wenselijk is, heeft de AFM dan wel een voldoende deugdelijke grondslag voor dergelijke vaststellingen?
Zouden toezichthouders niet veeleer moeten toezien op opzet, bestaan en werking van ONDERLINGE consultatie en coaching van professionals dan op gedocumenteerde oordeelsvorming?
Toezicht- en toetsinstrumenten zijn dan eerder een cultuurmonitor en tijdregistratie van relatieve (overleg)tijdbesteding van senioren en junioren aan dossiers dan het nalopen van dossiervolledigheid.

Marcel Pheijffer

Waarde Dick,

ik hoor het geluid vanuit de sector ook vaak: de AFM wil meer documentatie.

Echter, laten we naar de feiten kijken en het AFM-rapport van 25 september 2014 erbij pakken. De kritiek op de Big4 gaat niet over het niet documenteren. In het hoofdstuk waarin de onvoldoendes worden besproken staat telkens dat 'de controlerend accountant heeft nagelaten':

- 'Vast te stellen dat.....';
- 'Inzicht te verkrijgen in.....';
- 'De werkzaamheden uit te voeren die zijn gepland......';
- 'Voldoende opvolging te geven aan geconstateerde afwijkingen van ....';
- ' De effectieve werking vast te stellen van.....';
- 'De veronderstellingen van het management te toetsen op......';
- Detailcontroles uit te voeren op......'.

Kortom: kan je ons de feiten uit dat rapport (thans het laatste rapport waarin Big4-dossiers zijn beoordeeld) geven waaruit blijkt dat AFM onvoldoendes geeft op basis van een gebrek aan documentatie?

En als die feiten er niet zijn: is het beeld dat vanuit de sector graag wordt neergezet van een toezichthouder die niet de kern raakt door op documentatiegebreken te wijzen, wel juist?

Kortom: graag jouw professioneel-kritisch oordeel. Niet alleen ten aanzien van de AFM maar ook ten aanzien van de collega's vanuit de sector.

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.